Kledingdetaillisten profiteren van uitbuiting in Azië

AMSTERDAM, 5 APRIL. Kledingdetaillisten C&A, Peek en Cloppenburg, Vendex en Bijenkorf kopen kleding in bij fabrieken in het Verre Oosten die internationale arbeidsafspraken schenden. Dat meldt de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). De temperatuur in deze fabrieken is soms ondragelijk en de lonen liggen regelmatig onder het bestaansniveau.

“De uitbuiting van Aziatische werknemers is schrikbarend”, zegt Marijke Smit, medewerkster van SOMO. Zij presenteerde vorige maand een onderzoek naar de werkomstandigheden in kledingfabrieken in China, Hongkong en Indonesië. “De werkdagen zijn zo lang en het tempo zo hoog dat arbeiders dit werk slechts een paar jaar kunnen volhouden. De directie weet dat genoeg nieuwe werknemers voor de poort staan te wachten om hen te vervangen.”

De slechtste werksituatie trof de onderzoekster in de Indonesische fabriek Wearwell, die per jaar circa 90.000 overhemden en blouses verkoopt aan Peek & Cloppenburg in Nederland. De arbeidsters werken dagelijks 14 uur en verdienen daarmee gemiddeld 4,80 gulden per dag, wat neerkomt op een uurloon van 35 cent. “Opmerkelijk was dat bij toiletbezoek 44 cent op het loon wordt ingehouden. Arbeidsters bij Wearwel krijgen geen vakantie hoewel dit volgens de Indonesische wet is verplicht, aldus Smit.

In de fabrieken in China zijn de arbeidsomstandigheden niet veel beter. Het meest opvallend vindt Smit het gebrek aan vrijheid in de Chinese spijkergoedfabriek van Easy die jaarlijks 180.000 spijkerbroeken verkoopt aan de Nederlandse winkels van Kreymborg, C&A en de P&C-groep. Veel werknemers, merendeels vrouwen, wonen in een slaapzaal op het fabrieksterrein. De deuren van deze slaapzaal gaan om twaalf uur 's avonds op slot. In sommige kledingfabrieken in China worden vrouwen ontslagen wanneer zij ongehuwd zwanger raken.

Werknemers van de Chinese Easy-fabriek krijgen stukloon betaald waarover niet onderhandeld kan worden. De arbeiders hebben geen recht op collectieve onderhandelingen, ze moeten gedwongen overwerken en kunnen makkelijk weggestuurd worden. Bij de Chinese jassenfabriek Loyaltex (C&A, V&D en M&S Mode) werken mensen regelmatig 77 uur in de week terwijl overwerk niet wordt uitbetaald. In deze fabriek is de temperatuur vaak te hoog. Er is wel een ventilator aanwezig maar die wordt niet aangezet om energie te besparen.

De kans is overigens groot dat de toestand van de onderzochte fabrieken toch nog beter is dan die in de gemiddelde confectiefabriek in de regio, vermoedt onderzoekster Marijke Smit. De bezochte fabrieken zijn namelijk tevoren door de Nederlandse detaillisten geselecteerd. Kinderarbeid heeft ze niet gezien, hoewel dat in deze regio niet ongewoon is.

Om de arbeidssituatie in fabrieken in het Verre Oosten te verbeteren, legt een delegatie onder leiding van de Dienstenbond FNV eind april een 'Eerlijk Handelshandvest voor Kleding' voor aan de Vereniging voor Grootwinkelbedrijven in Textiel (VGT). Namens de aangesloten Nederlandse kledingbedrijven zegt VGT-secretaris J. Fokke dat het Handvest “onhaalbaar” is omdat naleving moeilijk te controleren is. “Het is niet eerlijk om de afzonderlijke ondernemer aan te wijzen als hoeder van goede arbeidsomstandigheden”, zegt Fokke. “Kledingbedrijven doen zaken met deze landen omdat de arbeidskosten daar zo laag zijn. Een keurmerk zal de kledingprijs echter opdrijven. Zolang buitenlandse detaillisten hun kleding in het Verre Oosten blijven inkopen, zal de werksituatie niet veel verbeteren.”

Hoofd van de dienst ontwikkelingssamenwerking van de FNV, Willy Wagemans, trekt zich niet veel aan van de kritiek van de VGT. “Veel duurder hoeft de kleding helemaal niet te worden”, zegt hij. “Uit een recent onderzoek van de Wereldwinkel blijkt dat de arbeidskosten in het Verre Oosten slechts vijf tot tien procent van de prijs bedragen. Juist omdat dit percentage zo laag is, verandert een verdubbeling van de lonen van Chinese en Indonesische arbeiders maar weinig aan de prijs.” Het is, volgens Wagemans, de bedoeling dat het Eerlijk Handelshandvest uiteindelijk een internationaal karakter krijgt.