'Historisch onderzoek hard toe aan consolidatie'

UTRECHT, 5 APRIL. Het historisch onderzoek in Nederland is hard toe aan een periode van consolidatie en rust. Veranderingen in het wetenschapsbeleid zullen de kwaliteit van het onderzoek “ernstig beschadigen”.

Dit schrijft de internationale beoordelingscommissie van de historische wetenschappen in een visitatierapport, dat vandaag wordt aangeboden aan de vereniging van universiteiten VSNU. De commissie stond onder leiding van de Groningse emeritus-hoogleraar geschiedenis E.H. Kossmann.

De beoordeling maakt deel uit van een nieuw financieringssysteem van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Tot vorig jaar beoordeelde het ministerie van onderwijs de kwaliteit van het onderzoek. Nu gaan de universiteiten dit zelf doen, door de instelling van onafhankelijke visitatiecommissies. Dit systeem bestaat al een paar jaar voor de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs aan de universiteiten.

Het historisch onderzoek is volgens de commissie onder leiding van Kossmann van goede kwaliteit, het archeologisch onderzoek is zelfs internationaal toonaangevend. Wel constateert de commissie dat de historische onderzoeksprogramma's te veel nadruk lijken te leggen op culturele aspecten van de geschiedenis, ten koste van economische en politieke.

Ook de internationale beoordelingscommissie van het biologisch onderzoek in Nederland bracht vandaag rapport uit aan de VSNU. Het biologische onderzoek is in het algemeen 'goed', sommige onderzoeksprogramma's zijn zelfs excellent, constateert de commissie onder leiding van de Wageningse emeritus-hoogleraar entomologie L.M. Schoonhoven. Wel is de commissie bezorgd over “de ongezonde leeftijdsverdeling van de onderzoekers”. De generatie van 30- tot 45-jarigen ontbreekt volledig.