Letland; De bittere pil die Skrunda heet

De Letse regering moet alle zeilen bijzetten om het in februari met Rusland bereikte akkoord over de terugtrekking van de laatste Russische troepen uit Letland aan het parlement en een sceptische bevolking te verkopen. De woede bij de oppositie over het akkoord is zo groot dat zelfs aanvankelijke voorstanders van het akkoord met Rusland, zoals president Guntis Ulmanis, zich tot sceptici hebben bekeerd.

Het akkoord, tot stand gekomen na maanden van moeizaam overleg met Moskou, voorziet in de terugtrekking van de laatste Russische troepen op uiterlijk 31 augustus en de huur, door Rusland, van de belangrijke radarbasis in Skrunda voor een periode van vier jaar; na die vier jaar moet de basis binnen achttien maanden worden ontmanteld.

Geen Let neemt aanstoot aan het eerste deel van de overeenkomst, maar voor velen gaan de afspraken over de basis in Skrunda veel te ver. Moskou voert aan dat de 1008 hectaren omvattende basis op 150 kilometer ten zuidwesten van Riga van het grootste belang is voor het Russische nucleaire early warning system. Het is een van de grootste radarfaciliteiten in Europa. Vanuit Skrunda kan het hele luchtruim van Europa en Noord-Afrika in de gaten worden gehouden. Op Rusland afgevuurde raketten kunnen dankzij dit radarstation tijdig worden ontdekt en vernietigd: Skrunda is het “oog” van de Russische defensie, en Skrunda moet dus - vindt Moskou - Russisch blijven zolang de Russen op hun eigen grondgebied niets vergelijkbaars hebben opgebouwd.

De Letten van hun kant hebben zo hun ervaringen met de militaire aanwezigheid van Russen en hebben lang vastgehouden aan de onmiddellijke ontmanteling van Skrunda. Uiteindelijk zijn ze echter akkoord gegaan met een door de Amerikaanse regering voorgesteld compromis, het “4+18-akkoord”, dat voorziet in de huur van Skrunda, door Rusland, voor vier jaar, gevolgd door een afbraak die binnen anderhalf jaar moet zijn voltooid. Letland krijgt de controle over tachtig procent van de basis. Het radarstation wordt bemand met 599 Russische militairen. Over de huurprijs moet nog overeenstemming worden bereikt. Letland eist vierhonderd miljoen dollar per jaar, Rusland is bereid twee miljoen dollar per jaar te betalen.

Onderdeel van het akkoord is ook een overeenstemming over enkele andere hete hangijzers tussen Rusland en Letland, zoals de pensioenen van 21.000 voormalige officieren van het Sovjet- en Russische leger en hun staatsrechtelijke toekomst. Die Russen mogen in Letland blijven, maar worden volgens premier Valdis Birkavs “onder geen enkel beding ooit Letse burgers”.

De Letse oppositie is, naar aanleiding van zowel Skrunda als de blijvende aanwezigheid van de gepensioneerde Russische officieren en hun gezinnen, des duivels over het akkoord. Volgens de Letse Onafhankelijkheidsbeweging (LNNK) is het “in strijd met de belangen en de uitdrukkelijke wil van de burgers van Letland”. “Moskou heeft op alle fronten zijn zin gekregen”, aldus LNNK-fractieleider Aleksandrs Kirsteins in het parlement, de Saeima. Bij opiniepeilingen bleek in maart 71 procent van de Letten tegen het akkoord en voor een vertrek van de Russen uit Skrunda per 31 augustus. Het besluit de Russische ex-officieren in Letland te laten wonen - en dan nog met het eigendomsrecht op hun flats - wordt door de meeste Letten na vijftig jaar Sovjet- en Russische militaire bezetting als beledigend ervaren. Parlementariërs stuurden president Guntis Ulmanis een vlammende oproep, het akkoord niet te tekenen maar het eerst te onderwerpen aan een referendum. Tegenstanders van het akkoord haalden tienduizend handtekeningen onder soortgelijke oproepen op.

Onder druk van de woedende reacties ging eind maart Juris Sinka, lid van het onderhandelingsteam van de Letten, overstag. Hij uitte bedenkingen over zowel de Amerikaanse druk - die was “zeer teleurstellend” - als het besluit over Skrunda. “Skrunda maakt Letland tot doelwit in een eventuele oorlog. De Russen zien Skrunda als het 'oog' waarmee ze op Rusland afgeschoten raketten ontdekken. Bij een oorlog zal de vijand dat oog direct willen uitdrukken. Dan verdwijnt Letland van de kaart.”

Zelfs president Ulmanis wist het allemaal niet zo zeker meer. De Letse onderhandelingsdelegatie had zich, zo zei hij op 25 maart, wat “geheimzinnig” opgesteld. Ook de Amerikaanse druk bezwaarde hem: “Toen ik gisteren een brief kreeg van president Clinton, waarin hij probeerde me te overtuigen dat ik deze akkoorden moet ondertekenen, heb ik - laat ik eerlijk zijn - de hele nacht niet geslapen, en gedacht: waarom heb ik deze brief gekregen? Aan de ene kant denk ik: ik ben voor Letland en ik teken niet. Aan de andere kant denk ik: we moeten terug naar Europa en we moeten dat beschaafd doen en we moeten de Russen Letland uit krijgen.”

Het schip van de Letse staat, zo concludeerde premier Birkavs naar aanleiding van alle commotie, “is behoorlijk aan het schommelen gebracht, zodanig zelfs dat alles wat we hebben gewonnen, verloren kan gaan.” Maar, zo voegde hij daaraan toe, Letland heeft weinig keus: “de wereld”, die - net als de Letten zelf - de Russische leger het Balticum uit wil hebben, verwacht van de Letten dat ze tekenen en de bittere pil die Skrunda heet slikken.

    • Peter Michielsen