Jenny Arean in een oase van kwaliteit

Voorstelling: Alles heeft zijn prijs, door Jenny Arean, met Martin van Dijk en Tom Barlage. Eindredactie: Jacques Klöters. Regie: Ruut Weissman. Gezien: 2/4 in de Schouwburg, Gouda.

“Jullie moeten trouwens allemaal de hartelijke groeten hebben van Adèle,” zegt Jenny Arean in het openingspraatje van haar nieuwe theatersolo. Het levert haar meteen de eerste lach van de avond op, want de haastige wordingsgeschiedenis van Alles heeft zijn prijs is bekend: in januari, aan de vooravond van hun eerste gezamenlijke toernee, kondigde Adèle Bloemendaal aan dat ze niet meer terug wilde in het theater. Te elfder ure besloot Jenny Arean alsnog een soloprogramma te maken.

Maar behalve de groeten van Adèle is er in de voorstelling geen spoor meer van die onverwachte tegenslag te vinden. Nu ja, nog één misschien: een monoloog over vooroordelen tegen andere culturen, vol doortrapte omkeringen, klinkt alsof die oorspronkelijk is geschreven als een dialoog. Verder is alles business as usual: de chansonnière op haar best, gesteund door een stemmig klankpatroon van Martin van Dijk en Tom Barlage, badend in een uitgekiend lichtontwerp van Max Dekker, en voorzien van materiaal van de beste tekstdichters van het land.

In minder dan tien weken is, in samenwerking met eindredacteur Jacques Klöters en regisseur Ruut Weissman, een meer dan volwaardige voorstelling in elkaar gezet, waarin gelukkig op geen enkel moment wordt geappelleerd aan de publieke sympathie die al gauw ontstaat voor een door pech overvallen artiest. Alsof het altijd zo bedoeld was, heeft Jenny Arean zich weer vereenzelvigd met een verrassende reeks nieuwe liedjes, waaronder een schrijnend stukje eenzaamheid van Hans Dorrestijn (“Als ik een doel had / zou ik vertrekken...'), mooie nummers van Rients Gratama over de socialisten van vroeger en over het verband tussen het prakken van het eten en de Nederlandse volksaard, een sfeervolle Sting-song die nu Mesjoche van hem heet, een scherpe tekst van Jan Boerstoel over de World Press Photo en het wrange gedicht Amsterdamse kroeg van Simon Carmiggelt. Veel ervan is op muziek gezet door Martin van Dijk, die nooit vervalt in geijkt cabaret-geriedel, maar altijd pregnante accenten onder de tekst legt.

Afgezien van een ietwat gekunstelde running gag over de pas gestorven voorzitster van haar fanclub, is Jenny Arean erin geslaagd een noodgedwongen solo om te zetten in een oase van smaak en kwaliteit, eloquente teksten en geacheveerde muziek. “Bewonder niet. Zing zelf,” luiden haar laatste gesproken woorden. Maar niemand die zo kan zingen als zij.