Het gerucht

LANGE RIJEN Pakistanen, uit heel West-Europa haastig naar Nederland gekomen in de verwachting dat ze hier voor duizend gulden een verblijfsvergunning konden kopen, hebben de schemerwereld van het Europese illegalencircuit even voor iedereen zichtbaar gemaakt. Met taxi's, met uitpuilende auto's en met busjes voorzien van Duitse, Franse en Belgische kentekens kwamen de Pakistanen naar hun ambassade in Den Haag, naar de vreemdelingendienst in Amsterdam en Rotterdam. Net als de duizenden Turken die zich vorige week in de openbaarheid hadden begeven omdat ze in de koffiehuizen hadden opgevangen dat ze hun verblijf konden legaliseren, werden ze door de politie verspreid en verdwenen ze opnieuw in de illegale-gastarbeidersmarkt. Zo was het ook anderhalf jaar geleden, na de Bijlmerramp, toen het verblijfsvergunningstoerisme naar Amsterdam op gang kwam nadat burgemeester Van Thijn had toegezegd dat illegale bewoners van de getroffen flats voor legalisatie in aanmerking kwamen. Dat betrof vooral Ghanezen.

Het gerucht bleek deze keer vals te zijn. Maar de werkelijkheid van de illegalen in West-Europa is dat allerminst. Vrij plotseling krijgt West-Europa te maken met een verschijnsel dat in ontwikkelingslanden al jaren bekend is en waarover talrijke studies zijn verschenen: de migratie van het 'platteland' naar de 'stad'. São Paulo, Mexico-stad, Bombay, Jakarta, Lagos of andere miljoenensteden hebben een grote aantrekkingskracht op migranten uit het binnenland die maatschappelijk vooruit willen komen. Ze worden daarbij vaak geholpen door ronselaars ('slepers'), die migranten geld uit de zak kloppen, die papieren en stempels beloven, die transport, huisvesting en werk regelen. En door ambtenaren die tegen betaling zorgen voor de nodige vergunningen.

OP INTERNATIONALE schaal tekenen zich ook dergelijke migratiestromen af, inclusief ronselaars en corruptie. Niemand kent precies de omvang, maar zolang in West-Europa de uitstoot van legale arbeid aan de onderkant van de samenleving onverminderd doorgaat, blijft de vraag naar illegale arbeid groot. Daar komen ondernemende arbeidskrachten uit arme landen op af. Rechtstreekse lijnvluchten, contacten met geëmigreerde familieleden, de uitstraling van Westerse media en, niet in de laatste plaats, de impliciete boodschap van alle ontwikkelingshulp dat hier welvaart voor iedereen bestaat, versterken de economische prikkels om te vertrekken.

De Westeuropese samenlevingen weten zich met dit verschijnsel geen raad. De verzorgingsstaat, opgezet om de arbeidersklasse in eigen land sociale zekerheid te bieden, is niet toegerust voor de opvang van migranten uit de Derde wereld en is zowel oorzaak als slachtoffer van de toestroom van illegale arbeidskrachten. In het nationale politieke discours verhardt de taal, zonder dat dit praktische gevolgen heeft. De Europese Unie heeft de binnengrenzen geopend en verzuimd een gecoördineerd immigratie- en vreemdelingenbeleid op te zetten. Tussen deze nationale onmacht en bovennationale onwil bewegen zich de even onmisbare als illegale arbeidskrachten.