Rel over logies van veteranen D-day bijtijds bezworen

LONDEN/PARIJS, 5 APRIL. D-day heeft zich voor de tweede keer voltrokken, nog vóór de eerste D-day, de geallieerde landing van 1944 in bezet Noordwest-Europa, in juni dit jaar wordt herdacht. Zo wordt in Groot-Brittannië althans de uitkomst gevierd van een conflict tussen Britse en Canadese D-day-veteranen en de Franse regering, dat tijdens de paasdagen dreigde te ontaarden in een internationale rel.

Een haastig terugkrabbelen van de Franse regering voorkwam dat D-day-veteranen in Engeland en Canada naar de rechter stapten om te eisen dat ze hun gereserveerde hotelkamers aan de kust van Normandië zouden behouden. De Franse regering had die 'gevorderd' voor het onderbrengen van 'leden van de vorstenhuizen uit Scandinavië en de Benelux' en andere 'belangrijke personen' die op 6 juni getuige willen zijn van de herdenkingsplechtigheden.

De opwinding over de toewijzing van hotelkamers ontstond toen een van de Britse deelnemers aan de toenmalige landing zich in de Britse pers beklaagde omdat de Franse regering hotelboekingen had geschrapt, die hij twee jaar geleden uit naam van een honderdtal veteranen had gedaan.

Hotelruimte aan de Normandische kust is zo schaars dat de Amerikaanse ambassade in Londen zich al gedwongen heeft gezien haar gasten tijdens de herdenkingsplechtigheden daar in tenten onder te brengen.

De groep Britse veteranen had van Hotel du Golf in Deauville te horen gekregen dat de door hen geboekte hotelkamers waren 'gevorderd' door de Franse regering voor haar belangrijke gasten. Het woord 'gevorderd' werkte als een rode lap op een stier en de verontwaardiging onder de voormalige bevrijders groeide toen de 'belangrijke gasten' voor een deel uit Amerikaanse televisieploegen bleken te bestaan. De Britse pers sprak er schande van dat de Fransen - toch al ingedeeld in de categorie 'onbetrouwbaar' - zo ondankbaar waren dat ze hun voormalige bevrijders op deze manier schoffeerden.

Op eerste paasdag liet de Canadese minister van defensie de BBC weten dat zijn regering deze belediging hoog opnam en dat zij 'sterke druk' op Parijs zou uitoefenen om met een uitleg te komen. Het Britse ministerie van defensie onthield zich van officieel commentaar, maar liet weten dat het 'uiterst pijnlijk getroffen' was en van plan was dat duidelijk te maken ook.

Pag.5: Veteranen: weer in loopgraven

Het Franse ministerie van buitenlandse zaken belegde op tweede paasdag haastig een persconferentie om te verzekeren dat de Franse regering nooit kamers had opgeëist, dat reserveringen die lang geleden waren gemaakt zouden worden gehonoreerd en dat “degenen die hebben gevochten voor de bevrijding” zouden worden verwelkomd “volgens de Franse traditie van gastvrijheid”.

De hotelgroep en de lokale overheid in Calvados laten er overigens geen misverstand over bestaan dat Parijs wel degelijk extra kamers nodig had voor staatshoofden en andere hoge gasten die zich laat aanmeldden. Daarom hadden zij op de plaatselijke bevolking een beroep moeten doen de huizen te openen voor de veteranen. Die voelen zich opnieuw de loopgraven ingestuurd; de meesten spreken geen Frans en willen in de eerste plaats elkaar terugzien.

De Britse veteranen toonden zich na afloop uiterst tevreden over de uitkomst, zij het dat ze treurig waren over het feit dat een dergelijke affaire had kunnen ontstaan. De Britse pers put zich uit in varianten als “VF-Day” (Victory over France-dag) en in illustraties van twee vingers, opgestoken op een manier die in de periode 1940-1945 'Victorie' betekende, maar die nu wordt aangezien voor een aanmoediging om naar de hel te lopen.

De herdenking van D-day bezorgde de regering in Parijs al diplomatieke pijnlijkheden met Duitsland over het niet-uitnodigen van bondskanselier Kohl. Hoe het accommodatieprobleem in Normandië wordt opgelost is nog “in studie”. De vorsten en presidenten worden niet bij particulieren ondergebracht.

    • Hieke Jippes
    • Marc Chavannes