Overlevingstournee van Major, rebellie in partij duurt voort

LONDEN, 5 APRIL. John Major vecht voor instandhouding van zijn politieke carrière door zich vandaag over de hoofden van zijn ruziënde partijgenoten in het Lagerhuis heen rechtstreeks te wenden tot de kiezers. De Britse premier bezoekt Essex, het grondgebied van de spreekwoordelijke 'Essex-man', de arbeider die zich in het midden van de jaren tachtig tot het kapitalisme in de stijl van Thatcher bekeerde. De premier spreekt, in het aanzien van lokale en Europese verkiezingen, met lokale partijvertegenwoordigers over de zekerheden die ze de kiezer aan de deur dienen te verkopen in de komende verkiezingscampagnes.

De rondreis van Major komt op de dag dat in Groot-Brittannië ingrijpende belastingverhogingen van kracht worden, onder andere veroorzaakt door de invoering van BTW op alle elektriciteit en brandstof voor huiselijk gebruik. Gemiddelde gezinnen zijn daardoor naar verwachting 35 gulden per week slechter af dan voorheen. Alleen al die omstandigheid maakt het voor Conservatieve activisten moeilijk het beleid van de partij - “wij zijn de partij van de belastingverlaging” - te verkopen.

Maar Majors uitstapje wordt tegelijk overschaduwd door aanhoudende, openlijke rebellie tegen zijn leiderschap. Het paasreces heeft niet alle Lagerhuisleden tot zwijgen gebracht. De Schot Sir Nicholas Fairbarn, een voormalig regeringsfunctionaris, was het afgelopen weekeinde de derde parlementariër die openlijk op Majors vertrek aandrong, met de uitspraak dat Major “meer een buiksprekerspop dan een eerste minister” is.

Sir Nicholas schaart zich daarmee in het kamp van twee andere politieke zonderlingen binnen de partij, de parlementsleden Tony Marlow en John Carlisle, die zeggen dat ze bereid zijn een leiderschapsverkiezing te forceren als Major niet vóór november zelf is opgestapt. November is volgens de reglementen van de Conservatieve Partij het enige moment waarop een dergelijke wedloop om het leiderschap kan plaatshebben.

In anonieme peilingen onder Tory-Lagerhuisleden tijdens de paasdagen leek een voor Major deprimerende meerderheid van mening dat het na het Europa-debâcle met zijn leiderschap is gedaan, ongeacht de vraag hoe de komende verkiezingen verlopen. Speculatie over de meest gewenste opvolger van Major concentreert zich nu op Michael Heseltine, de man die een misrekening maakte toen hij zich in 1990 als tegenkandidaat voor Margaret Thatcher presenteerde. Hij werd en wordt nog steeds in brede lagen van de partij gehaat om zijn onverhuld vertoon van ambitie en zijn permanent cultiveren van politiek eigenbelang. Voor de rechtervleugel van de partij was hij bovendien te pro-Europees en te interventionistisch. Heseltine leek als politieke kracht uitgeschakeld, eerst toen John Major de opvolger van Thatcher werd en vervolgens nadat hij vorig jaar een hartaanval kreeg.

Maar de minister van handel en industrie wordt nu gezien als een van de weinige krachtige figuren die de Conservatieve Partij uit het slop kunnen trekken. Heseltine zelf houdt alle speculatie op een afstand door betoon van eeuwigdurende trouw aan Major, maar de minister is zichtbaar begonnen aan het bijslijpen van zijn standpunten in een poging ook rechts in de partij te behagen.