Welser-Möst brengt levensvreugde in Bach

Concert: Residentie Orkest en Mozartchor Linz o.l.v. Franz Welser-Möst m.m.v. Kurt Azesberger, Tom Krause, Barbara Bonney, Bernarda Fink, John Mark Ainsley, Wout Oosterkamp. Gehoord: 31/3 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Herhaling: 2/4 Vredenburg Utrecht.

In een interview in het programmablad van het Residentie Orkest had de 32-jarige Oostenrijkse dirigent Franz Welser-Möst, die deze week in Den Haag Bachs Matthäus Passion dirigeerde, zich al duidelijk uitgesproken: “Er is veel tragiek, maar ook veel levensvreugde in de Matthäus Passion. Die vreselijk tragische en kerkelijke uitvoeringen kan ik niet uitstaan. Levensvreugde en humor zijn tekenen van wijsheid.”

Geen zware dramatische Mätthaus Passion viel er van Welser-Möst te verwachten, maar een snelle (“ik laat me leiden door het ritme van de taal en de emotionele stroom van de tekst, daarom kies ik snelle tempi”) en lichtvoetige (“ook met een groot ensemble kan je heel zacht en genuanceerd spelen”). Maar ook een heel persoonlijke, want Welser-Möst vindt dat een musicus elke noot moet spelen alsof zijn leven ervan afhangt: “Als de repetities beginnnen zal ik de musici en de zangers vragen zo persoonlijk mogelijk te spelen en te zingen.”

De Matthäus Passion als een persoonlijk statement, dat is de jonge Oostenrijkse dirigent nog niet helemaal gelukt. Zijn gestroomlijnde uitvoering van Bachs passieverhaal was meer elegant dan expressief, meer lucide dan aangrijpend. Er waren slordige momenten waarop de orkestmusici en het koor net niet helemaal gelijk waren, zoals bijvoorbeeld tijdens het koraal O Mensch, bewein' dein' Sünde gross. Maar over het algemeen kon Welser-Möst zich verlaten op de rijke ervaring die ook het Residentie Orkest met Bachs Matthäus Passion heeft, en op de haast volmaakte discipline en muzikale integriteit waarmee het Mozartchor Linz de partijen had ingestudeerd.

Welser-Möst, die als jongetje zelf in het Mozartchor Linz heeft meegezongen, ging er gewoon vanuit dat de technische basis van het geheel wel in orde was, en deed niet zo heel veel meer dan zich laten meedrijven op de goed geoliede stroom, die hij met sierlijke gebaren modelleerde, versnelde of vertraagde. Zijn luchtige, anti-autoritaire benadering prikkelde de musici en de zangers echter wel tot grote zelfstandigheid: alle uitvoerenden zaten als het ware op het puntje van hun stoel te voorkomen dat er iets mis zou gaan. De nonchalance van Welser-Möst had zodoende instrumentale oplettendheid en muzikale betrokkenheid van alle deelnemenden tot positief resultaat.

Onder de solisten trok vooral de Oostenrijkse tenor Kurt Azesberger de aandacht, die met zijn veelzijdige stemgeluid een uitzonderlijk expressieve evangelist wist neer te zetten. Ontroerend intens klonken de aria's door de alt Bernarda Fink, en Tom Krause was een eerlijke, imponerende Christus. Sopraan Baraba Bonney kwam ondanks haar technische raffinement nogal kil en afstandelijk over, terwijl de tenor John Mark Ainsley en de bas Wout Oosterkamp zich met grote, maar niet altijd even genuanceerde passie op hun rollen stortten.

    • Wenneke Savenije