Zonderlingen

Het jonge, Engelse meisje staat wat onhandig tegen de schoorsteen geleund. Ze heeft haar voeten verbrand tijdens het vuurlopen. Ze heet Alex en werkt bij het Sunseed Project in het Spaanse gehucht Los Molinos. Lang geleden hebben de boeren Los Molinos verlaten. In hun plaats is er, hier in het karstgebergte van Andalusië, een allegaartje van zonderlingen, dropouts en zendelingen neergestreken. Alex is bij de zendelingen verzeild geraakt.

“De vrijwilligers leren op Sunseed hoe de woestijn bebouwd kan worden”, legt een oudere vrouw uit, de echtgenote van de manager van Sunseed. “De bedoeling is dat mensen vanuit de hele wereld hier kunnen leren welke voedselgewassen en welke technologieën in de woestijn gebruikt kunnen worden.” Zij moet erkennen dat Los Molinos nog geen wereldnaam heeft. Er zijn voornamelijk Engelse jongeren aan het wieden en snoeien en vuurdansen.

Alex deed mee aan een workshop 'firewalking'. De bedoeling van de workshop was 'je angst voor vuur te overwinnen'. Nu weet ze dat haar angst voor vuur maar al te terecht was. Verscheidene jongeren naast haar knikken instemmend. Alex had eigenlijk geen zin om mee te doen, maar iedereen deed het en de helft van hen loopt nu hinkend rond. Na het avondeten in de gezamenlijke ruimte van Sunseed, een vegetarische maaltijd waarvoor buitenstaanders 600 pesetas betalen, worden de vrijwilligers een voor een ter verantwoording geroepen. Alex heeft bomen geplant. Voor de volgende dag geeft ze zich weinig geestdriftig op om olijven te plukken.

De organisator van het vuurlopen is de Ier David. Hij bewoont een oude boerenhoeve dichtbij de bedding van een bergbeekje. In een vroeger leven was hij fysiotherapeut. Afgezien van zo'n workshop vuurlopen doet David verder weinig met de mensen van Sunseed. “'s Ochtends mediteer ik met ze.” David, brilleglazen als vissekommen en immer stralend lachend, wil zijn gasten in harmonie met de natuur brengen. Hij laat ze hun angsten overwinnen en hun eigen groenten verbouwen. Voor de slachtoffers die tijdens zijn workshop hun voeten verbrandden had hij een homeopathisch drankje bereid. Ook van shock kan je iets leren.

Wie niet aan het vuurdansen meedeed was Martin. Martin, een jonge Amsterdammer, zit al drie maanden in het natuurpark. Twee maanden in een huisje en de laatste maand, door geldgebrek, in een tent. Hij zit in de bijstand. Trots toont hij zijn handdrum. “Ik heb getrommeld om ze op te zwepen.” Nee, hij voelde geen aanvechting om mee te doen en over de gloeiende kolen te lopen. “Die kinderen zitten gewoon in een sekte, weetjewel.”

Martin slaapt in de tent van Jozef, een onzichtbare landgenoot die naar verluidt op een uitgebreide staat van intramurale psychiatrische zorg mag terugkijken. Jozef heeft een verlaten hoeve gekraakt. Hij gaat met niemand om. In de ogen van David is Jozef echter niet mensenschuw, laat staan gestoord. “Hij is de enige die echt onafhankelijk is in Los Molinos”, zegt hij terwijl zijn ogen vrolijk achter zijn brilleglazen rondzwemmen.

Binnenkort moet Martin terug, een vriend in Amsterdam heeft verzuimd tijdig zijn werkbriefje voor de bijstand op te sturen. Zijn uitkering dreigt te worden gestopt. Er zijn meer Nederlandse bijstandstrekkers in het dorp. Ze vertellen van zware boetes wanneer bekend raakt dat je langer dan toegestaan op vakantie blijft. Van onverwachte controles en van sollicitatiegroepen waar je aan mee moet doen, ook als je 55 bent. Martin zit niet echt te wachten op contact met de bijstandsambtenaren. Maar op een ochtend staat zijn vertrekdatum vast.

Hadden we zijn gegil niet gehoord? Bijna was hij vermoord. Hij wijst op de plek onder de olijfboom waar zijn onderkomen stond. De koepeltent die hij van Jozef te leen had ligt zielloos op de grond. Jozef heeft er grote brokken hout op gegooid. “Ik was toevallig net even weg toen het gebeurde. Ik zeg: 'Jozef wat doe je nou', en meteen komt hij op me af met een bijl.”

Martin neemt de bus naar huis. De lol is er af. Maar, zegt hij, als hij volgend jaar genoeg geld heeft komt hij weer terug. Alle gekken en sektes ten spijt. “De winter in Nederland is ook maar niks.”