'In de Kaap kiest de kleurling voor de partij waar hij zich het veiligst voelt'

Vergeleken met Natal, waar vorige week de noodtoestand werd uitgeroepen, verlopen de verkiezingen in de Kaap tot nu toe vreedzaam. In de Kaap is, anders dan in de rest van Zuid-Afrika, geen zwarte meerderheid. De kleurlingen, afstammelingen van lokale stammen, kolonisten en geïmporteerde slaven, hebben hier de meeste stemmen in de verkiezingen van eind april. De Nationale Partij heeft waarschijnlijk alleen hier een kans om aan de macht te blijven, het ANC moet hier bewijzen dat het echt een non-raciale partij is.

KAAPSTAD, 6 APRIL. De angst van de kleurling voor het ANC past op één bord. De tekst deint mee op het ritme van de dansende meute: “Mijn huis is veilig bij de NP.” Ze staan bij de schoenenfabriek te wachten op hun leider, president De Klerk van de Nationale Partij. De zwaarlijvige rapper op het mini-podium vuurt hen aan met spotliederen over de levenswandel van Allan Boesak, de ANC-kandidaat hier in de Kaap.

De kinderen vallen van enthousiasme bijna uit de bomen wanneer 'Viva FW' zich tussen een legertje lijfwachten naar de microfoon beweegt. Bij elke tussenstop op een dag van bliksembezoeken aan kleurlingenwijken houdt De Klerk een korte, duidelijke toespraak.

In tien minuten tijd hamert De Klerk de boodschap erin. Het ANC hangt een failliet socialistisch beleid aan. Investeerders uit het buitenland hebben alleen vertrouwen in het vrije-marktdenken van zijn Nationale Partij. Het ANC is agressief: kijk maar naar hun partijlogo met de speer, terwijl het NP-embleem “de zon toont die opkomt tegen het wit van de vrede, het blauw van de lucht en de zee, en het groen van ons prachtige land”.

Het pijnlijke verleden van discriminatie en gedwongen verhuizingen, waar menigeen in het publiek over kan meepraten, wordt door De Klerk alleen opgevoerd om er een streep onder te zetten. “Wij hebben een gevaarlijke ideologie, die veel pijn heeft veroorzaakt, afgeschud”, zegt De Klerk. “Wanneer doet het ANC dat met het communisme?” “Dank voor uw vergiffenis”, zijn De Klerks slotwoorden op een andere bijeenkomst. Iedere keer klapt en juicht zijn gehoor driftig. Eén keer kijkt De Klerk verlegen lachend weg, wanneer een enthousiaste kleurling in de zaal opstaat, naar hem wijst en uitroept: “Dat is mijn baas, dat is mijn baas!”

Hoe wordt een slachtoffer aanhanger? De bruine Zuidafrikanen hebben wat minder geleden onder de apartheid dan hun zwarte landgenoten. Sinds de invoering van het driekamerparlement met eigen politieke vertegenwoordiging is een gekleurde middenklasse van ambtenaren en onderwijzers opgekomen. Maar de gevolgen van het tweederangsburgerschap zijn merkbaar in de wijken waar president De Klerk doorheen raast: de armoede in kleding en gezichten, de kleine huizen, de vele dronken mannen en vrouwen. “De keuze voor de NP is puur gut-feeling. De kleurling kiest de partij waar hij zich het veiligst voelt. Vooral in de lagere inkomensgroepen is het gevoel nog steeds: de blanke is de baas en de werkverschaffer”, meent professor Richard van der Ross.

Van der Ross, oud-rector van de universiteit voor kleurlingen, publiceerde boeken en artikelen over zijn gemeenschap. Hij staat tweede op de regionale lijst voor de liberale Democratische Partij, die hier eveneens hoopt ingang te vinden in de bruine gemeenschap. De 3,3 miljoen kleurlingen - op een bevolking van veertig miljoen - vormen een 'tussengroep' in Zuid-Afrika, die volgens Van der Ross per definitie streeft naar de sociale status van de hogere groep. Veel kleurlingen probeerden zich onder de apartheidswetten te laten 'herklassificeren' tot blanke. De kleurlingen hebben mede daardoor een zwak gevoel van groepsidentiteit. “We komen van zulke verschillende achtergronden dat een echt groepsgevoel ontbreekt. We hebben ook geen gezamenlijke ervaring als een oorlog, zoals de Afrikaners tegen de Britten, die een nationalistisch gevoel kon opwekken. Wij waren de meelopers, de knechten en de arme lui.”

Door het eeuwenlange contact met de blanken in de Kaap en de afwezigheid van zwarten is de kleurling zich “een bruine Afrikaner” gaan voelen, meent Van der Ross. De NP plukt daar nu de vruchten van. Pas in de jaren tachtig kwam een stroom zwarten naar de Kaap, uit de zwarte thuislanden Ciskei en Transkei. De kleurlingen zijn bang dat de zwarten, van wie ze het idee hebben dat “ze hier niet thuishoren”, straks door een ANC-regering zullen worden voorgetrokken. “Vooral de oudere kleurling is bang voor het ANC. Ze associëren zwarten met geweld, atheïsme en een vreemde levensstijl. Geweld komt in de kleurlingengemeenschappen ook voor, wij hebben ook onze gangsteroorlogen, maar om in een kerk mensen dood te schieten met een AK-47: dat aanvaarden kleurlingen niet. Het maakt niet uit of dat een actie van het PAC of het ANC is: voor hen zijn het zwarten.”

Nu de apartheid is afgeschaft, zoekt de kleurlingengemeenschap een nieuwe identiteit. Splintergroepen willen een heuse 'bruine bewustzijnsbeweging' beginnen of streven met verwijzing naar 'de Zoeloes' en 'de Afrikaners' naar een eigen Republiek in de Kaap. Hun aanhang is te verwaarlozen, hun ontstaan een teken aan de wand.

De meest hechte gemeenschap binnen de kleurlingengroep zijn de moslims, die afstammen van de slaven die de Verenigde Oostindische Compagnie vanaf de zeventiende eeuw uit India, Celebes en Java naar het verversingsstation in de Kaap bracht. De eerste moslim-gemeenschap werd in 1694 gesticht door sjeik Yusuf uit Java. De sporen zijn niet verdwenen: de tweelingbroers Goossein en Hassan Emeran (58), schoolhoofd en oud-schoolhoofd, citeren Multatuli. Ze wonen met hun gezinnen in de Bokaap, de moslim-wijk die met haar witte huizen en moskeeën een unieke plek inneemt in de binnenstad van Kaapstad. In tegenstelling tot de kleurlingenwijk District Six in Kaapstad, die door de Nationale Partij-regering tot blank gebied werd verklaard en op de kerken na is afgebroken, bleef de Bokaap bestaan.

“De Bokaap is niet verwoest, omdat de Afrikaners altijd een groot respect hebben gehad voor de moslims”, zegt Goossein. “Ze zien in ons de deugden die ze zelf verloren hebben. Een parlementariër van de Konservatieve Partij zei me eens dat hij jaloers is op ons familieleven, de discipline van onze kinderen en het respect dat wij voor elkaar hebben. De Afrikaners hechten sterk aan die waarden, maar in hun rijkdom zijn ze hun levensstijl kwijtgeraakt.”

Hun religie maakte van de moslims een aparte groep, maar de apartheid dicteerde hun bestaan. Om kleine verzetsdaden kunnen ze nu nog lachen. Goossein had een blanke gymleraar op school. Voor de jaarlijkse sportdag kreeg hij dankzij zijn huidskleur bij de gemeente het stadion toegewezen dat alleen voor blanke scholen was bestemd. De kleurlingen-scholen moesten de tegenoverliggende atletiekbaan gebruiken. De autoriteiten ontdekten de fout en probeerden Goosseins school af te kopen: hij zou voor niets de atletiekbaan krijgen, als hij afzag van het stadion. Goossein weigerde, de affaire liep hoog op en haalde zelfs het parlement. Dat jaar mocht de school in het stadion. Goossein liep een ererondje om het te vieren. “Het was prachtig. Elk jaar zaten we onder het stof, maar die dag kwamen we schoon thuis.”

Goossein verwacht dat veel moslims niet zullen gaan stemmen. Ze zijn teleurgesteld dat het ANC in de onderhandelingen het op een akkoordje heeft gegooid met de NP. “De landkwestie is erg belangrijk voor moslims, en het ANC is daar minder duidelijk over dan het PAC (de zwarte linkse partij, die het land zonder compensatie wil teruggeven aan mensen die ervan zijn beroofd, red.). Anderen hebben religieuze redenen: het ANC is tegen de doodstraf en wij moslims zijn daarvoor. Als wij hier een strengere wetgeving zouden hebben, hoefden de blanken niet zo bang te zijn voor het zwarte gevaar. Maar de meeste mensen hier vrezen dat ze na de verkiezingen slechter af zullen zijn. Ze weten waartégen ze moeten stemmen - de apartheid - maar ze weten niet waarvóór ze moeten stemmen.”

De broers vinden het niet vreemd dat kleurlingen op hun voormalige onderdrukker zullen stemmen. Goossein: “De blanken zijn meer slachtoffers van de apartheid dan wij. Ze zijn ontmenselijkt. Ze hebben hun kinderen leren haten. We moeten hun vergeven, want vergiffenis is belangrijker dan gerechtigheid. Om die reden is het goed dat zwarten en kleurlingen op de Nationale Partij stemmen. Dan blijkt vergiffenis mogelijk, en dat is belangrijk voor de toekomst van Zuid-Afrika.”

    • Peter ter Horst