Het IRT-debat

DE TOCH AL niet eenvoudige kwestie van de opheffing van het Interregionaal rechercheteam Noord-Holland/Utrecht is tijdens het wachten op de zere rug van minister Hirsch Ballin (justitie) verder gecompliceerd.

De omstreden werkmethode, die door de Commissie-Wierenga vrij resoluut als niet relevant was afgedaan, blijkt wel degelijk vragen op te roepen. Naar wat er inmiddels bekend is geworden betrof Operatie Delta het “runnen” van een informant in een misdadige organisatie, die met medeweten van politie en justitie grote hoeveelheden hasj importeerde. Om werkelijk door te dringen tot de top van het syndicaat zou hij echter ook een grote hoeveelheid cocaïne hebben moeten bestellen.

Gezien de hoeveelheden die worden genoemd - enkele tienduizenden kilo's hasj en een paar duizend kilo cocaïne - kan niet worden voorbijgegaan aan de vraag welke risico's een rechtsstaat mag nemen bij de drugsbestrijding. Wat zijn bijvoorbeeld de waarborgen dat dergelijke partijen niet toch op de markt komen? De operationele details zijn door de commissie zorgvuldig afgeschermd in een geheim rapport. Maar de minister van justitie moet daarvan toch op de hoogte zijn om zijn politieke eindverantwoordelijkheid te kunnen waarmaken.

BLIJKENS RECENTE berichten worstelt het openbaar ministerie met vragen over bijzondere en riskante opsporingsmethoden zoals 'kijkoperaties' (inbraken bij personen tegen wie bepaalde vermoedens bestaan), het plaatsen van afluisterapparatuur en het inrichten van zogeheten 'front stores': door de politie gedreven dekmantel-bedrijven. Dat is een reden te meer om de bewindsman op zijn ministeriële verantwoordelijkheid aan te spreken. Toen bijna tien jaar geleden de undercover-agent bij ministeriële brief vorm kreeg, werd dit door de Tweede Kamer min of meer voor kennisgeving aangenomen. Die terughoudendheid valt niet langer vol te houden als het parlement werkelijk greep wil houden op de kwaliteit van de rechtshandhaving.

In de IRT-affaire wijst iedereen naar elkaar. Voor de een is Amsterdam een staat in de staat, voor de ander zijn de gezagsdragers over de politie tekortgeschoten, voor een derde bewezen zij juist hun kaliber door Operatie Delta af te blazen. Bij het komende Kamerdebat dient centraal te staan dat de verschillende varianten elkaar niet uitsluiten. Op de agenda staan zowel de eigenzinnigheid van het Amsterdamse politiekorps als een gezagsvacuüm wat betreft de burgemeesters en het openbaar ministerie als de grenzen van kwetsbare opsporingsmethodes. Uiteraard gelden onverminderd de politieke verantwoordelijkheden voor ieder van deze beleidslijnen.

MAAR OP DE agenda staat ook de vraag of de bestuurlijke organisatie met haar versnipperde verantwoordelijkheid eigenlijk nog toekomst heeft als het gaat om bestrijding van ernstige criminaliteit. Een minister van binnenlandse zaken, een minister van justitie, diverse burgemeesters, hoofdcommissarissen - zij allen praten niet alleen, maar besluiten en sturen mee. Voor het parlement - de wetgevende macht - is het niet zo handig wanneer de uitvoerende macht zich in een dichte mist bevindt van wat zo mooi heet 'gespreide verantwoordelijkheid'.