De vernissage

Ergens op de hoek van de Moskouse tuinring en de Aleksej Tolstojstraat zou die dag een aardige expositie worden geopend.

Bijna waren wij al onverrichterzake weggegaan, want het adres bleef hardnekkig onvindbaar, toen plotseling een beschonken schim uit een verderop gelegen hofpoortje kwam gewankeld. Op goed geluk ontweken wij in het halfduister de obligate plassen en gaten. Een smalle trap voerde ons een sousterrain in, waar we meteen op een kleine menigte stuitten die naar zuurstof stond te happen in de lauwe lucht.

Na een korte blik op de exposanten roken we reeds lont. De gangwand was volgeplakt met foto's van de gebeurtenissen van oktober 1993: Jeltsin versus het parlement. In de twee keldervertrekken hingen schots en scheef opeengepakt geëngageerde schilderijen in de bekende Russische moddertinten. Zo liet een der kunstenaars een pad bungelen voor de inderdaad wat dikke kop van Gajdar, prijkte aan de muur een portret van Boris Nikolajevitsj gepruikt als Lodewijk XIV en was er een een kinderlijke allegorie te zien van het aan het kruis genagelde Russische volk. Wat wilden deze scheppers ons zeggen?

De stille performances van een Engelse theaterschoolleerling en van het griezelige dwergmens Maria uit Venezuela brachten geen uitkomst. Deze buitenlandse gasten hadden vast geen benul van het karretje waar ze voor waren gespannen. Na hen las een dubieus besnorde heer wat gedichten voor in de trant van: “Mijn grootse Rusland, toon de wereld al je tanden”. Een diavertoning volgde. Omdat de beelden niet voor zichzelf spraken, eiste de zaal commentaar en daaruit begrepen wij dat hier stemming tegen de president cum suis werd gemaakt. Steeds luider klonk vanuit het publiek de roep om wraak op de 'Jeltsin-fascisten'. Een koor oude en tot op het bot verstarde Sovjet-vrouwtjes liet niet af te fulmineren tegen elke politieman die zijn hand had durven heffen tegen het volk dat zijn parlement verdedigde. De troep grijze wolvinnen werd aangevoerd door een heuse gravin, die wel zo haar eigen redenen zou hebben om een pact met de duivel te sluiten. Verder paradeerden er enkele lieden rond met een speldje van 'Den' op, een van de beruchtste fascistoïde kranten.

Plotseling ontstond er enig tumult, toen een frisse jonge stem boven het gekanker uitsteeg en tot een frontale tegenaanval overging. “Wat is dit allemaal voor kul?” vroeg deze dreigend. “Jullie zijn zelf fascisten en als je zo nodig terug wilt naar vroeger, zitten we straks weer met een massamoordenaar als Stalin op de troon!” Dat viel verkeerd. Het licht werd aangeknipt en ik zag nog net hoe een jongen de deur werd uitgezet onder luide verwensingen van de gravin en de haren, die niet alleen om het bloed van deze geïnfiltreerde democraat schreeuwden, maar en passant van alles over de grote Leider te berde brachten. Wij zwegen beschaamd en probeerden nogmaals iets moois te zien in de kunstwerken, zonder veel resultaat. De constellatie van het roodbruine gezelschap was ons intussen duidelijk. Behalve de communistes was er een groepje extreem-nationalisten, die ons maar wat graag inzicht verschaften in hun gedachtengoed. Hun belangrijkste woordvoerder was een dichter, die vlekkeloos Zuidafrikaans bleek te spreken en die de joden en het Westen de schuld gaf van de huidige malaise in het land. Wij zouden nog eens wat zien wanneer Rusland zich aan hun greep ontworstelde en op eerherstel uitging! Dat vreesden wij inderdaad en daarom zochten we de kunstenaars op, die zich in een andere hoek hadden verzameld en daar verhit discussieerden. Het ging weer eens over de relatie tussen kunst en politiek. Voordat we het beseften, waren wij verdedigers van l'art pour l'art die moesten erkennen dat de Slaaf niet zonder de knoet van een ideologie kan. Omdat er nu overvloedig werd gedronken op van alles en nog wat, vervaagden de grenzen tussen goed en kwaad en brak de tijd van algehele broederschap aan - Rusland vraagt niet om analytisch begrip, maar om een synthetiserende roes. In esthetische zin weinig wijzer geworden, wankelden wij uren later als dronken schimmen de Aleksej Tolstojstraat, ook al zo'n rode graaf, weer in.