Brunssum: besluiten verkeerd gewijzigd

BRUNSSUM, 5 APRIL. Het college van B en W van Brunssum heeft vorig jaar drie besluiten, die belastend konden zijn voor burgemeester H.W. Riem, gewijzigd zonder er een nieuwe datum boven te zetten. Dat gebeurde nadat justitie een strafrechtelijk onderzoek wegens corruptie tegen de burgemeester was begonnen. De gewijzigde besluiten werden aan Riem ter ondertekening voorgelegd, ofschoon hij toen niet meer in functie was. Zijn plaatsvervanger, mr. J. Matti, werd buiten de ingrepen van het college gehouden.

De drie besluiten hadden betrekking op een reis van Riem naar Israel, het aanvaarden van een commissariaat bij een grindbaggerbedrijf en de benoeming van Riem tot voorzitter van de FODI, het overkoepelende orgaan van grindbaggeraars. In het eerste geval is achteraf in het besluit opgenomen dat de gemeente Brunssum de reis zou betalen en in de twee andere gevallen is de datum veranderd waarop de twee functies in de baggerwereld zouden zijn ingegaan.

De vier wethouders, burgemeester Riem en gemeentesecretaris J. Cuijpers, die donderdagavond op verdenking van valsheid in geschrifte werden aangehouden, zijn inmiddels op vrije voeten gesteld. Nadat zaterdagavond eerst de wethouders waren vrijgelaten, konden zondagmiddag ook de burgemeester en de gemeentesecretaris naar huis. De Maastrichtse persofficier mr. J. Nabben heeft na de vrijlating laten weten dat de verhoren de aanwijzingen voor de verdenking hebben bevestigd. De wethouders hebben in een korte verklaring gezegd ontsteld en verbaasd te zijn over de actie van justitie, die in hun ogen geenszins gerechtvaardigd wordt door de feiten.

Volgens waarnemend burgemeester Matti had gemeentesecretaris Cuijpers vorig jaar de drie besluiten aan de wethouders voorgelegd met het argument dat er nog een paar onduidelijkheden uit de periode-Riem moesten worden gepreciseerd. “Ik was toen al in functie, maar ik wist daar niets van. De gemeentesecretaris heeft op eigen initiatief gehandeld”, aldus Matti gisteravond. Hij erkent dat de datum boven de gewraakte besluiten niet klopt: “Als u mij vraagt of er geantedateerd is, moet ik ja antwoorden, maar het is niet helemaal ongebruikelijk dat collegebesluiten achteraf worden aangescherpt zonder dat er een nieuw besluit van wordt gemaakt. Volgens sommige deskundigen in het bestuursrecht is dat niet ongeoorloofd. Maar het is natuurlijk ontzettend onhandig geweest om het in deze zaak zo te spelen. Ze hadden er veel beter aan gedaan een nieuw aanvullend besluit te nemen.” Matti vindt de zaak echter niet ernstig genoeg om de wethouders, van wie er twee terugkeren in het nieuwe college, naar huis te sturen. Het college en de gemeentesecretaris hebben aangekondigd zich vanmiddag te beraden op de situatie.

In het geval van de reis had Riem begin 1992 in het college meegedeeld dat hij in zijn vorige functie - hij was tot oktober 1991 lid van Gedeputeerde Staten in Limburg - al had afgesproken met een groep Limburgse zakenlieden naar Israel te gaan. Hij zou die reis een zakelijk doel kunnen geven door uit te kijken naar folkloristische groepen, die konden deelnemen aan een folklorefestival dat in Brunssum zou worden gehouden. De wethouders stemden in met de reis, maar in de notulen stond niets over de kosten. Riem diende achteraf een rekening in van vierduizend gulden voor de kosten die hij en zijn echtgenote hadden gemaakt. In het hernieuwde besluit, dat genomen werd kort nadat justitie in april vorig jaar een onderzoek naar corruptie had geopend, werd de financiële regeling alsnog toegevoegd. Het oude collegebesluit bleef echter in de notulen gehandhaafd.

Op soortgelijke wijze zijn ook de data veranderd waarop Riem aan zijn wethouders zou hebben meegedeeld dat hij commissaris was geworden bij Dekker Grindbaggerbedrijven BV en voorzitter van de FODI, het overkoepelend orgaan van baggerbedrijven. Justitie vermoedt dat Riem een bedrag van 1,2 ton heeft ontvangen van de bedrijven als tegenprestatie voor gunsten die hij tijdens zijn lidmaatschap van Gedeputeerde Staten zou hebben verleend. Daarbij speelt een vermeende schenking van 60.000 ton zand ter waarde van 840.000 gulden aan de baggeraars een belangrijke rol.

Volgens Riems advocaat mr. J. Marchal kan die schenking niet hebben plaatsgehad omdat Riem indertijd juridisch niet bevoegd was over het zand te beschikken. Marchal zegt op dit moment geen duidelijkheid te kunnen verschaffen over de vraag wanneer Riem als adviseur of commissaris voor Dekker Baggerbedrijven is gaan werken. “Ik heb mij tot nu toe geconcentreerd op de vermeende schenking van de partij zand om aan te tonen dat mijn cliënt die niet kán hebben geschonken. Daarmee vervalt ook de redenering dat hij daar een tegenprestatie voor zou hebben ontvangen”, aldus Marchal.