VVD-programma is niet solidair; Liberale voornemens kunnen leiden tot Amerikaanse toestanden

Volgens oud-minister J. de Koning staat de Nederlandse samenleving op een kruispunt van wegen. Ten diepste gaat het om de keuze tussen een samenleving waarin een solidaire maatschappijontwikkeling telt en een waarin het individu prioriteit heeft.

'Amerikaanse toestanden', die term verwijst naar een een samenleving zonder een fatsoenlijk stelsel van sociale zekerheid, zonder veel rechten van de onderklasse, met verpaupering en met veel criminaliteit. Zo bont is het in ons land niet, maar toch biedt de situatie in de Verenigde Staten een boodschap voor onze samenleving. Ook voor het VVD-verkiezingsprogramma? Daarover aanstonds meer.

Het is opvallend hoe betrekkelijk weinig het perspectief van een solidaire samenleving in de verkiezingsstrijd naar voren komt. Omdat de campagnetijd vooralsnog wordt gedomineerd door niet onbelangrijke thema's als de AOW, de vreemdelingenproblematiek en het IRT-debat, zouden wij bijna vergeten dat de komende verkiezingen gaan over de vraag welke samenleving wij voor onszelf en de komende generaties willen. Het zicht op dat essentiële vraagstuk wordt ontnomen door de bekende campagne-items: de opiniepeilingen, de retorische begaafdheid, het uiterlijk van de lijsttrekkers en de lancering van onderwerpen, waarbij bijvoorbeeld het opnemen van de christelijke beginselen in de VVD moeiteloos wordt gevolgd door het buitensluiten van asielzoekers van buiten Europa.

Dat voor de ontwikkeling van de samenleving meer werkgelegenheid en een hogere arbeidsparticipatie noodzakelijk zijn, is momenteel onomstreden. Het vergt creatief ondernemerschap, matiging van de collectieve lastendruk, flexibilisering in het werk. De resultaten van het Nationale Economie-debat zijn wat dat betreft bemoedigend. Maar er is meer. En dat gaat het in het bijzonder om de toekomst van het stelsel van sociale zekerheid. Het stelsel is opgebouwd in een tijd van aanzienlijke economische groei, van een minder geëmancipeerde bevolking, van nagenoeg afwezige werkloosheid en van bescheiden verwachtingen van het beroep dat op sociale zekerheidsregelingen zou worden gedaan. Inmiddels is dit stelsel kwetsbaar geworden: een hoge volume-ontwikkeling, vooral in de WAO en nu ook in de WW, calculerend gedrag van burgers en organisaties, oneigenlijk gebruik. Tegenover 100 werkenden staan 86 uitkeringsgerechtigden. Tegelijkertijd kampen we met de vraag hoe de echt kwetsbaren kunnen worden bereikt en hoe solidariteit actueel en bestendig kan worden vormgegeven. Vernieuwing dus van de sociale zekerheid, maar hoe?

Het klinkt wat hoogdravend, maar Nederland staat momenteel op een kruispunt van wegen. Ten diepste gaat het om de keuze tussen een samenleving waarin verantwoordelijkheid en een solidaire maatschappijontwikkeling tellen of een samenleving waarin het uiteindelijk gaat om het individu en om individuele keuzes en afwegingen. Het is waar, de sociale zekerheid is in de gevarenzone terechtgekomen, juist omdat we zekerheid wilden via anonieme, collectieve regelingen. Verantwoordelijkheid en persoonlijke keuzevrijheid zijn te veel weggereguleerd, al is daar de afgelopen jaren wel enige verandering in gekomen (zie bijvoorbeeld de Ziektewet). Het is een politieke opdracht nieuwe perspectieven voor de sociale zekerheid te schetsen. Men kan trachten het bestaande zoveel mogelijk te handhaven, maar inmiddels weten we dat dit patroon is uitgemond in ombuigingen en beknotting van rechten. Beter is het om sociale zekerheid opnieuw op te bouwen en te enten op de eisen van deze tijd. Wie zo tegen de sociale zekerheid en de solidariteit aankijkt, zal bemerken dat het onzin is te beweren dat alle partijen op elkaar lijken, dat er niets meer te kiezen zou zijn en dat de marges voor beleid zo smal zijn geworden dat het hele verkiezingscircus er niet meer veel toe doet. Dit alles komt scherp naar voren bij de verschillen van opvatting tussen CDA en VVD. Wat zeggen deze partijen?

Het CDA zoekt naar een nieuwe integratie van solidariteit en verantwoordelijkheid. Niet vasthouden aan het bestaande stelsel, maar herstructureren. De gedachte is de werknemersverzekeringen over te dragen aan de sociale partners en de financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor de arbeidsvoorziening te versterken. Dit veronderstelt de algemeen verbindend verklaring van de CAO's en vergelijkbare regelingen voor de niet-georganiseerde werknemers.

In het VVD-program 'Nederland moet weer aan de slag' wordt daarentegen voorgesteld een 'basisstelsel' in te voeren. Wat houdt dat basisstelsel in? Alle wettelijke sociale uitkeringen (met uitzondering van de AOW) worden voor 'nieuwe gevallen' - dit is vanaf 1 januari 1995 - verlaagd tot zestig procent van het sociaal minimum, ongeacht het laatst verdiende loon. Voorts wordt dit niveau van zestig procent afgeleid van het sociaal minimum dat tot 1998 wordt bevroren. Men hoeft geen rekenwonder te zijn om te begrijpen dat het hier om zeer grote inkomensconsequenties gaat. De uitkering wordt niet meer gerelateerd aan het arbeidsverleden of de premieplichtige periode, maar wordt direct naar een beneden-minimaal niveau gebracht (zestig procent van het huidige sociaal minimum is ongeveer duizend duizend gulden, dus nog onder het niveau van een alleenstaande bijstandsgerechtigde). Het Centraal Planbureau becijferde dat bijvoorbeeld een alleenstaande met een modaal inkomen die werkloos wordt in de VVD-plannen, niet een koopkracht verlies van 25,9 procent heeft maar zelfs een inkomensachteruitgang van 57,6 procent. Dat betekent voor velen een gedwongen verhuizing. Ook wanneer iemand arbeidsongeschikt wordt gaat het om een zeer aanzienlijke inkomensachteruitgang.

Nu wordt van VVD-zijde betoogd dat uiteraard aanvullingen mogelijk zijn. Het VVD-programma: “Uitkeringen boven het basisniveau zijn mogelijk door vrijwillige aanvullende verzekeringen in de particuliere sector.” Wie echter goed leest, ziet dat het hier gaat om vrijwillige verzekeringen. De VVD zegt dan ook dat aanvullende afspraken tussen sociale partners niet algemeen verbindend mogen worden verklaard. De gevolgen laten zich raden. Niet-georganiseerde werknemers lopen op tegen ofwel onverzekerbare risico's, zoals zeker het geval zal zijn bij werkloosheid, ofwel tegen een zeer strenge 'risico-selectie' van verzekeraars. En in de gevallen waarin werkgevers en werknemers regelingen treffen dienen deze vrijwillig te zijn (geen algemeen verbindend verklaring van CAO's), zodat hier problemen kunnen ontstaan met het financiële draagvlak. In de CPB-doorrekening van het VVD-program wordt ervan uitgegaan dat slechts 10 procent van het te besparen 'werkloosheidsbudget' zal worden herverzekerd. Aldus wordt de solidariteit weggeorganiseerd. Leve de individuele keuzevrijheid. De minste vorm van solidariteit is toch wel een vorm van afspraken waarbij werknemers en werkgevers afspraken maken voor bijvoorbeeld gevallen van ziekten en arbeidsongeschiktheid. Zeker wegens het nagenoeg onverzekerbare risico van werkloosheid, althans wanneer er geen collectieve regelingen worden getroffen, doemt in Nederland het beeld op van 'Amerikaanse toestanden' als mensen werkloos worden. De prijs voor 'Nederland moet weer aan de slag' wordt eenzijdig gelegd bij mensen met een uitkering.

Men hoeft geen kenner van het Binnenhof en de Nederlandse politiek te zijn, om te weten dat de VVD-plannen uit een oogpunt van verantwoordelijkheid en solidariteit ondeugdelijk zijn en maatschappelijk niet haalbaar, maar ze brengen ook nog een ander aspect over het voetlicht. De VVD hekelt het financiële beleid van het huidige kabinet. Zeker, er is kritiek mogelijk. Maar die kritiek mag niet het zicht ontnemen op het VVD-alternatief. Een flink deel van de ombuigingen ter hoogte van de 17,6 miljard die de VVD voorstelt bestaat uit de introductie van een ministelsel in de sociale zekerheid, namelijk 6 miljard. Wanneer voor de VVD-plannen geen parlementaire meerderheid of een maatschappelijk draagvlak (quod non) te vinden is, betekent dit tevens dat alle kritiek van de afgelopen jaren van de VVD op het huidige kabinet op zijn minst in een onthullend daglicht komt te staan en hun huidige financiële plannen op drijfzand berusten.

Wordt het VVD-voorstel niet overgenomen, dan heeft de VVD een financieel gat van 6 miljard. Als de VVD-benadering op het gebied van het basisstelsel echter wel wordt ingevoerd kunnen we, in het bijzonder wat betreft de werkloosheid, gevoeglijk aannemen dat de Amerikaanse toestanden ook hier zullen opdoemen. Een solidaire maatschappijontwikkeling kunnen we dan wel vergeten.

    • J. de Koning