Joure schrikt van reeks branden

In het Friese dorp Joure (13.000 inwoners) is de onrust groot na de zestiende brandstichting in ruim een jaar. Vrijdagnacht brandde de Gereformeerde Kerk tot de grond toe af. De schade bedraagt in totaal tussen de zes en zeven miljoen gulden.

JOURE, 5 APRIL. De spanten en het metalen kruisje erboven zijn als enige nog blijven staan. De rest van het kerkelijk centrum De Oerdracht in Joure is volledig afgebrand, inclusief een authentiek Reilorgel ter waarde van zes ton. De schade wordt geschat op 3,3 miljoen gulden.

De lidmaten van de Gereformeerde Kerk zijn ontdaan, zegt ds. B. Roolvink. “De kerk kon acht jaar geleden dankzij veel gezamenlijke acties worden gebouwd en veel gemeenteleden hebben zelf meegeholpen met de bouw”, zegt hij. Roolvink hoopt dat binnen een jaar er weer een nieuw kerkgebouw zal staan. De brand in de Gereformeerde Kerk past in het rijtje mysterieuze branden in dezelfde straat.

Eerder gingen een basisschool, een kantine van een mavo, en een deel van de sporthal in vlammen op. Een week voordat de Gereformeerde Kerk afbrandde was de toren van de Nederlands Hervormde Kerk doelwit. Een oplettende krantenbezorger waarschuwde de brandweer, die het karakteristieke torentje, het enige monument in het dorp, net op tijd wist te behouden.

De maatschappelijke onrust is door de zestiende brandstichting toegenomen. Gevreesd wordt dat de dader(s) een volgend keer geen gebouw, maar een woning zullen aansteken, waardoor er slachtoffers zullen vallen. Dat is ook de grote zorg van de politie. Onderzoeksleider J.H. de Vries van de tactische recherche zucht diep: “Het gaat maar door. We vinden het benauwend. We hebben geen flauw idee in welke richting we het moeten zoeken.”

Vorige week, na de brand in de 'Jouster toer', gaf de politie opening van zaken over het onderzoek naar de branden. Ook de gevolgde werkwijze werd openbaar gemaakt, in de hoop dat er meer informatie zou loskomen uit de bevolking. De Vries had de indruk dat er gegevens werden achtergehouden en sprak de burgers aan op hun verantwoordelijkheid om te melden wat men wist. De burgerij van Joure lijkt zich de oproep te hebben aangetrokken, want inmiddels zijn er wel enkele tientallen tips binnengekomen, waarmee het zeven mensen tellende onderzoeksteam aan de slag gaat.

De reeks brandstichtingen begon in de nacht van 31 december op 1 januari 1992. Een kantine van een mavo ging toen voor een deel in vlammen op. In nog eens zeven schoolgebouwen zou vervolgens brand worden gesticht: één ervan, de Westermeerschool brandde geheel af. De naast de school gelegen sporthal de Stuit was het volgende doelwit: de vloer moest als gevolg van waterschade geheel worden vernieuwd en de hal was twee weken buiten gebruik. Als in een dominospel was de aan de overkant van de weg gelegen basisschool It Haskerfjild het volgende object van de brandstichters. Afgelopen weekeinde 'viel' de Oerdracht. Ook werd brand gesticht in het uitvaartcentrum, de openbare bibliotheek en een jongerencentrum, dat geheel uitbrandde.

Met de aanhouding van twaalf jongeren, die in totaal 47 inbraken bekenden, kwam de politie op het spoor van een andere jeugdgroep van zeven jongeren. Twee van hen, 17 en 20 jaar oud, bekenden de brand in de mavo en de sporthal. Tot verbijstering van de politie was de brand in de mavo een jaar verzwegen, doordat één van de leden van de groep de rest dusdanig intimideerde dat ze elke betrokkenheid ontkenden. Toen de politie een aanknopingspunt leek te hebben volgde de brandstichting in de toren. Het motief van de daders is onbekend, maar De Vries vermoedt dat stoerdoenerij versterkt door alcohol- en drugsgebruik in het spel zijn. Overigens sluit de politie niet uit dat er ook een “echte” pyromaan aan het werk is.

Opvallend is dat de branden meestal in de weekeinden tussen drie en vier uur 's nachts plaatsvonden, meestal na een inbraak. Op dat tijdstip, vertellen bewoners, wachtten veel disocgangers op taxi's om naar Heerenveen en Sneek vervoerd te worden, waar de horeca vrije sluitingstijden kent. Verveling in combinatie met alcoholica zou sommigen op vreemde ideeën brengen. “Ik heb de indruk dat sommigen gewoon tegen elkaar opbieden in stoerheid”, zegt bewoonster A. Visser.

De gemeente Skarsterlân, waarvan Joure hoofdplaats is, zit als gevolg van de branden met een schadepost van enkele tonnen. Twintig gemeentelijke gebouwen werden tegen inbraak beveiligd. De gemeentekas werd bovendien twee ton lichter door de kosten van de opruimwerkzaamheden na de branden, die de verzekeringsmaatschappij niet wil dekken. De gemeente heeft maatregelen aangekondigd die de veiligheid moet vergroten.

Kuiper noemt het een ernstige handicap dat er tot nu toe minder agenten waren voor extra surveillances, als gevolg van de reorganisatie bij de politie. Telde de gemeente voorheen 31 agenten, nu zijn dat er 41 voor drie gemeenten. “Het onveiligheidsgevoel bij de bewoners is daardoor toegenomen. Het is heel frustrerend als je de politie belt en die pas na een half uur ariveert. Tijdens de branden werden de politiemensen die in Joure zelf woonden dan ook thuis gealarmeerd.” Inmiddels is toegezegd dat er extra politie komt in Joure. Burgemeester G.J. Kuiper zal binnenkort ook een beroep doen op een particuliere beveiligingsdienst om de gemeentelijke en een aantal andere gebouwen te bewaken. De instelling van een 'burgerwacht' acht hij niet wenselijk, want dat biedt 'schijnveiligheid'. Maar als burgers afspreken gezamenlijk wat beter op te gaan letten zal hij hen niet tegenhouden.

Garanties dat de surveillances branden voorkomen zijn er niet, beseft hij. Ook de Gereformeerde Kerk stond op het lijstje van gebouwen dat extra in de gaten werd gehouden. Kuiper:“Het enige wat we verder kunnen doen is de burgers te vragen hun oren en ogen goed open te houden en verdachte zaken te melden.”

    • Karin de Mik