'Het is pas feest in Jericho als Yasser Arafat terugkomt'

JERICHO, 6 APRIL. Met de Palestijnse bestuursautonomie in het vooruitzicht zijn de zenuwen in Jericho zeer gespannen. In de straten van deze snikhete, kleine oase in de Jordaanvallei hing gisteren een naargeestige stemming. De handdruk tussen PLO-leider Yasser Arafat en premier Yitzhak Rabin in Washington op 13 september vorig jaar lijkt vergeten. In het centrum van Jericho, bij het plein tegenover het Israelische politiebureau, schoten Israelische soldaten vanuit tergend langzaam door de straten patrouillerende jeeps traangasgranaten en geluidsbommen naar stenen gooiende Palestijnse jongeren. Die renden voor hun leven, maar keerden telkens terug om opnieuw stenen naar het gehate politiebureau te gooien. Het bekende intifadah kat-en-muis-gevecht duurde een vol uur. Maar toen de zon zijn hoogste punt bereikte, viel plotseling een diepe stilte over de stad.

Een paar kilometer naar het oosten, bij de Allenby-brug, duurde het tot grote woede van de in de verzengende hitte wachtende familieleden en vrienden tot negen uur 's avonds voordat de Israelische grenspost de 26 Palestijnse ballingen doorliet die via Jordanië terugkeerden. Via Rafah, de grenspost met Egypte, keerden 23 ballingen terug naar de Gaza-strook.

Voor de Palestijnen in Jericho had dat een feestdag moeten zijn. Maar PLO-leider Yasser Arafat, die volgens geruchten in Jericho op 15 mei zijn triomfantelijke entree in de stad zal maken, had anders beslist. Hij gaf Al-Fatah de opdracht de ballingen zo sober mogelijk in te halen. Na de massamoord in de moskee van Hebron op 25 februari past het niet om feest te vieren, ook al gaat het om de terugkeer 'naar Palestina' van de organisatoren van de intifadah, zo luidde de boodschap uit Tunis. En dus nam Jericho gisteren het gezicht aan van een intifadah-stakingsdag. Op het ritme van de ontploffende granaten lieten de winkeliers hun ijzeren luiken voor de etalages zakken. Plotseling was Jericho akelig kaal. Kleurrijke Palestijnse vlaggen, die wat vrolijkheid aan het stadsbeeld hadden kunnen geven, waren in het centrum niet te bespeuren.“De situatie in Jericho is nu erg slecht”, zegt de 60-jarige Samira Shukeiri, een nicht van Achmed Assad Shukeiri, de eerste voorzitter van de PLO. “Wij hebben geen geduld meer. We kunnen niet wachten totdat de Israelische soldaten en politieagenten die ons leven verzuren, zijn vertrokken. Daarom gooien de jongeren stenen naar het politiebureau. Wij zijn de bezetting zat. Genoeg is genoeg.” De terugkeer van de ballingen vindt ze een goed teken. “Eindelijk gebeurt er wat, eindelijk krijgen we het gevoel dat de situatie gaat veranderen. Ja, als Yasser Arafat naar Jericho komt en zijn hoofdkwartier vestigt in het Hisham-palace hotel (tegenover haar huis), dan zal er groot feest in Jericho zijn.” Maar dan zegt Samira Shukeiri bedachtzaam: “We zijn natuurlijk nooit door Yasser Arafat bestuurd...”

Pag.4: 'We zijn verloren als het een Libanese situatie wordt'

De journaliste Rana al-Husseini (27) vertelt dat de massa-moord in de moskee in Hebron op 25 februari Yasser Arafats populariteit in Jericho sterk heeft aangetast. “Sedertdien is er bitterheid over de stad gekomen. Wij zijn echt doodsbang voor de gewapende kolonisten die door de stad rijden. Als de zon is ondergegaan, wordt op de weg die door Jericho naar Tiberias loopt vaak gevochten tussen onze jongeren en het leger. Auto's van kolonisten worden bekogeld. Soldaten schieten terug. Vannacht was het verschrikkelijk. Ik heb geen oog dicht gedaan.” Rana, moeder van twee zoontjes, is er niet zo zeker van dat de Palestijnse bestuursautonomie Jericho rust zal brengen. “Er is zoveel onderlinge haat nu. Hamas is overal en ik heb mensen horen zeggen dat Yasser Arafat een hond is die moet worden vermoord. Ja, vermoord. Ik ben zo bang voor onderling bloedvergieten. Als het hier een Libanese situatie wordt zijn we verloren.”

Om drie uur 's middags is het nog onzeker hoe laat de bus met de Palestijnse ballingen over de Allenby-brug naar Jericho zal komen. De 56-jarige Elafi uit een dorpje op de Westelijke Jordaanoever wacht met engelengeduld op de komst van zijn neef Ahmed Jaber, die in 1988 als een van de organisatoren van de intifadah werd uitgewezen. “Wij smeken God dat alle ballingen terugkomen. Wij hopen dat alle overeenkomsten tussen Israel en de PLO zullen worden uitgevoerd. Als we onze vrijheid nemen, zal er vrede met de joden komen. Maar de joden moeten bewijzen dat ze vrede willen. De massamoord in Hebron mag het vredesproces beslist niet stoppen.” Een vraag over de opkomst van Hamas op rekening van de PLO in de bezette gebieden brengt hem in verlegenheid. “Als iedereen ziet dat de vrede goed en juist is, zal dat ook Hamas beïnvloeden.” Meer wil hij er niet over zeggen.

Tegen vier uur valt er van de ballingen nog niets te bespeuren. Leden van het PLO-kantoor in Jericho zeggen dat de terugkeer in Ein Djouk, een restaurant bij een waterbron, zal worden gevierd. De bus met ballingen, die een feestelijke intocht in Jericho had kunnen maken, zal daar via een binnenweg naar toe rijden.

Palestijnse jongeren dansen bij het zwembad naast het restaurant een debka op de muziek van een Palestijns lied. In een hoekje zit een man met een pet op waarop in gouddraad het woord “freedom” staat geborduurd. Hier, een paar kilometer buiten Jericho, heerst wel een feestelijke stemming. Als de bus met ballingen om negen uur eindelijk komt, wordt er gejuicht, gehuild, uitbundig met Palestijnse vlaggen gezwaaid. De ogen zijn gericht op Hanan A-Dik, de dochter van de in 1988 in Tunis door een Israelisch commando vermoorde Palestijnse leider Halil El Wazir, beter bekend als Abu Jihad. Ze maakt een V-teken. “Ik ben blij de grond van mijn vaderland onder mijn voeten te hebben”, zegt ze.