Ministerie erkent inbraken bij verdachten

DEN HAAG, 6 APRIL. De Nederlandse politie pleegt zonder toestemming van de rechter-commissaris inbraken in schuren, loodsen en garageboxen van verdachten om bewijsmateriaal te verzamelen.

Dat gebeurt vooral bij grote drugszaken. Dit schrijven de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Van Thijn (binnenlandse zaken) aan de Tweede-Kamerleden Kalsbeek en Stoffelen (PvdA). De PvdA had vragen gesteld naar aanleiding van een artikel in deze krant van twee weken geleden waarin van de inbraken melding werd gemaakt.

De zogeheten inkijkoperaties worden volgens de ministers door de politie in samenspraak met het openbaar ministerie geregeld. Via die inkijk-operaties “wordt voorkomen dat bij de bestrijding van de zware georganiseerde criminaliteit opsporingsonderzoeken die tot doel hebben de gehele criminele organisatie te ontmantelen, stuklopen omdat verdachten voortijdig van het onderzoek op de hoogte raken. In dat kader kan het wenselijk zijn dat binnengekomen informatie wordt geverifieerd alvorens tot verder onderzoek wordt overgegaan”, zo schrijven de ministers.

De bewindslieden zeggen dat de Hoge Raad zich volgende maand zal uitspreken over de toelaatbaarheid van deze methode. Justitie baseert het insluipen voorlopig op artikel 9 van de Opiumwet dat bijzondere binnentredingsbepalingen bevat. In dat artikel staat dat opsporingsambtenaren zich toegang mogen verschaffen tot plekken waarvan men vermoed dat er drugs zijn. In dat artikel staat ook dat de eigenaar van een pand of loods achteraf een proces-verbaal krijgt waarin staat dat de politie is wezen kijken. Zo'n verslag krijgen verdachten bij de inkijkoperaties niet en dat bewijst volgens advocaat mr. G. Spong “dat justitie donders goed weet” dat ze iets onrechtmatigs doen. Spong zegt dat de wetsartikelen waarop Justitie het handelen baseert bovendien geschreven zijn voor inbeslagname van verdovende middelen en niet om kijkoperaties uit te voeren. Spong is advocaat van de verdachte die eigenaar is van een loods waar de politie in heeft ingebroken. Over deze zaak zal de Hoge Raad zich op 31 mei uitspreken.

De bewindslieden spreken tegen dat, zoals deze krant meldde, de politie ook regelmatig in woningen van verdachten inbreekt. Justitie zegt één geval te kennen waarbij de politie “de woning van een verdachte heeft doorzocht zonder aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten te hebben voldaan. De politie heeft het openbaar ministerie achteraf toestemming tot het doen van huiszoeking gevraagd. Terecht heeft het openbaar ministerie dit geweigerd”.

Het departement zegt dat het openbaar ministerie geen gevallen heeft gemeld waarin afluisterapparatuur wordt geplaatst in woningen of bedrijven van verdachten.