Jeltsin wil een speciale behandeling van de Navo

MOSKOU/BRUSSEL, 6 APRIL. Rusland is bereid mee te doen aan het Partnership for Peace programma van de NAVO, maar houdt vast aan speciale voorwaarden die in overeenstemming zijn met de positie van het land. Dat zegt het persbureau Interfax van de Russische president, Boris Jeltsin, te hebben vernomen.

De Russische onderminister van buitenlandse zaken, Vitali Tsjoerkin, zei gisteren dat minister van buitenlandse zaken Kozyrev waarschijnlijk op 21 april zijn handtekening zal zetten onder het Partnership for Peace programma, dat voorziet in diverse vormen van militaire samenwerking tussen de NAVO en landen in Midden- en Oost-Europa.

Vanmorgen tastte men bij de NAVO nog volstrekt in het duister over de Russische plannen. “We staan voortdurend in contact met de Russische vertegenwoordiging hier, wij zijn er helemaal klaar voor, maar we hebben nog geen enkele duidelijkheid over wat er gaat gebeuren”, aldus een woordvoerder van de verdragsorganisatie vanmorgen. “We zijn geheel in de handen van de Russen.”

De Russische president leek er niet voor te voelen met de NAVO net zo'n overeenkomst te tekenen als andere Oosteuropese landen hebben gedaan. Hij zei dat de samenwerking tussen de NAVO “in overeenstemming dient te zijn met de plaats en de rol van Rusland in de wereld en in de Europese verhoudingen, met de militaire macht en de nucleaire status van ons land”. Hij beklemtoonde verder dat Rusland geen haast heeft met een akkoord. Jeltsin zei dat Rusland zijn eigen ideeën heeft over Europese samenwerking, waarbij de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) het belangrijkste politieke forum is.

De NAVO heeft zich tot dusver niet bereid getoond Rusland een speciale behandeling te geven in het kader van Partnership for Peace. Wel zou de verdragsorganisatie bereid zijn tot voortgezette besprekingen, waarbij rekening wordt gehouden met de speciale positie van Rusland. Brussel wil echter de indruk vermijden dat de NAVO en Rusland buiten de Midden- en Oosteuropese landen om beslissingen zouden nemen op het terrein van de Europese veiligheid. (Reuter, AP)