Gynaecologen: abortuswet verruimen

ROTTERDAM, 6 APRIL. De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) vindt dat de abortuswet moet worden gewijzigd om zwangerschappen waar kinderen met zeer geringe levenskansen uit zullen voortkomen ook na de 24-ste week nog af te kunnen breken. De NVOG schrijft dit in het concept-rapport 'Late zwangerschapsafbreking'. Het rapport is vorige week door de ledenvergadering van de NVOG unaniem aanvaard en wordt binnenkort gepubliceerd.

De vrouwenartsen worden ongeveer 200 keer per jaar geconfronteerd met wat zij noemen een 'uitzichtloze zwangerschap', een zwangerschap van een kind dat zo zwaar is gehandicapt dat het slechts enkele uren of hoogstens een jaar in leven zal blijven.

“Wij moeten een echtpaar nu motiveren om zo'n zwangerschap te voldragen, want volgens de wet is het doodslag om na de 24-ste week een zwangerschap af te breken,” aldus de secretaris van de NVOG, de gynaecoloog F. Coelingh Bennink. “Wij beschouwen dat als een lacune in de wetgeving. Die is overigens pas de laatste jaren ontstaan. Door verbetering van apparatuur voor echoscopie met geluidsgolven en aansluitende mogelijkheden voor gen- en chromosoomonderzoek komen er nu al voor de geboorte afwijkingen aan het licht die vroeger pas bij de geboorte duidelijk werden. Toch gebeurt dat vaak pas na de 24-ste week, in een laat stadium van de zwangerschap, als de zwangercshap wat moeilijk gaat verlopen en de zwangere vrouw naar de gynaecoloog wordt doorverwezen.”

Onder de handicaps die tegenwoordig met echoscopie en vruchtwateronderzoek aantoonbaar zijn behoren ernstige vormen van waterhoofd, vaak gecombineerd met een open ruggetje (spina bifida), bepaalde vormen van drievoudig voorkomende chromosomen (maar niet trichosomie 21 waar mongooltjes mee worden geboren), vormen van dwerggroei en van anencefalie (hersenloosheid).

Coelingh Bennink: “Deze kinderen krijgen tegenwoordig, als ze na een normale zwangerschap worden geboren, na overleg met de ouders, meestal een plaatsje op de couveuse-afdeling van een ziekenhuis. Ze krijgen wel verzorging, warmte en vocht, maar geen levensverlengende behandeling. Ze sterven veelal na korte tijd in de armen van hun ouders.”

Coelingh schat dat ongeveer driekwart van de ouders tegenwoordig al voor de bevalling weet of ze een baby zullen krijgen die niet lang zal leven. “Niet ieder paar weet het van tevoren. Er zijn zwangeren die een normale zwangerschap onder begeleiding van de vroedvrouw of huisarts doormaken en volkomen onverwacht een zwaar gehandicapt kind krijgen.” Het NVOG-rapport pleit niet voor echoscopie voor alle zwangere vrouwen.

De NVOG verstaat onder 'late zwangerschapsonderbreking' geen mechanische abortus provocatus zoals die voor de 24-ste week wordt uitgevoerd en waarbij de vrucht wordt vernietigd. Coelingh Bennink: “Bij zo'n late zwangerschapsafbreking zullen we de bevalling inleiden. De vrouw maakt dus een normale bevalling door, alleen veel eerder dan voorzien. Er zal een levend kind ter wereld komen, dat waarschijnlijk sneller zal sterven dan een zwaar gehandicapt kind dat na een voldragen zwangerschap ter wereld komt.”

Het standpunt van de vrouwenartsen is in overeenstemming met eerdere rapporten over levensbeëindiging van 'zwaar defecte pasgeborenen' van de Koninklijke Maatschappij Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en de Nederlandse kinderartsen. Volgens Coelingh Bennink zal het NVOG-bestuur gesprekken aanknopen met het ministerie van justitie en de politiek om de wens tot wijziging van de abortuswet te bepleiten.