Wet Wall Street sterker dan economie

AMSTERDAM, 5 APRIL. Is het de financiële markt of is het de economie? De vrije val waarin Amerikaanse obligatie- en aandelenkoersen verkeren zorgt voor grote onzekerheid onder beleggers. Zijn de koersdalingen werkelijk gerechtvaardigd door de economische ontwikkelingen en inflatievooruitzichten in de Verenigde Staten, of het betreft het een tijdelijke overreactie op de financiële markten? Het antwoord op de vraag is van groot belang voor Europa, want tot nu toe werd vrijwel elke New Yorkse koersschommeling keurig vertaald in een zelfde reactie hier: Amsterdam begint de laatste tijd de dag op basis van wat Wall Street de afgelopen nacht heeft gepresteerd, leidt vervolgens enkele uren een eigen leven om vanaf half vier 's middags weer de openingskoersen in New York te volgen.

Het signaal uit de VS wijst nu al meer dan een week zowel 's ochtends als 's avonds naar beneden. Wall Street sloot gisterenavond op 3593 punten. Daarmee zijn de aandelen bijna tien procent van hun waarde kwijt sinds het slot van 3978 punten op de laatste dag van januari en is de koersstijging van het laatste half jaar uitgewist. De toonaangevende dertigjarige staatslening sloot op 861 dollar, bij een rendement van 7,42 procent. Dat is hoger dan tijdens de installatie van president Clinton, die de dalende rente juist graag op het conto schreef van zijn volgens eigen zeggen behoudende begrotingspolitiek.

De angst voor oplopende inflatie, gevolgd door monetaire verkrapping in de VS, wordt beschouwd als de veroorzaker van de val van de obligatiekoersen, die de aandelenkoersen meeslepen. De Amerikaanse economie groeit veel sneller dan verwacht. Het laatste kwartaal van 1993 kwam uit op een definitief groeicijfer van 7 procent. Het traditioneel zwakke eerste kwartaal van dit jaar, waarvan aanvankelijk een economische groei werd verwacht van rond de 2 procent, zou kunnen uitkomen op een onverwacht hoog groeicijfer van 3,5 procent of - volgens sommige analisten - zelfs 4 procent. Zo'n cijfer zou de groeiprognose voor geheel 1994 ver boven de tot nu toe voorspelde 3 tot 3,5 procent kunnen tillen.

Omdat obligaties zeer gevoelig zijn voor inflatievooruitzichten, verliezen die aan waarde. Maar de recente verhoging van de geldmarktrente in twee stappen van 3 procent to 3,5 procent door de Amerikaanse Federal Reserve Board, het stelsel van centrale banken, leidde niet tot de geruststellende constatering dat de Fed de inflatie blijkbaar goed in de gaten houdt. De maatregelen van de centrale bank zijn kennelijk onvoldoende voor een geloofwaardig gevecht tegen geldontwaarding. Veel beleggers gaan daarom uit van een versnelde verhoging van de geldmarktrente door de bank, misschien al deze maand. Langzamerhand ontstaat er een consensus dat aan het einde van het jaar de federal fund rate wel eens tot vijf procent zou kunnen oplopen. Wanneer die voorspelling een eigen leven gaat leiden, zou dit de obligatiekoersen tot rust moeten brengen: een betere dam tegen inflatie is immers nauwelijks denkbaar.

Die reactie blijft echter uit. De eigen dynamiek van de aandelen- en obligatiemarkt lijkt op dit moment belangrijker dan de fundamentele economische overwegingen die zowel uit het Witte Huis als het hoofdkantoor van de Fed sussend de wereld in worden gezonden. De grootste verkopen van aandelen en obligaties komen tot nu toe van leveraged beleggers die met geleend geld werken. Op het beperkte eigen vermogen werd door het resultaat uit beleggen met geleend geld een hefboomeffect - de leverage - uitgeoefend. Vorig jaar was dat een uitstekende strategie: de geldmarktrente zwierf rond de drie procent, zodat uiterst goedkoop kon worden geleend om in binnen- en buitenland mee te beleggen. De resulterende koopdrift stuwde de koersen als vanzelf op.

Dergelijke beleggers zitten nu klem. De kosten van hun leningen zijn door de gestegen geldmarktrente, nu al 3,5 procent, veel hoger dan voorheen terwijl de waarde van de investeringen die zij daarmee deden daalt. Zij moeten beleggingen verkopen om aan hun verplichtingen te voldoen. Amerikaanse media meldden vanmorgen dat de hedge funds van de bekende belegger Michael Steinhardt de afgelopen weken een miljard dollar hebben verloren, op een oorspronkelijke portefeuille van 4,9 miljard dollar.

Maar het zijn niet alleen de hedge funds die een hefboomstrategie hanteren. Ook veel particulieren, effectenbanken en op het oog behoudende beleggingsfondsen werken van tijd tot tijd met geleend geld om snel liquiditeiten te genereren wanneer een goede beleggingskans zich voordoet, of om gewoon ook eens een gokje te wagen. Het leeuwendeel van de verkopen is tot nu toe afkomstig van deze beleggers in het nauw. De bulk van de Amerikaanse beleggingen is in handen van andere, behoudende beleggingsfondsen en particulieren. Die staan nog grotendeels aan de zijlijn en weigeren hun verlies te nemen. De vraag is hoe lang zij zenuwen in bedwang houden.

    • Maarten Schinkel