Rechter wijst vordering af van ontslagen dirigent Joó

DEN BOSCH, 5 APRIL. De president van de rechtbank in Den Bosch heeft vanmorgen de vordering van de ontslagen dirigent Arpád Joó van het Brabants Orkest voor een schadevergoeding van ruim twee miljoen gulden afgewezen. De motivering bij het vonnis zou pas later op de dag bekend worden gemaakt.

Joó had in het kort geding dat twee weken geleden diende voor mr G. André de la Porte een voorschot geëist van anderhalf miljoen gulden op een totale schadevergoeding van 2,5 miljoen gulden inclusief BTW.

Volgens Joó heeft het Brabants Orkest hem ten onrechte ontslagen. Dat gebeurde nadat hij op 17 januari jl. een repetitie met het orkest van de Vijfde Symphonie van Mahler had afgezegd, maar die zelfde avond was opgetreden als gastdirigent van de Nordwestdeutsche Philharmonie in het Duitse Viersen. De advocaat van het orkest mr J. Theuws voerde twee weken geleden aan dat Joó “onaanvaardbaar had gesold met de belangen van het orkest”. Raadsman mr M. Lamers van Joó meende toen dat het orkest het optreden van Joó in Viersen “als een geschenk uit de hemel had aangegrepen om van hem af te komen”.

Al vorig jaar bleek dat Joó en leden van het orkest in onmin met elkaar leefden. De twee concertmeesters hadden zich toen, naar ze zelf zeiden onafhankelijk van elkaar, over Joó beklaagd bij de directie van het orkest. Onbekend was vanmorgen nog of de president met de afwijzing van de vordering, Joó in het geheel geen schadevergoeding toekent of dat hij de zaak te ingwikkeld vindt voor een kort geding en haar meer geschikt achtte voor een zogenoemde bodemprocedure.

Twee weken geleden had rechter André de la Porte nog geprobeerd de partijen tijdens de zitting tot een vergelijk te brengen, maar de directie van het Brabants Orkest wilde toen niet verder gaan dan het geven van een schadevergoeding van 50.000 gulden.