Klavecimbelweek in Gashouder geopend met HPSCHD van John Cage; Disco, museum èn planetarium

Openingsmanifestatie Klavecimbelweek met John Cage/Lejaren Hiller jr.: HPSCHD door Guus Janssen, Thora Johansen, Annelie de Man, Kristian Nyquist, Jacques Ogg, Vivienne Spiteri en Jukka Tiensuu. Artistieke supervisie: Joel Chadabe. Gehoord: 3/4 Gashouder, Westergasfabriek, Amsterdam. Volgende concerten tot 10/4 De IJsbreker Amsterdam.

De Klavecimbelweek van De IJsbreker in Amsterdam werd dit weekeinde in de voormalige Westergasfabriek geopend met de in twee sessies vijf uur durende Nederlandse première van HPSCHD van John Cage. Het in maximale bezetting uitgevoerde werk ontstond in opdracht van de gefortuneerde Zwitserse klaveciniste Antoinette Vischer. Cage twijfelde eerst, vanwege de beperkte dynamiek van het klavecimbel, maar in 1967, na de kennismaking met de elektronische componist Lejaren Hiller jr., raakte hij enthousiast: met steun van de computer zou hij nu een kunst kunnen maken die daarvóór niet mogelijk was.

Uitgangspunt werd Mozart's Dobbelsteenwals en met behulp van de I Tsjing genereerde Cage drie versies van de wals, twee daarvan met toevoegingen uit andere composities van Mozart. De door de computer voortgebrachte muziek kent nog als bijzonderheid een micro-tonale verdeling in stappen variërend van vijf tot zelfs 56 tonen per octaaf. Eén klavecinist speelt Mozart zo huiselijk mogelijk, en dit karwei werd zondagavond uitbesteed aan Guus Janssen, met onder meer de Variaties over 'Altijd is Kortjakje ziek'.

Je zou kunnen zeggen: bij Cage wordt Kortjakje nooit meer beter, want gaat ze ten onder aan het geweld. De andere klavecinisten hebben zich eveneens op vrijelijke wijze te ontfermen over fragmenten, ditmaal van Cage, Hiller, Beethoven, Chopin, Schumann en Busoni - geen mens die dat allemaal precies waarneemt binnen de enorme complexiteit.

Er is materiaal voor minimaal 20 minuten, maar de première op 16 mei 1969 voor 9000 bezoekers in een stampvolle sportarena in Illinois nam vijf uur in beslag. De Nederlandse première verdeelde die tijd over de twee uitvoeringen op zondag en maandag: tweemaal tweeëneenhalf uur. In Illinois had Vischer de beschikking over drie adjudanten, in Amsterdam - de derde presentatie in Europa - was dankzij de Klavecimbelweek het maximale aantal van zeven instrumenten inzetbaar. Elk klavecimbel stond op een plankier als een sub-eilandje rond een hoge stellage in het midden van de koepelzaal, waar zo'n 20 machines met hun SF-lichtjes een accent aan de donkerte meegaven: instrumentenmuseum, discotheek en planetarium als het ware ineen.

In het begin weet de klankorgie te fascineren, zeker in het effectvolle contrapunt met de over de gehele ruimte geprojecteerde dia's met beelden van de ruimtevaart. Maar na een tijdje smelt dit alles tezamen in één statisch rondtollend ritueel en pas weer dáárna, zo was mijn ervaring, gaat men zich opnieuw interesseren voor details, legt men de oren te luisteren bij de geluidsboxen.

Omdat er niet aan één stuk door gespeeld hoeft te worden, kon men ter plekke uitleg krijgen. Paartjes vrijden in het halfduister, een baby viel gewoon in slaap en af en toe ging men even elders koffie drinken. Er heerste de ontspannen anarchie die de vriendelijke en nimmer agressieve Cage steeds voor ogen heeft gehouden.

Het in- en uitlopen werd door Cage gesanctioneerd en op een uitvoering in La Rochelle tijdens een zinderend hete zomeravond stond hij zelfs toe dat uitvoerenden zich gingen verpozen, wat door gebruik van alcohol enigszins uit de hand liep, want Cage was misschien tè vriendelijk.

Vlak tegenover de Gashouder werd de bezoeker geconfronteerd met een voluit draaiende kermis, compleet met reuzenrad, en strikt synchroon aan- en uitfloepende kleurige lichten, alles keurig symmetrisch. Cage had een hekel aan synchroniteit en symmetrie. Nog een verschilpunt vormde de hoge omheining, de kermis kende slechts één uitgang.

Cage's hoogwaardig anarchistische ideeën kennen geen hekken, maar noch onze maatschappij, noch onze muziekpraktijk is daar aan toe.