Achterban CDA ziet in Brinkman geen premier

DEN HAAG, 6 APRIL. Een meerderheid van de CDA-achterban vindt dat lijsttrekker L.C. Brinkman geen minister-president moet worden, maar in de Tweede Kamer moet blijven. Diezelfde achterban wijst, eveneens in meerderheid, een oppositionele rol voor haar partij af.

Dat blijkt uit een opinieonderzoek dat het NIPO het afgelopen weekeinde heeft gehouden. Bij opinie-onderzoeken onder het algehele kiezerspubliek scoren PvdA-leider Kok en D66-lijsttrekker H. van Mierlo hoger dan Brinkman als mogelijk premier van een volgend kabinet. Eerder spraken de partijleiders van VVD en PvdA, F. Bolkestein en W. Kok, openlijk kun twijfels uit over een mogelijk premierschap van Brinkman.

De CDA-lijsttrekker zei gisteravond in een reactie op de NIPO-peiling: “Als je twaalf jaar de heer Lubbers gewend bent geweest, weet je dat je iemand met grote ervaring en gezag moet gaan inwisselen. Dat is op zichzelf een pijnlijk proces. (-) Het is hard werken geblazen maar ik denk dat het dan kan lukken.”

Van de mensen die zeker of mogelijk op het CDA gaan stemmen, vindt slechts 32 procent Brinkman geschikt als premier. Dat Brinkman eerst meer ervaring als fractieleider moet opdoen vindt 52 procent, terwijl 17 procent hem liever in geen enkele leidende functie zou zien. Niet alleen premier Lubbers, maar ook de oud-ministers H. van den Broek en O. Ruding scoren bij de achterban hoger dan Brinkman als mogelijke premiers in een volgend kabinet.

De onderzoeksgroep bestond voor de helft uit mensen die beslist op het CDA gaan stemmen en voor de andere helft uit kiezers die dat overwegen. Van de eerste helft vindt 44 procent Brinkman wel geschikt als minister-president, maar 51 procent zegt dat hij meer ervaring als fractievoorzitter moet krijgen. Vijf procent van deze groep dicht Brinkman geen enkele leidinggevende functie toe.

Een meerderheid van de CDA-stemmers wijst een mogelijke oppositionele rol van hun partij af. Enkele prominente leden zoals staatssecretaris E. Heerma en oud-staatsecretaris en Kamerlid R. van der Linden hadden daar de laatste tijd op gespeculeerd. Meer dan 40 procent wijst zo'n rol af, 36 procent niet. Ook Brinkman heeft geen voorkeur voor een oppositionele rol. “Dat betekent toch dat je langs de kant staat, wijze adviezen van de kant kunt geven. Je wilt zelf vuile handen maken”, zo zei hij gisteravond.