Wachten op sanering

SURINAME LIJKT VERDER van een oplossing voor zijn problemen af dan ooit. Toch boekte het de afgelopen maand een aardig succesje: de beëindiging van de bezetting van de stuwdam bij Brokopondo door het nationale leger. Deze operatie heeft de nodige vragen opgeroepen. Dat neemt niet weg dat het een jaar geleden nog twijfelachtig was of de regering-Venetiaan kon rekenen op het nationale leger. Wel is het tekenend voor het precaire evenwicht dat de vragen in het parlement zich vooral richten tegen de mensenrechtenactivist Rensch en niet tegen de voormalige legerleider Bouterse, de eeuwige man op de achtergrond in de schemer van de Surinaamse politiek. En de achterstelling van de boslandnegers - voedingsbodem van de actie bij de stuwdam - blijft onverminderd een constante in het landsbestuur.

Nadat de regering van president Venetiaan in het geval van de stuwdam haar gezag wist te herstellen is het helemaal de vraag waarom nu niet eindelijk wordt overgegaan tot sanering van de Surinaamse economie. De toestand in het land verslechtert zienderogen; er zijn al berichten over ondervoeding en zelfs regelrechte honger. Het gevaar is steeds aanwezig, zoals de Nederlandse minister Kooijmans van buitenlandse zaken vorig jaar oktober zei bij de behandeling van het Raamverdrag met Suriname, “dat stagnatie op het ene gebied de al bereikte vooruitgang op het andere gebied zou kunnen belasten”.

ALLEEN AL DOOR het stuwmeer van verdragsgelden die liggen te wachten zit Nederland tussen Scylla en Charibdis, zoals minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking het in hetzelfde Kamerdebat uitdrukte. Er zijn politieke redenen voor steun, maar uitstel van de noodzakelijke economische aanpassingen in Suriname vergroot de politieke problematiek. Het laatste geeft terecht de doorslag. Binnen de regeringscoalitie in de Tweede Kamer is er het nodige gesteggeld over de vraag of Nederland hervatting van de hulp dient te laten afhangen van een externe monitor danwel eigen politieke beslissingen neemt, maar erg groot is het belang van deze tegenstelling niet. Hoofdzaak is dat Suriname een aanpassingsprogramma afspreekt met het Internationaal Monetair Fonds en dat dit de voortgang controleert. Daarmee is te verenigen dat Nederland afhankelijk van de voortgangscontrole gerichte steun verleent. Een dergelijke constructie is ook bij internationale kredietverlening door banken niet ongebruikelijk.

Minister Pronk heeft twee weken geleden in New York keurig volgens dit scenario gehandeld en de afspraak tussen Suriname en het IMF voorop gesteld. Jammer is alleen dat hij met zijn presentatie niet kon wachten tot president Venetiaan de beginselovereenstemming met het IMF ook werkelijk had geratificeerd. Stille diplomatie is niet de kracht van de minister van ontwikkelingssamenwerking, die tijdens de bezetting van de stuwdam ook al meteen met een aanbod van militaire steun kwam waarom niet was gevraagd en dat bovendien zijn portefeuille te buiten ging.

DERGELIJKE ONNODIGE irritaties vormen intussen in de verste verte geen afdoend antwoord op de vraag waarom Suriname, en met name president Venetiaan, zo treuzelt. De president prefereert de consensus, en deze methode verdient enig krediet gezien de wijze waarop hij vorig jaar de benoeming van Gorré tot bevelhebber van het leger realiseerde. Maar bij de economische sanering dreigt hij de gevangene te worden van prestigedenken en belangenverstrengeling. Suriname is een klein land en daardoor in zekere zin altijd afhankelijk, maar het afhankelijkheidsdenken is zo langzamerhand een uitwas geworden. Daarvan profiteert een kleine bevoorrechte klasse terwijl een stroom voedselpakketten van de Surinaamse gemeenschap in Nederland de directe onrust helpt dempen.

Sanering werkt ontegenzeggelijk electorale angsten in de hand. Nederland kan daar in dit stadium weinig aan doen, maar Venetiaan heeft kennelijk een steuntje in de rug nodig om door de zure appel heen te bijten. Misschien is het goed hem te herinneren aan het slotcommuniqué over het Raamverdrag waarin Suriname aankondigde ter ondersteuning van de democratie en de rechtsstaat in Paramaribo een internationale conferentie te organiseren in samenwerking met bevriende staten, de Organisatie van Amerikaanse Staten en andere regionale en mondiale organisaties.