Microsoft wil meer actie tegen softwarevervalsing

PARIJS, 6 APRIL. Veertigduizend schijven met computerprogrammatuur, labels voor nog eens 200.000 diskettes en handboeken met een gezamenlijk gewicht van twaalf ton. Dat was de buit bij zeventien invallen in negen Duitse steden vorige maand, waarbij Justitie een mafia-achtige organisatie oprolde die een compleet netwerk voor de produktie en distributie van nagemaakte software exploiteerde. De vervalsingen betroffen met name programma's van Microsoft, 's werelds grootste fabrikant van standaard computerprogrammatuur.

De Business Software Alliance (BSA), een organisatie van software-fabrikanten die momenteel in vijftig verschillende landen ageert tegen de diefstal van hun produkten, beschouwt de actie in Duitsland als de grootste zaak in haar strijd tegen vervalsers tot nog toe. Microsoft, prominent lid van de BSA, kondigde gisteren in Parijs intensivering van de campagne tegen 'software-piraterij' aan. De BSA, software-bedrijven en de internationale politie-organisatie Interpol hebben in februari voor de eerste maal overleg gevoerd over een gecoördineerde aanpak van het probleem.

Volgens Bernard Vergnes, president van Microsoft Europe, vormt illegaal kopiëren en vervalsen de grootste bedreiging voor de ontwikkeling van de software-branche. Producenten, handel en overheden derven naar schatting van de BSA jaarlijks zo'n 12 miljard dollar aan inkomsten door software-diefstal. Hiervan komt zo'n 5 miljard dollar voor rekening van Europa.

Hoewel precieze cijfers over 1993 nog niet beschikbaar zijn, meent Robert Holleyman, president van de in Washington gevestigde Business Software Alliance, dat sprake is van een lichte afname van de piraterij. Verbeterde wetgeving en naleving ervan in Italië, waar in 1992 nog 86 procent van de gebruikte software illegaal was, zou hieraan hebben bijgedragen. Niettemin, zegt hij, is grofweg twee derde van de in West-Europa (ook in Nederland) toegepaste computerprogrammatuur illegaal in gebruik. In Oost-Europa zou zelfs maar één op de tien programma's legaal zijn.

De bestrijding van software-diefstal lijkt op vechten tegen de bierkaai. Daaraan zijn twee factoren debet: het gemak waarmee software te kopiëren valt en de grote winsten die er betrekkelijk eenvoudig mee te maken zijn.

Toen de BSA in 1988 werd opgericht, richtte de organisatie haar pijlen vooral op het Verre Oosten, waar vanuit onder meer Taiwan en Hongkong grote stromen illegaal vervaardigde software hun weg op de wereldmarkt vonden. Inmiddels voorzien ook Europa en de Verenigde Staten voor een substantieel deel in de kennelijke behoefte aan goedkope, gestolen computerprogrammma's.

Brad Smith, huisjurist bij Microsoft Europe in Parijs: “Vervalsen van software is lucratief. Het levert meer op dan bijvoorbeeld illegaal vervaardigde videocassettes of geluidsopnamen.” Dat steeds meer programmatuur op cd-rom wordt uitgebracht in plaats van de minder gevanceerde diskette, is voor namakers geen beletsel. Smith: “De produktiecapaciteit van cd's is tweemaal groter dan nodig is voor legale fabricage. Om stilstand tegen te gaan is vervalsing van software verleidelijk.”

BSA en haar leden concentreren zich in de strijd tegen piraterij vooral op lobbywerk bij overheden om regelgeving ter bescherming van intellectuele eigendom te entameren, en naleving ervan. Daarnaast wordt veel inspanning gestoken in 'opvoeding'. Smith: “Je moet mensen echt leren dat computerprogramma's kopiëren illegaal is. Niemand zal 's avonds de straat opgaan om een computer te stelen, maar in de beslotenheid van het kantoor is een software-kopietje gauw gemaakt.”

Van tijd tot tijd ondernemen de BSA en zijn leden ook gerichte actie tegen piraterij door Justitie in te schakelen tegen bedrijven die handelen in of gebruikmaken van illegale software. Daarbij gaat het overigens om het topje van de ijsberg; in Nederland spande de BSA bijvoorbeeld in 1992 zes rechtszaken aan. Afgelopen jaar trad de organisatie op tegen Transavia, Grontmij en NBM Amstelland. Die zaken eindigden allemaal in een schikking, waarbij de aangeklaagde partij een relatief bescheiden schadevergoeding betaalde en legale software aanschafte. Het is de BSA vooral te doen om publiciteit, waarvan wordt aangenomen dat ze andere bedrijven van overtredingen zal weerhouden of doet terugkeren op het rechte pad.

Daadwerkelijke aanpak van elke zakelijke gebruiker van illegale software is ondoenlijk, erkent Holleyman, laat staan van particulieren. Niet alleen heeft Justitie haar prioriteiten elders liggen, ook BSA ontbreekt het aan mensen en middelen. Het bureau in Washington telt vijftien medewerkers, vestigingen in andere landen zijn nog kleiner. In feite is juridische actie afhankelijk van de moeite die een gedupeerde fabrikant zichzelf wil getroosten.

Mede om die reden heeft BSA-president Holleyman niet de illusie dat zijn organisatie een einde kan maken aan software-piraterij. Maar hij zou al heel tevreden zijn als in Europa ooit een zelfde situatie zou ontstaan als in de Verenigde Staten. In dat land is twee op de drie computerprogramma's legaal.

    • Hans Wammes