Basisstelsel van VVD vergroot keuzevrijheid

Oud-minister Jan de Koning (CDA) schreef op 2 april op deze pagina een 'recensie' van het verkiezingsprogramma van de VVD. Hij vindt het programma 'niet solidair'. Lijsttrekker Frits Bolkestein van de VVD geeft zijn reactie.

Oud-minister Jan de Koning, als geen ander verantwoordelijk voor het sociaal beleid dat in Nederland in de jaren tachtig is gevoerd, betoogt dat het VVD-programma aanstuurt op “Amerikaanse toestanden”. Maar in dezelfde editie van NRC Handelsblad stond een artikel met als kop: 'Banengroei in VS op hoogste peil in zes jaar'. Zou er dan toch een les te trekken zijn uit de economie van dat vermaledijde Amerika?

Veel Europese ogen kijken meewarig naar de Verenigde Staten “met hun hamburgereconomie van laagbetaalde banen”. Maar in Europa is de werkloosheid twee keer zo hoog als in de VS en is zij na elke recessie hoger. Onder laaggeschoolden is de werkloosheid drie of vier keer zo hoog als onder beter opgeleiden. Hadden wij die hamburgereconomie dus maar!

Wat Nederland nodig heeft, is lagere arbeidskosten, deregulering van de arbeidsmarkt en meer prikkels om aan het werk te gaan. Verlaging van de arbeidskosten is niet mogelijk zonder modernisering van de sociale zekerheid. De Koning erkent dat ook. Ook hij wil de sociale zekerheid “opnieuw opbouwen en enten op de eisen van deze tijd”.

Wat zijn dan die 'eisen van deze tijd'? Ook dat geeft De Koning aan, waar hij schrijft dat “verantwoordelijkheid en persoonlijke keuzevrijheid te veel zijn weggereguleerd”. Dat is precies de reden waarom de VVD de sociale zekerheid wil omvormen tot een basisstelsel.

In zo'n basisstelsel staat de overheid borg voor een basisuitkering in geval van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, waarbij de persoon in kwestie zich kan bijverzekeren zoals hem goeddunkt. Dat is die persoonlijke verantwoordelijkheid en keuzevrijheid die ook De Koning zegt te willen.

Omdat bestaande gevallen zich niet kunnen bijverzekeren, zou het basisstelsel alleen gelden voor nieuwe gevallen. En omdat de overheid minder uitkeert dan nu, zullen de collectieve premies dalen, zodat men ook de financiële ruimte krijgt om een aanvullende verzekering te betalen.

Er zijn twee belangrijke terreinen waar een basisstelsel al bestaat. Ten eerste voor hen die ouder zijn dan 65 jaar. De AOW is een basispensioen dat collectief is geregeld. Daarboven kan men zorgen voor een aanvullend pensioen en tachtig procent van de huidige ouderen hebben dat ook. Het tweede terrein is dat van de vijfhonderdduizend zelfstandigen in ons land. Bij arbeidsongeschiktheid hebben zij slechts recht op de AAW-basisuitkering. Voor de rest moeten zij zelf zorgen. Lijdt de Nederlandse middenstand aan 'Amerikaanse toestanden'?

Een basisstelsel verhoogt voorts de rechtszekerheid. De afgelopen jaren heeft de overheid zonder ophouden aan de uitkeringen geknaagd omdat zij meer heeft verzekerd dan zij kan betalen. Maar aan een privaatrechtelijke verzekering kan niet worden getornd, of de verzekeraar wordt voor de rechter gesleept.

Het is dan ook geen wonder dat het basisstelsel door velen wordt voorgestaan. De Konings voormalige directeur-generaal Lamers heeft het basisstelsel verdedigd onder de naam 'tweetrajectenstelsel'. De Koning zal zich dat herinneren. In 1984 schreven de heren Wöltgens, Ritzen en Van Kemenade - toch niet de geringste leden van de PvdA - een rapport, 'Om een werkbare toekomst' geheten, dat rigoureuzer was dan het basisstelsel dat de VVD nu voorstaat.

Op dit punt kan de VVD dus moeilijk worden beschuldigd van nieuwlichterij. Integendeel: het basisstelsel is onvermijdelijk en steeds meer mensen zien dat in. Ook de AbvaKabo, de grootste vakbond van Nederland, verdedigt het nu.

Maar terzake van de uitwerking lopen de meningen uiteen. Jan de Koning wil de aanvullende ('bovenwettelijke') verzekering laten organiseren door de sociale partners. Vervolgens moet in zijn visie de overheid deze afspraken dwingend opleggen aan de gehele bedrijfstak, dus ook aan bedrijven die de CAO niet hebben ondertekend.

In deze corporatistische visie verwordt de overheid tot een willoos instrument van de sociale partners. Als private afspraken tussen werkgevers en vakbonden door de overheid collectief verplicht worden gesteld, kan er natuurlijk geen sprake zijn van de 'verantwoordelijkheid en persoonlijke vrijheid' die De Koning zegt te willen. Hij blaast maar wil tegelijk het meel in de mond houden.

Jan de Koning is ook conservatiever dan zijn lijsttrekker Elco Brinkman. Uit een recent vraaggesprek met het ANP blijkt dat mijn collega de aanvullende verzekering wil organiseren per bedrijf. Het ene bedrijf is het andere niet, zegt Brinkman terecht, en dus moet er ruimte zijn voor een gedifferentieerde aanpak. Met de VVD is daar zeker over te praten, mits de persoonlijke keuzevrijheid behouden blijft.

De aanval van De Koning op het VVD-verkiezingsprogramma kan niet verhullen dat het CDA tot op het bot verdeeld is over de toekomst van de sociale zekerheid. Want uit alles blijkt dat de christen-democraten buitengewoon onzeker zijn over de te volgen koers.

Het concept-programma van het CDA bevatte slechts 9 miljard gulden aan ombuigingen. Het was in feite een 'pappen-en-nathouden'-pakket, al werd het door ronkende, rechtse teksten begeleid. Toen dit pakket volstrekt onvoldoende bleek, werden de ombuigingen plotsklaps meer dan verdubbeld. Maar omdat het CDA terugdeinst voor een echte herstructurering, zagen de christendemocraten zich gedwongen de ambtenaren, de zorgsector en de AOW vier jaar lang te bevriezen. Na alle commotie die daarop volgde, heeft het CDA de plannen inzake de AOW en de huursubsidie weer afgezwakt. Niemand weet precies hoe, want op een nieuwe doorrekening van het Planbureau wachten we nog steeds. Ten slotte geeft collega Brinkman de laatste weken voortdurend signalen af dat hij een herstructurering van de sociale zekerheid wil. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar ook die plannen zijn niet of nauwelijks onderbouwd.

Wat het CDA echt wil, is voor een buitenstaander nauwelijks te bevroeden en voor veel CDA'ers al evenmin. Het is te hopen dat Brinkman en de zijnen uiteindelijk echt zullen kiezen voor meer 'verantwoordelijkheid en persoonlijke keuzevrijheid'. Want de tijd van de grote organisaties loopt ten einde. Zo'n honderd jaar geleden ontstonden zij: de grote landbouworganisaties, de grote vakbonden en ook de grote partijen. De verzuiling is voorbij, de overleg-economie zit op een dood spoor, het corporatisme van De Koning is uit de tijd en ook de politieke partijen krijgen een andere rol te spelen. Het is tijd voor een nieuw maatschappelijk compromis.