Wanhopige vragen

Atlas 7, 176 blz., ƒ 14,90; uitg. Atlas.

Bij de fysiek voelbare taal in Granta steekt het nieuwe nummer van Atlas wat bleekjes af. En dat terwijl het onderwerp nog minder opwekkend is: geen gewone moord, maar massamoord. Het blad, dat zo graag de Nederlandse tegenhanger van Bufords troetelkind wil zijn, biedt onder de titel 'Hommage aan Sarajevo' een nummer dat is gewijd aan de oorlog in voormalig Joegoslavië en aan de gemartelde hoofdstad van Bosnië in het bijzonder. Hoewel de bijdragen niet van de eersten de besten zijn (onder anderen Peter Michielsen, Bogdan Bogdanovic, Slavenka Drakulic, Claudio Magris, Jan Stavinoha, Frank Westerman en Michael Stein) wil maar niet duidelijk worden wat zij aan extra's bieden ten opzichte van alles wat reeds over de ellende, de terreur, het falen van Europa, en de machteloosheid van de toeschouwers is geschreven.

Ook in Atlas zijn er weer veel wanhopige vragen ('Waarom Sarajevo?'), zelfgeseling ('Sarajevo is onze schaamte geworden'), oorlogstaferelen ('Stilliggende mensen, kermende gewonden, plassen bloed'), onbeantwoordbare kwesties ('Wat is de innerlijke werkelijkheid van deze tragedie?') en verbositeit die niets meer uitdrukt ('De onverschilligheid van de wereld tegenover deze verschrikkelijke catastrofe [...] bewijst dat - ondanks alle mooie en plechtige woorden - morele principes in de wereldpoliek geen rol van enige betekenis spelen.')

Dit is meteen het probleem van dit nummer. De quintessens wordt gesmoord in een overdaad aan woorden over hoe verschrikkelijk het is, en wat een schande, en welke idealen aan flarden zijn gegaan - en dat is natuurlijk ook zo, maar dat wisten we al, en het werd elders beter opgeschreven. Waarschijnlijk had, in plaats van vierentwintig stukken die vrijwel precies hetzelfde betogen, de publikatie van alleen het korte verhaal van Drakulic over een klein meisje dat werd gedood terwijl zij taart zat te eten, de boodschap duidelijker, serener en schrijnender overgebracht.