Boymans eert vergeten 'constich plaedtsnijder' Cort

Tentoonstelling: 'Cornelis Cort, een constich plaedtsnijder' tm 1 mei 1994 in Museum Boymans-van Beuningen, Mathenesserlaan 18-20 Rotterdam

ROTTERDAM, 6 APRIL. Hoewel zijn naam in de zestiende eeuw van Antwerpen tot Rome beroemd was, zijn over het leven van de Nederlandse 'plaedtsnijder' Cornelis Cort bitter weinig feiten bekend. Het werk van Cort dat momenteel in museum Boymans van Beuningen te zien is, maakt evenwel duidelijk waarop die roem gebaseerd moet zijn geweest. In meer dan zeventig prenten wordt - bijna letterlijk - de hand van de meester tot leven geroepen. Turend naar de minutieuze lijntjes wordt de kijker iets gewaar van de precisie en concentratie waarmee Cort meer dan vier eeuwen geleden zijn burijn in een koperen plaat gedreven heeft. “Een beweeglijke, enigszins groffe lijnvoering met een nadrukkelijke, bijna sculpturale dieptewerking en een geprononceerde licht- donkerwerking” omschrijft Manfred Sellink het vroege werk van de graveur in de (tweetalige) tentoonstellingscatalogus. De kwalificatie 'grof' is niet meer van toepassing op het latere werk van Cort. Hij beheerste een uiterst moeilijke techniek die 'schwellende Taille' genoemd wordt en waarbij de graveur de dikte van de lijnen varieerde door de druk op zijn burijn toe of af te laten nemen.

Cornelis Cort werd in 1533 of 1536 in Hoorn geboren. Als jongeman trok hij naar Antwerpen, destijds een vooraanstaand centrum van graveerkunst. Hier ging hij werken 'In de Vier Winden' de uitgeverij van Hieronymus Cock. Deze hield er een moderne, welhaast fabrieksmatige, bedrijfsvoering op na en beperkte zich niet tot het uitgeven van eigen werk. Cock beschouwde - meer dan zijn voorgangers - een prent als een collectief produkt en had voor tekenen, graveren en drukken dan ook verschillende specialisten in dienst. De vraag wie de maker van een prent is kan zelden eenduidig beantwoord worden; verschillende prenten op de tentoonstelling zijn voorzien van de namen van de tekenaar ('inventor'), de graveur èn de uitgever. Cort was vrijwel nooit als 'inventor' actief. Hij graveerde vooral naar werk van andere kunstenaars. Die leverden ontwerpen of benaderden Cort met het verzoek hun werk in beeld te brengen. 'De bekendheid van kunstwerken was van prenten afhankelijk.' zegt Boymans-medewerkster Marguerite Tuijn. “Fresco's of schilderijen waren doorgaans moeilijk toegankelijk. Geïnteresseerden konden daar alleen dankzij die prenten kennis van nemen. De landschapschilder Girolamo Muziano had zijn reputatie zelfs voor een groot deel te danken aan de tien gravures die Cort naar zijn werk maakte.”

Cort graveerde bijbelse en mythologische taferelen. Aanvankelijk nam hij daarbij Vlaamse meesters (vooral Frans Floris) als voorbeeld, maar vanaf 1565 werkte hij vrijwel uitsluitend naar Italiaanse kunstenaars. Voorzien van aanbevelingsbrieven was hij dat jaar naar Venetië gereisd en bij Titiaan in dienst getreden. Een jaar later vestigde Cort zich te Rome, waar andere kunstenaars en uitgevers spoedig van zijn diensten gebruik maakten. Tuijn: “Hij is op een zeer gunstig tijdstip in Italië aangekomen. Bijna alle vooraanstaande Italiaanse graveurs waren kort daarvoor overleden, of uit Rome vertrokken.”

Tot het meest in het oog springende werk dat Cort te Rome maakte behoren twee gravures van de strijd tussen de krijgsheren Hannibal en Scipio bij Zama. Het zijn woeste taferelen waarop te zien is hoe de Carthagers vanaf de ruggen van hun olifanten pijlen afschieten op de Romeinse soldaten. Dat Scipio deze slag won zou te maken hebben met de luide trompetstoten en brandende fakkels waarmee zijn troepen de olifanten schrik wisten aan te jagen. Tuijn: “Door die fakkels moet Cort hebben gedacht dat de slag 's nachts plaatsvond. Dat bleek een misverstand. Om zijn fout te herstellen heeft hij toen een tweede versie gemaakt die zich overdag afspeelt.”

Over het verblijf van Cort in Rome is weinig meer bekend dan de opmerking van de Utrechtse kunstliefhebber Buchelius die hem een losbandige levenswandel toedicht. Uit de schaarse bezittingen die bij het overlijden van Cort in 1578 genoemd werden in zijn boedelinventaris, mag worden worden geconcludeerd hij in armoede is gestorven.

Vrijwel alle prenten op de tentoonstelling zijn afkomstig uit de enorme collectie (bijna dertigduizend bladen) grafiek die J.C.J. Bierens de Haan in 1951 aan Boymans van Beuningen naliet. De tentoonstelling is dan ook een eerbetoon aan deze prentenverzamelaar die in 1948 al eens een monografie over het werk van Cort publiceerde.

    • Erik Spaans