Het vege lijf 12

Plotselinge ziekte richtte in Helga's hoofd zo'n ravage aan, dat haar geheugen nog slechts functioneerde als een telefooncentrale waarin een bom is ontploft. Sommige aansluitingen verliepen feilloos, andere contacten leidden tot hevig gestoorde lijnen en weer andere leverden verkeerde verbindingen of doodse stilte op.

Familieleden, vrienden, artsen en verpleegsters spanden zich in om te ontdekken wat in deze wanorde nog normaal functioneerde. Soms slaagde zo'n poging, maar dikwijls leidde het tot reeksen misverstanden.

Helga droeg daaraan in belangrijke mate bij door de leemtes in haar geheugen op te vullen met haar strikt persoonlijke waarheden.

Als iemand vroeg hoe het met haar ging en ze zich niets van de voorafgaande dagen herinnerde, kon ze antwoorden dat het verschrikkelijk was dat nooit meer iemand bij haar op bezoek kwam. Soms geloofde een vriendin Helga in zo'n geval. Die besloot dan Helga's familie streng toe te spreken, omdat het een schandaal was Helga in haar toestand aan haar lot over te laten. De familie reageerde daarop verontwaardigd: dagelijks bezochten ze Helga. “Maar Helga zei dat er niemand meer kwam”, betoogde de vriendin, waarop ze te horen kreeg dat je Helga's woorden niet altijd ernstig kon nemen. Zij riep op haar beurt weer dat Helga maar al te vaak gelijk had en dat het godgeklaagd was om een mens niet ernstig te nemen. De familieleden zeiden dan dat het juist zaak was te ontdekken wanneer Helga waarheid sprak en wanneer niet. Ze moesten echter erkennen dat ook zij daarvoor geen methode wisten.

Sommige gevallen waren duidelijk. Helga kon zeggen dat haar sigarettenaansteker was gestolen, hoewel die voor haar op tafel lag. Of ze kon vertellen dat ze net een stevige wandeling had gemaakt, hoewel ze aan een invalidenwagentje was gekluisterd. Maar als Helga zei dat ze in een verpleeginrichting zat omdat haar zoon haar huis wilde verkopen en daarom niet wenste dat zij met een verpleegster in haar eigen woning trok, werd het gecompliceerder.

Een vriendin die toch al niet op die zoon gesteld was, informeerde bij de verpleging hoe dit precies zat. Toen ze daar te horen kreeg dat het verhaal onzin was, wendde ze zich tot de behandelend arts, die deze geschiedenis ook naar het rijk der fabelen verwees. Overtuigd dat iedereen meewerkte aan het complot van de zoon, wendde ze zich ten slotte tot de maatschappelijk werkster, die op haar beurt de zoon benaderde met de vraag of hij een voorstel had voor de manier waarop dit misverstand kon worden opgelost.

Maar problemen deden zich ook voor met de verpleging. Helga beklaagde zich voortdurend over haar dochter, die geen enkele aandacht voor haar zou hebben. Die dochter bezocht haar moeder met grote regelmaat en keek daarbij altijd vrolijk. Dat laatste zat de verpleegsters dwars, omdat het scherp afstak tegen Helga's treurnis. Ze klaagden bij de arts, die op zijn beurt de dochter ten behoeve van de gemoedsrust van de verpleging tot een minder opgewekte blik aanspoorde.

Toen bezoekers ter ondersteuning van Helga's geheugen alles in een schrift noteerden wat zij met de zieke besproken hadden, nam de verwarring verder toe. Wie Helga bezocht begon met het lezen van wat anderen hadden opgeschreven. Al te vaak leidde dat tot flinke ergernis. Zo las broer Jan :“Helga vertelt dat Jan zelfs geen chocolaatje voor haar meebrengt.” Hij bracht geen chocola mee, omdat Helga geen chocola mocht eten en werd razend omdat hij de notitie als een beschuldiging opvatte.

In de loop van jaren verbeterde Helga's geheugen, maar dat leidde niet tot vermindering van het aantal misverstanden. Helga diste weliswaar wat minder schijngestalten als waarheid op, maar zij misleidde vaker de zaak op een ingewikkelder manier. Zo vertelde ze zwaar hoestend dat ze adviezen om minder te roken had opgevolgd en nog maar vijftien sigaretten per dag gebruikte. Ze zei er niet bij dat ze in een apart tasje een pakje verborg waaruit ze de sigaretten haalde die ze buiten die vijftien rookte, maar die ze niet meetelde. Betrapt op haar gegoochel met het aantal gerookte sigaretten schaterde ze als een ondeugend kind en stak weer een sigaret op.