DE BORIS BECKER VAN HET TAFELTENNIS

Op wilskracht en vechtlust versloeg tafeltennisser Jean-Michel Saive gisteren op het Europees kampioenschap het Zweedse genie Jan-Ove Waldner. Een strijd tussen de Becker en de McEnroe van het tafeltennis. “Ik word de vechter genoemd. En dat is de waarheid.”

In Wallonië is hij de populairste sportman van België. In Vlaanderen kunnen ze sinds kort niet meer om hem heen. De 25-jarige Jean-Michel Saive is de nummer één van Europa en de nummer één van de wereld. Hij vertegenwoordigde - Eddy Merckx was de Vlaamse coryfee - de Waalse sport in de rouwstoet voor koning Boudewijn. En hij moet in Atlanta een Belgische olympische gouden medaille gaan winnen.

De extroverte, fanatieke Saive is van de weinigen in het tafeltennis die de introverte, nukkige Jan-Ove Waldner kunnen verslaan. In februari in de finale van de top-twaalf, gisteren in de finale van het Europees kampioenschap in Birmingham. Waldner is de profeet, de Mozart, de McEnroe van het tafeltennis. Zijn haar blijft altijd goed zitten, terwijl hij de meest onmogelijke ballen op tafel tovert met onverwacht, verraderlijk effect.

Waldner is het produkt van de geperfectioneerde Zweedse tafeltennisopleiding. Bedachtzaam, koel en onverstoorbaar. Hij trad in de voetsporen van Bengtsson en Johansson, de eerste Europeanen die begin jaren zeventig de Chinese hegemonie doorbroken. Hij bereikte twaalf jaar geleden, op zijn zestiende al de finale van het EK en won sindsdien de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap. Als hij wil kan hij alles winnen, zeggen de insiders.

Het probleem voor Waldner is dat Saive nog veel meer wil, en altijd wil. Tegenover het balgevoel van Waldner stelt Saive zijn mentale en fysieke kracht: “Ik ben een vechter”, vertelde hij op een rustdag in de lobby van het hotel. “Mijn naam in tafeltennis is de fighter. En het is de waarheid. Ik heb niet zoveel talent als Waldner. Maar ik speel met veel energie. Ik moet werken achter de tafel.”

Het interview moet per se in het Nederlands, ook al heeft hij nog steeds moeite met het vinden van de juiste woorden. Hij wil geen Waal, maar Belg zijn. Het heeft hem zwaar aangegrepen dat hij tijdens de Olympische Spelen in Barcelona geen enkele vraag kreeg voorgelegd van de Vlaamse journalisten die slechts in judo en wielrennen geïnteresseerd waren. “Ik ben verdomme toch een Belg”, zei Saive. “In Wallonië kan ik niet ongestoord over straat gaan, in Vlaanderen word ik niet herkend. Het zijn twee verschillende landen, een krankzinnige situatie.”

In de finale verloor Saive gisteren de eerste game met 25-23. Maar Waldner had bij een van de laatste punten zijn vinger opengehaald. Om het bloed te stelpen plakte hij een pleister. En was hij zijn gevoel kwijt. Saive won de tweede game met 21-10 en later de partij. Tegen andere opponenten kan Waldner altijd terugvallen op zijn fenomenale service. De spelers mogen ieder om de vijf punten serveren. Die beurt moet de serveerder met minstens 3-2, liefst met 4-1 winnen. Maar Saive kan, wanneer hij het effect van de bal herkent, als een van de weinigen de service van Waldner al boven de tafel terug slaan en zo meteen het initiatief in de rally nemen.

Het spel van Waldner is te vergelijken met de tennisser John McEnroe, vertelde Saive in een interview met het Belgische weekblad Humo. “Hij heeft die zweverige toets, dat strelen van het balletje. Ik speel rechttoe, rechtaan, zoals Boris Becker. En mentaal ben ik sterk. Mijn hoofd is mijn sterkste wapen.”

Tafeltennis is een combinatie van mentaliteit, concentratievermogen en fysieke gesteldheid. Het is een kracht-explosiesport. Jan Vlieg, de Nederlandse coach van Bettine Vriesekoop vergelijkt het met karate. “Je kunt gek worden zo verraderlijk als dat balletje kan draaien en dan weer als een granaat op je afkomt. Je moet het spel dicteren en controleren. Je moet niet reageren maar ageren, acties maken.”

“Ik probeer mijn tegenstander met de rug tegen de muur te zetten”, zo omschrijft Saive zijn spel. “Een tafeltenniswedstrijd is drie kwartier de grenzen van je geest tarten.” Hij heeft hard moeten vechten om de top te bereiken. Zijn ouders waren in de jaren zestig het beste gemengde dubbel van België en behaalden, terwijl zijn moeder vier maanden zwanger van was van de kleine Jean-Mi, een nationale titel. Pa en ma trainden op de club, thuis trokken Jean-Michel en zijn één jaar jongere broer Phillipe (dit weekeinde kwartfinalist) het laken van de tafel om een balletje te slaan. Op zijn dertiende was Saive al de nummer vier van België en dreigde zijn progressie te verzanden in een gebrek aan trainers en medewerking. Hij vertrok naar Duitsland; zijn ouders reden hem op en neer in een camper. In België werd hem direct de toegang tot zijn eigen club ontzegd. De tegenwerking werd zo groot dat Saive er zelfs een tijdje over twijfelde of hij niet de Duitse nationaliteit zou aanvragen.

Met de prestaties van Saive, groeide ook het begrip van de Belgische bond. Ze haalden een Joegoslavische trainer - de Happel van het tafeltennis, noemt Saive hem - en hebben nu een Chinees in dienst. Sinds twee jaar trekt de Waalse held weer volle zalen in Charleroi. Vierduizend man publiek voor de Europa-Cupwedstrijden, live-uitzendingen op de Waalse televisie en een geschat jaarinkomen van een half miljoen gulden.

De doorbraak van Saive komt tijdens de hoogtijdagen voor het mannentafeltennis, waar spectaculair gespeeld wordt en de toppers overal in West-Europa goed kunnen verdienen. De Fransman Gatien is wereldkampioen, de Zweed Waldner olympisch kampioen. In de Bundesliga kunnen de heren een salaris verdienen van ongeveer twee ton per jaar. In een aantal toernooien loopt de eerste prijs op tot een halve ton. Minstens een tiental spelers mag zich dankzij het tafeltennis miljonair noemen.

Saive is de afgelopen week tot voorzitter gekozen van de CTTP, de club van tafeltennis-professionals, die zich graag spiegelt aan het collega's in het tennis. De club heeft nog weinig macht, de Aziaten ontbreken nog op de ledenlijst, maar Saive wil zich inzetten. Als woordvoerder heeft hij twee hoofdpunten: het 'lijmen' en het aantal toernooien. “Er zijn teveel verschillende competities met grote namen”, zei Saive. “En er zijn te veel toernooien voor de topspelers en te weinig voor de middenklasse.”

In het aanstaande verbod op 'lijmen', ziet hij een samenzwering van de Aziaten. In tegenstelling tot tien jaar geleden beheersen de Europeanen de wereldranglijst. In de top-tien staan maar twee Aziaten. De meeste Europeanen spelen aanvallend (met harde smashes), de meeste Aziaten verdedigend (met vertragende, wegdraaiende lange ballen). De aanvallend ingestelde topspelers duiken vlak voor een wedstrijd de kelder van de sporthal in om vloeibare lijm op het hout van hun bat aan te brengen voor ze het rubber er op plakken. Die lijm geeft de bal dertig procent meer snelheid. De internationale federatie wil dat 'lijmen' afschaffen omdat het milieu-onvriendelijk zou zijn. Om, zegt Saive, de Aziaten weer meer kans te geven. Hij wijst er op dat de voorzitter van de wereldbond een Japanner is, die werd verkozen met steun van de Chinezen.

Saive toont zich achter de vergadertafel net zo strijdbaar als in de speelzaal. Daar balde hij na ieder punt zijn vuist, schreeuwde hij na iedere game en bestormde hij na zijn zege de tribune om zijn ouders en zijn vriendin te omhelzen. Hij is de showman die tafeltennis kan gebruiken en hij wil zijn invloed laten gelden. “Het makkelijkste is tien jaar wat geld binnenhalen en verder niets te doen”, vertelde hij Humo. “Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik geef alles op voor mijn sport. Tafeltennis is een kleine sport, alles moet perfect zijn of we verzuipen.”

    • Remmelt Otten