Dreigement voor IRT-debat; CDA: positie Hirsch Ballin niet aantasten

PAG.2 GESPREK LUBBERS; PAG.11 RECHERCHETEAM; PAG.13 HOOFDARTIKEL

DEN HAAG, 6 APRIL. Het CDA waarschuwt coalitiepartner PvdA de positie van CDA- minister Hirsch Ballin (justitie) morgen tijdens het IRT-debat in de Tweede Kamer niet ter discussie te stellen. Doet de PvdA dat wel dan zal het CDA van zijn kant de positie van PvdA-minister Van Thijn (binnenlandse zaken) aan de orde stellen.

De CDA-fractie houdt Van Thijn in gelijke mate verantwoordelijk voor mogelijke fouten die zijn gemaakt bij de opheffing van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/ Utrecht (IRT). Fractiespecialist Van der Heijden spreekt in dit verband van een “twee-eenheid” van de bewindslieden. Met dit dreigement is de politieke spanning over het verloop van het debat toegenomen.

PvdA-fractiewoordvoerder Stoffelen kondigde gisteravond aan dat hij kritische vragen zal stellen aan minister Hirsch Ballin. De VVD heeft al aangekondigd morgen een motie van afkeuring te zullen indienen tegen Hirsch Ballin. D66, GroenLinks en de kleine Christelijke partijen zeggen die motie te zullen steunen wanneer het antwoord van de minister onvoldoende is.

Gisteren werd bekend dat premier Lubbers vervroegd terugkeert uit Indonesië om deel te nemen aan de beraadslagingen met de Kamer. Het debat wordt rechtstreeks door de Nos-televisie uitgezonden.

De commissie-Wierenga, die onderzoek heeft gedaan naar de achtergronden van de opheffing van het IRT, heeft gisteren een aanvullende brief gestuurd aan de ministers Hirsch Ballin en Van Thijn. Daarin herhaalt de commissie haar eerdere conclusie dat de omstreden werkmethode die tot opheffing van het IRT zou hebben geleid, toelaatbaar was en daarom “niet kan worden beschouwd als de oorzaak van de ontbinding van het IRT”. Indien de werkmethode inderdaad onrechtmatig was, zou het besluit van de Amsterdamse politie- en justitietop om het team te ontbinden terecht zijn geweest. Daarmee zou ook de verwijtbaarheid van de ministers van justitie en van binnenlandse zaken vervallen.

De commissie-Wierenga schrijft in de brief dat vorig jaar januari binnen het IRT is gesproken over het toelaten van de invoer van een partij cocaïne met medewerking van een informant van de politie. De IRT-informant werd gebruikt bij de invoer van grote partijen soft drugs voor een Nederlandse criminele organisatie, de zogenoemde Delta-groep. Volgens de commissie-Wierenga is er feitelijk nooit sprake geweest van de invoer van hard drugs.

Justiie heeft bevestigd dat de Nederlandse politie zonder toestemming van de rechter-commissaris inbraken pleegt in schuren, loodsen en garageboxen van verdachten om vooral bij belangrijke drugszaken bewijsmateriaal te verzamelen. De bewindslieden van justitie en binnenlandse zaken zeggen te verwachten dat de Hoge Raad deze methode binnenkort zal accepteren.

Pag.3: Amsterdamse korps staat ter discussie

In het Kamerdebat speelt morgen ook het handelen van de Amsterdamse politie een rol. Hoge ambtenaren van het departement van justitie, die anoniem wensen te blijven, laken het strategisch lekken door dit korps van geheime informatie uit IRT-stukken. “De mentaliteit van de Amsterdamse politie is dat ze veel schade aanrichten als dat in hun kraam te pas komt. Al het andere kan ze kennelijk niks schelen. Binnenkort leggen ze nog een pakje coke bij ons in de brievenbus en komen ze het met de pers erbij eruit halen. Ze zijn tot veel in staat.”

Volgens de voormalige Amsterdamse politiecommissaris K. Sietsma, de bedenker van het het Interregionaal Rechercheteam en inmiddels werkzaam inm het bedrijfsleven, ligt de schuld voor het mislukken en de opheffing van het IRT bij het Amsterdamse politiekorps. Het grootste obstakel voor de politiesamenwerking vormde volgens Sietsma zijn oude werkgever: de Amsterdamse politie. “Amsterdam heeft een arrogante greep naar de macht gedaan. Het heeft er veel aan gedaan om het IRT op te slokken binnen het eigen korps.”Sietsma is van mening dat de onderzoekscommissie “in het algemeen goed werk heeft verricht. In hun analyse slaan ze regelmatig de spijker op hun kop”.