Bugno zal na triomf in Ronde van Vlaanderen snel van zich laten horen; De grillige kampioen maakt nieuwe start

MEERBEKE, 5 APRIL. Bij het passeren van de eindstreep had hij beide armen geheven. Maar eenmaal van de fiets, in de chaos achter de meet, was hij er bepaald niet gerust op dat hij ook werkelijk had gewonnen. Zwijgend, zijn melkwitte gezicht deels verborgen onder het stof, zijn lange haar als een gordijn voor zijn ogen, zo wachtte Gianni Bugno te midden van opgewonden journalisten het resultaat van de fi nishfoto af. Minuten duurden uren voor de gekwelde Italiaan, tot de jury hèm en niet naaste concurrent Johan Museeuw uitnodigde plaats te nemen op het hoogste ereschavot. Opluchting, de buit was binnen - de Ronde van Vlaanderen was voor de grilligste der kampioenen, die hard aan een triomf toe was.

Bij de bookmakers was Bugno als tweede genoteerd achter Mu seeuw, de geboren sprinter, die zondag ernstige fouten maakte bij zijn tijgersprong in de straten van Meerbeke. Binnen het peloton echter stond Bugno het hoogste aangeschreven, een logisch uitvloeisel van diens opmerkelijk goede aanloop naar 'Vlaanderens mooiste'. De 30-jarige Bugno was niet alleen sterk in de Driedaagse van De Panne, vorig weekeinde verbaasde hij vriend en vijand al in de Brabantse Pijl. Edwig van Hooydonck, lid van de ploeg-Raas, zag het van dichtbij: “Als Bugno had gewild, had hij ons op welke heuvel dan ook kunnen lossen. Hij reed wel tien kilometer per uur harder dan wij.” Toch werd de Italiaan slechts derde, want de Pijl was voor Bugno niet meer dan een veredelde training voor het grote werk op eerste paasdag.

Bugno, een renner van opvallende pieken en dalen, is een gevoelsmens. Als er kritiek op hem wordt geleverd, kan hij op twee manieren reageren: of hij gaat bij de pakken neerzitten of hij zint op wraak. Zo'n revanche-gedachte had hij in 1989, toen ex-campionissimo Francesco Moser tijdens Milaan-Turijn op de televisie naar hem uithaalde. 'Checco' meldde de kijkers dat Bugno “schandalig slecht” daalde. Het slachtoffer vermoedde dat dat het gevolg was van evenwichtsstoornissen, liet zich onderzoeken door artsen, die inderdaad een probleem in zijn oor constateerden. Bugno volgde maanden lang een zeldzame therapie: Hij moest naar muziek van Mozart luisteren (later werd hij een fan van Beethoven), herstelde en vloog op een lentedag van 1990 als een kamikaze de Poggio af, op weg naar de zege in Milaan-Sanremo. Het was zijn eerste grote overwinning, het begin van een prachtige carrière. Het visitekaartje van de renner, die populair is geworden omdat hij de verliezers aanspreekt.

Onder zijn vertrouwensman Claudio Corti, thans ook een van de ploegleiders bij zijn nieuwe sponsor Polti, gedijt Bugno uitstekend. Corti gaf de twijfelende prof ooit meer zelfvertrouwen, leerde hem zuiniger met zijn krachten om te gaan, een kleinere versnelling te rijden en last but not least: hij zorgde ervoor dat de begaafde coureur met rust werd gelaten, in tijden van voor- en tegenspoed. Negentiennegentig was een fantastisch jaar voor Bugno, die dat seizoen onder meer de Giro won, twee ritten in de Tour de France en de Wereldbeker. De volgende competitie werd hij tweede in de Tour, derde in de Giro en werd hij wereldkampioen. In 1992 kreeg hij opnieuw de regenboogtrui om de schouders, maar die kwam hoogst onverwachts. Bugno, de man zonder uitstraling, maakte een bedroevend slecht jaar door en sprak in Benidorm de hoop uit dat de hoogste wielertitel voor hem “een nieuw begin” zou betekenen.

De overwinning in de Ronde van Vlaanderen moet voor Bugno wederom 'een nieuwe start' worden. Sinds zijn tweede plaats in de Amstel Goldrace van vorig jaar had de prof uit het gehucht Robecco, veertig kilometer van Milaan, slechts één zege behaald: In Baden-Baden was hij met Maurizio Fondriest het sterkste in een koppeltijdrit. “Vorig seizoen fietste ik slecht”, bekende Bugno in Meerbeke, “ik reed nauwelijks in de prijzen. Dit jaar won ik óók nog niets, toch had ik het gevoel juist heel goed bezig te zijn. Daarom sta ik niet zo versteld van mijn eerste plaats in deze klassieker.” Bugno durfde te voorspellen dat hij snel nog méér van zich zal laten horen. Met name in de eendaagse wedstrijden, want de Italiaan realiseert zich vermoedelijk dat hij niet regelmatig genoeg is om nog eens te worden gekroond als nummer één in de Giro of de Tour, waar hij wèl aan de start verschijnt.

Voor de verliezer van zondag, Museeuw, geldt in wezen min of meer hetzelfde. Hij is een jager op dagprijzen en staat nu te dringen om revanche te nemen. Morgen al in Gent-Wevelgem, anders zondag in Parijs-Roubaix. In de nacht na de Ronde van Vlaanderen heeft hij slecht geslapen. Telkens spookte die ellendige spurt van vier - ook Andrei Tchmil en Franco Ballerini zaten in de kopgroep - door zijn hoofd. Bij de dopingcontrôle bekende Museeuw het al: hij had een kans voor open doel gemist. Gebroken en met zachte stem gaf hij toe in de finishstraat “het verkeerde wiel” (dat van Tchmil) te hebben gekozen. “Pakt Johan het wiel van Bugno”, voegde zijn ploegleider Patrick Lefèvere daar aan toe, “dan wint hij. Ik zeg niet op één been, maar eerste wordt hij zeker. Museeuw was gewoon de allerbeste vandaag.”

Daarmee vergiste Lefèvere zich waarschijnlijk. In de spannende 268 kilometer lange race vol Vlaamse stof, modder en kinderkoppen waren de inspanningen van Johan Capiot indrukwekkender. Vanaf de Oude Kwaremont, waar de omkijkende Olav Ludwig een grote valpartij veroorzaakte, tot de ruim honderd kilometer verder gelegen eindstreep reed hij in het voorste gelid. Eerst als solist, later samen met Bontempi, Roscioli, Bottaro en de Nederlander Eddy Schurer. Verderop maakte Capiot deel uit van een grotere kopgroep met naast Schurer ook Rob Harmeling, een gezelschap waarvan de vijf sterksten overbleven. De Belgische TVM'er Capiot was daar wéér bij en had zelfs nog de macht voor enkele vinnige aanvallen. Maar op de gevreesde Muur van Geraardsbergen was de kaars bij hem uit uit, Capiot was kapot en verloor de door Museeuw aangevoerde vier concurrenten uit het oog.

Zit hij voorin, dan heeft de ijzervreter Museeuw de gewoonte in de slotfase nog eens fel te attaqueren, dit maal had hij er echter niet meer de kracht voor. De nummer één van vorig jaar moest tot het uiterste gaan om aan het front terug te keren na de massale tuimeling op Oude Kwaremont. En hij had ook nog tweemaal lek gereden. De 28-jarige Belg vertrouwde daarom op zijn grote sprintcapaciteiten. Hij blunderde. Museeuw nestelde zich niet alleen achter de verkeerde, hij had ook een te grote versnelling gekozen. “Nogmaals, een stomme fout,” Museeuw herhaalde het, voor hij Meerbeke nog zichtbaar aangeslagen verliet. Thuis in Gistel leefden ze met hem mee, ze hadden de Ronde op de televisie gevolgd. Helaas hadden ze Bugno zien winnen, echtgenote Véronique Museeuw en de kleine Gianni.