Een avond van zang en verlangen

Al een kwart eeuw werkt de jonge Molenaar in die ene platenzaak te Amsterdam. De winkel is ooit door vader Molenaar opgezet als zaak voor tweedehands, merendeels klassieke, platen. Zoon Molenaar is de man geweest die er vervolgens de jaren zestig heeft gebracht. Tot elf uur 's ochtends kon je bij de jonge Molenaar jouw, door de tijdgeest reeds afgeschreven, platen verkopen. Hij bladerde dan even door de hoezen, keek je meewarig aan en zei vervolgens onbewogen: een knaak per stuk. Waarna je voor tien oude LP's die ene nieuwe van Traffic kon aanschaffen. Molenaar riep zo een mengeling van haat en bewondering op, agressie omdat hij jou als verzamelaar had afgekeurd maar adoratie omdat hij er zoveel meer van afwist dan jij.

De platenzaak is inmiddels uitgedijd van één deur tot vier deuren. De afdeling klassiek is weer op sterkte. De vakken met jazz zijn beter gevuld dan ooit. Een winkel voor freaks is het nog steeds niet. Maar een supermarkt is het evenmin. De jonge Molenaar is nooit een Hans van Breukhoven geworden. Op het dak van zijn winkel staat dan ook geen helikopter gereed. Misschien is de jonge Molenaar daarom vanavond in Paradiso. Hij heeft zich links vooraan bij het podium opgesteld, pal naast de geluidsinstallatie.

Dit zijn de twee basisteksten waarom het hedenavond draait.

Ten eerste What's going on: “Mother, mother, there is too many of you crying. Brother, brother, brother, there is far too many of you dying. You know we have to got to find the way, to bring some lovin' here today. Father, father, we don't need to escalate. War is not the answer, for only love can conquer hate.”

Ten tweede Let's get it on: “I've been really tried, baby, tried to hold back this feeling for so long. (...) We're all sensitive people, so much to give. (...) There's nothing wrong with me, loving you. Giving yourself to me, can never be wrong, if the love is true. (...) If the spirit moves you, let me groove you. Let your love come down.”

Niet veel soeps, denken die lezers van het Cultureel Supplement die zich afgelopen vrijdagmiddag onmiddellijk na het verschijnen van de krant naar de goede boekwinkel hebben gehaast om op basis van één hype-recensie, bol van ogenschijnlijke eruditie en ander gezwam, een niet bestaand boek te kopen en wellicht nu nog niet doorhebben dat ze in een zeer doeltreffende practical joke zijn gestonken.

Maar de jonge Molenaar en al die anderen in Paradiso weten vanavond wel beter. De auteur van deze twee cruciale songs is vandaag immers precies tien jaar dood. Op 1 april 1984 werd hij, aan de vooravond van zijn 45ste verjaardag die hij eindelijk weer eens met zijn ouders zou vieren, vermoord. Door een dominee: zijn vader. Vader had de eerste basistekst nooit op waarde kunnen schatten. Hij had eigenlijk het hele leven van zijn zoon van de hand gewezen omdat het doordesemd was geweest met wanhopige vrouwen en drugs. Zodat hij zich ook nimmer had hoeven afvragen wat de tweede basistekst behelsde. Of begreep vader één ding juist heel goed? Met andere woorden, was hij erop uit zijn zoon te verlossen, zoals de romantische interpretatie van deze all-American tragedie wil?

Om de zoon te gedenken, is deze avond in Paradiso georganiseerd. In drie uur zingen merendeels Nederlandse zangers en zangeressen de liedjes van de betreurde. Ze hebben oer-Hollandse achternamen: Mieke Stemerdink, Wouter Planteyd, Thé Lau, Raoul Beeldsnijder, Reniet Vrieze, Lucretia van der Vloot, Jan Rot, Anneriek van Dorst, Saskia van Orly, Jan van der Mey of minder autochtone namen als Lilian Day Jackson, Mildred Douglas, Julia Lo'ko en Wendell Morrisson. Ze worden begeleid door de band van de al even polderse Peter van Straten. Ze hebben twee dingen gemeen: hun wortels, die te traceren zijn naar alle delen van de wereld die ooit door de VOC en de WIC zijn bevaren, en hun muziek.

Het eerste uur overheerst nog een onbegrensd respect voor de vermoorde dichter. Maar dan is het pauze en begint de tweede set. Ineens is het gedaan met de angst. Een rasta'achtige zanger vecht zich onbeschroomd door een medley van Gaye-nummers. Hij is de eerste die het aandurft om ook zichzelf te zijn. Het is het signaal voor de anderen om de grens van de deemoedige eerbied eveneens over te steken. De soul scheurt door de zaal, culminerend in een ware 'vocale slag' van allen tegen allen rond de song Sexual Healing. Alleen aan Let's get it on durft niemand zich te wagen. Te moeilijk.

Het podium is nu, net als de zaal, definitief in handen van een type samenleving dat buiten Paradiso dezer dagen om electorale redenen juist meer en meer als bedreigend of eng wordt ervaren: de zogenaamde 'multiculturele' samenleving waarin veel politici van links tot rechts zich aan de vooravond van 4 mei vastbijten met een autistische hardnekkigheid die doet vermoeden dat ze te weinig op straat spelen. Natuurlijk, ze hebben gelijk als ze geloven in een politiek van het kleinere kwaad en dus pleiten voor spreiding en controle. Maar dat is een riskant gelijk als ze zich geen rekenschap geven van de kracht van de 'binnenstads blues', de soul die nu toevallig over Paradiso vaardig is geworden. Dit is namelijk geen muziek die in verzet is, geen muziek die een specifiek maatschappelijk doel nastreeft of in culturele zin sektarisch is. Dit is geen reggae, gabberhouse, garagerock of heavy metal. Nee, dit is de meest stabiele en dus burgerlijke muziek die de afgelopen decennia tot ons is gekomen. Muziek van een in essentie ootmoedige middenklasse die emancipatie najaagt maar tegelijkertijd gelukkig wil zijn. Misschien wel de meest democratische muziek sinds Lenin de wereld via electrificatie aan zich wilde onderwerpen. Want soul is muziek van stad én land. Muziek die de onvermijdelijke dynamiek van een bewegende wereld combineert met de even onvermijdelijke behoefte aan rust in eigen huis. In de soul weerspiegelt zich een verlangen dat niemand, die de grenzen van het publieke gedrag kent, vreemd is. Soul is aldus wellicht de enige expressie van zowel de Verlichting als de Romantiek.

Het had vrijdag 1 april een eerbetoon kunnen zijn geweest aan Billy Holiday, Sam Cooke, Otis Redding, Jackie Wilson of wie dan ook. Maar het was een tribute aan Marvin Gaye. Zijn muzikale erfenis is sinds ruim een half jaar in handen van de naamloze vennootschap Philips. Als ze dat in Eindhoven maar goed begrijpen.