Gronings verdriet raakt zelfs de Friezen

HEERENVEEN, 6 APRIL. Degradatievoetbal kent zijn eigen wetten. De grootste knokkers handhaven zich. Zo weet een Heerenveense invaller wat hem te doen staat, wanneer hij het veld betreedt. Gert-Jan Verbeek rent als een dolle stier over de Groningse speelhelft. Hij krijgt de toeschouwers op de banken en drijft de tegenstander in het nauw. Hij is de belichaming van de Friese voetbalziel. Heerenveen wint met 2-0 van FC Groningen en lijkt behouden voor de eredivisie.

Verbeek was ook degene die zijn ploeggenoten moest opbeuren na het smadelijke verlies bij Volendam. De Friese trots, zo goed begonnen afgelopen najaar, was afgezakt naar de veertiende plaats. Trainer Foppe de Haan had afgelopen week in zijn routinier een belangrijke steunpilaar. Verbeek stond op, daar waar echte voetballers als Schaap en Echteld zich verscholen.

Bij Groningen staat niemand op. De club is na het vertrek van trainer Westerhof weggezakt naar de middenmoot, onder trainer Vonk uitgegleden naar de onderste regionen. Het Groningse spel is voorspelbaar, zonder bezieling. Daar kan geen reserve wat aan veranderen. Ondanks het schijnbare veldoverwicht waarover Vonks tijdelijke opvolger Koevermans na afloop sprak. Zijn aanstaande vervanger Hans Westerhof weet wat hem volgend seizoen te wachten staat. Hij kan van onderaf beginnen. “Maar dat was in '88 ook zo, toen ik bij FC Groningen kwam. Toen stond de club ook op degraderen. Een jaar later speelden we Europees voetbal.”

Westerhofs vriendelijke houding strookt aardig met die van zijn vroegere collega De Haan. Samen gaven ze in Heerenveen les aan het CIOS. Twee bescheiden voetbaltrainers bij twee bescheiden clubs. Met dat verschil dat het geboren optimisme bij Heerenveen een vervolg krijgt binnen de lijnen. Rare schoffelaars als Verbeek en Maarten de Jong geven Heerenveen kleur. Begaafde spelers als Tammer en Regtop geven Heerenveen smaak. En de toeschouwers zijn al even dwaas, met boottochten naar Rotterdam en Volendam als bewijs van eeuwige trouw.

Beide clubs kunnen steunen op een grote achterban. Bij de een is het wekelijks feest. Toen Heerenveen drie jaar geleden degradeerde naar de eerste divisie, stonden spelers en bestuursleden lallend in de kleedkamer. Het verlies was ingecalculeerd. Misschien hadden ze een vooruitziende blik, want twee seizoenen later promoveerde Heerenveen via de nacompetitie naar de hoogste afdeling. Een promotie die nog even in de vergetelheid raakte toen de Friese trots de bekerfinale bereikte. Heerenveen is cult, het Ajax van het noorden.

FC Groningen trekt nog steeds bezoekersaantallen waarop het gros der eredivisieclubs trots zou zijn. Maar de tienduizend getrouwen krijgen de laatste jaren weinig vermakelijks voorgeschoteld. Herkenbare spelers als De Wolf, Eykelkamp, Meijer en Djurovski zijn vertrokken. Oudere waterdragers als Roossien en Olde Riekerink geven nu de leiding aan de onervaren selectie. Gisteren waren de twee tot overmaat van ramp geschorst.

Westerhof miste individuele acties, zo verklaarde hij in de catacomben. Hij is inmiddels op zoek naar verse krachten uit de eerste divisie. Die moeten FC Groningen nieuw elan geven. De armlastige club heeft geen geld voor het aantrekken van echte topspelers. En Westerhof beseft maar al te goed dat de beste subtoppers alleen van club veranderen wanneer de eredivisie lonkt. “Het gaat er niet alleen om dat wij ze willen, maar vooral of ze zelf willen.” Als Groningen degradeert moet de technische leiding op zoek naar jeugdig talent in de omgeving. “Dan wordt de weg terug heel erg lang.”

Met nog zes duels in het vooruitzicht heeft Groningen drie punten achterstand op VVV. Mocht deze inhaalrace mislukken, dan wacht een halve competitie met twee periodekampioenen uit de eerste divisie. Een troostronde voor de club die nog niet zo lang geleden verhitte duels speelde voor de Europa Cup. Dat FC Groningen zo diep is gezonken, daar kan zelfs een rechtgeaarde Fries niet blij mee zijn. Een diepgewortelde afgunst is gebaat bij eerlijke concurrentie.

    • Jaap Bloembergen