Vadertje Lenins massaterreur

Richard Pipes: Russia Under the Bolshevik Regime 608 blz., geïll., Alfred A. Knopf 1994, ƒ 77,70

Voor zijn nieuwste boek heeft de Amerikaanse Ruslandkenner Richard Pipes onderzoek kunnen doen in de onlangs geopende Moskouse archieven. Het was geen aanleiding zijn aan Harvard verworven inzichten over de Russische geschiedenis ingrijpend te herzien. Hij is bij zijn negatieve kijk op de Russische historische traditie en bij zijn anti-communisme gebleven.

“Het was de enting van de marxistische ideologie op de robuuste stam van de Russische patrimoniale erfenis die het totalitarisme voortbracht”, schrijft hij. “Het totalitarisme kan niet worden verklaard met verwijzing naar de marxistische doctrine of de Russische geschiedenis alleen: het was de vrucht van hun vereniging.” Daarmee gaat Pipes welbewust in tegen de trend onder Westerse politicologen, die het totalitarisme als model voor communisme of nationaal-socialisme verwerpen, omdat het naar hun mening geen statische systemen waren. Voor Pipes was het communisme onhervormbaar.

Russia Under the Bolshevik Regime gaat over het bewind van de eerste Sovjet-leider Lenin, die in 1924 overleed. Het had volgens de auteur al vrijwel alle trekken die het bewind van zijn opvolger Stalin zouden kenmerken. Ten dele is dat te verklaren uit de Russische politieke traditie, door Pipes in Russia Under the Old Regime (1974) omschreven met de term 'patrimonialisme'. Dit houdt in dat de monarch zichzelf ziet als de heerser èn de eigenaar van zijn rijk en ook zo door zijn onderdanen wordt gezien. In deze visie was Rusland het privé-domein van de tsaar en waren de onderdanen zijn dienaren. Het was volgens Pipes de basis van de onbeperkte politieke autoriteit der Russische tsaren.

In The Russian Revolution (1991) heeft Pipes beschreven hoe de marxistische ideologie op deze stam werd geënt. In haar toepassing was die ideologie overigens 'oneindig kneedbaar'. De praktijk van de bolsjewieken paste volgens Pipes in de Russische traditie, maar zij rechtvaardigden haar met marxistische argumenten. In hun meedogenloosheid gingen zij veel verder dan het tsarenregime. Dat hechtte zeker in zijn nadagen grote waarde aan een gunstige beoordeling door Europa. De bolsjewieken hadden geen last van zulke remmingen, want voor hen was Europa een vijand.

Zo werd de Russische autoritaire traditie aangelengd met het radicalisme van de Russische intelligentsia. Die was door het patrimoniale regime nooit bij het landsbestuur betrokken en ontleende haar identiteit louter aan ideeën. Deze maatschappelijke geïsoleerdheid leidde tot een extreme intellectuele intolerantie, aldus Pipes. Hervormingen waren de radicale intelligentsia niet genoeg, zij wilde niets minder dan “een totale transformatie van de menselijke omgeving met als doel het creëren van een nieuwe mensensoort”.

Ongenuanceerd

Daarmee drukt hij een erg ongenuanceerd stempel op de Russische intelligentsia. Onder de socialisten en zelfs onder de bolsjewieken waren mensen met veel pragmatischer opvattingen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Pipes politiek in de conservatieve hoek zit. Hij verwerpt het door hem aan de intellectuelen toegeschreven Verlichtingsidee dat de mens het produkt is van de oneindig kneedbare sociale omgeving. De moderne maatschappij is in zijn ogen te gecompliceerd om te proberen haar gedragspatronen op te leggen, laat staan te hermaken. “Wat niet is te bevatten, is niet te controleren. (...) Politiek gezag moet nooit worden gebruikt voor ideologische doeleinden. Het is het beste om mensen met rust te laten.” Politici die, uitgaande van de maakbaarheid van de mens, de wereld willen veranderen, liberalen zo goed als socialisten, vinden bij Pipes weinig genade. Tegenover ideologisch bevangen mensen van rechts daarentegen staat hij veel toleranter. Ik herinner mij bijvoorbeeld zijn positieve oordeel over de inmiddels door eigen hand omgekomen nationalistische dictator van Georgië, Gamsachoerdia.

Waar rechts niettemin ontspoort, ziet Pipes verwantschap met het totalitarisme van links. In een hoofdstuk over de relatie tussen communisme, fascisme en nationaal-socialisme somt hij op wat de drie doctrines allemaal verbindt. Het Italiaanse fascisme vond zijn oorsprong naar zijn mening niet in het conservatisme, maar in wat hij noemt de 'bolsjewistische' vleugel van het Italiaanse socialisme. De communisten werkten met de Duitse nationalisten, en zelfs met de nazi's samen en bereidden daarmee volgens Pipes Hitlers weg naar de macht voor.

Bovendien keken fascisten en nazi's hun methoden van Lenin af, zoals het model van de leidende partij, de officiële, allesomvattende ideologie en de onbegrensde politieterreur. Alle kenmerken van het totalitarisme waren naar Pipes' oordeel al aanwezig in Lenins Rusland. Maar helemaal duidelijk is hij niet. Want als het totalitarisme ook in Duitsland en Italië voet aan de grond kon krijgen, was het blijkbaar toch niet alleen het produkt van de Russische traditie en de marxistische ideologie.

Nieuwe vijanden

Ook uit dit nieuwe boek blijkt weer dat Pipes de Russische geschiedenis als geen ander beheerst. Hij legt uit dat de bolsjewieken - ten koste van miljoenen slachtoffers - de burgeroorlog wonnen omdat hun positie strategischer was en zij daardoor een numeriek overwicht hadden; hij verbaast zich erover dat het hun nog drie jaar kostte. Hij laat zien dat Lenin tot 1920 toe de illusie had dat hij de revolutie op de punt van de bajonet naar het Westen kon exporteren. De hongersnood die, als gevolg van de bolsjewistische politiek op het platteland, in 1921 uitbrak was, oorlogen daargelaten, “de grootste ramp in de Europese geschiedenis” sinds de Zwarte Dood en eiste meer dan vijf miljoen slachtoffers.

De enorme opstandige beweging waar de bolsjewieken in dezelfde tijd mee werden geconfronteerd, werd bestreden met een combinatie van hardhandige onderdrukking en economische concessies. Politiek werden de touwtjes juist aangetrokken, zoals Pipes in een uitstekend hoofdstuk laat zien. Wat maar enigszins naar democratie zweemde, ruimde Lenin uit de weg. Hij militariseerde de politiek en vond steeds nieuwe vijanden. Alle kenmerken van Stalins bewind had Lenin al geïntroduceerd: de oorlog tegen het eigen volk, de showprocessen, de controle over het internationale communisme, de ontwikkeling naar de dictatuur van één persoon. Het was ook Lenin die een einde maakte aan de oppositie binnen de eigen partij.

Pipes erkent dat Lenin op het eind van zijn leven opeens terugschrok voor zijn eigen creatie. Maar, zo voegt hij eraan toe, zijn verstand was door zijn ziekte (aderverkalking) toen al niet meer in evenwicht, en bovendien schrok Lenin van bijzaken en niet van het totalitaire karakter van het nieuwe bewind.

Stalin was een trouwe leninist en volgde nauwgezet de politieke filosofie en praktijken van zijn leermeester, aldus Pipes. “Alle ingrediënten van wat bekend is komen te staan als stalinisme op één na - het vermoorden van medecommunisten - had hij geleerd van Lenin, en daarbij inbegrepen zijn de twee acties waar hij het strengst voor wordt veroordeeld: de collectivisatie en de massaterreur. Stalins grootheidswaan, zijn wraakzucht, zijn morbide paranoia en andere verfoeilijke persoonlijke eigenschappen mogen niet verdoezelen dat zijn ideologie en werkwijze afkomstig waren van Lenin.”

Stalin zat al te vast in het zadel - waar hij door Lenin zelf was ingeholpen - om nog iets tegen hem te kunnen ondernemen en bovendien kon Lenin de laatste tien maanden bijna niet meer communiceren. Hij stierf op 21 januari 1924. Hij had de wens te kennen gegeven naast zijn moeder te worden begraven, maar zijn opvolgers legden hem in een mausoleum. Zo creëerden de bolsjewieken, die eerder spottend de Orthodoxe heiligencultus als bedrog aan de kaak hadden gesteld, hun eigen heiligencultus, aldus Pipes. “Anders dan de heiligen van de Kerk, wier overblijfselen waren ontmaskerd als louter vodden en botten, was hun god, zoals paste in het tijdperk van de wetenschap, samengesteld uit alcohol, glycerine en formaline.”

Het door Lenin ingestelde communistische regime was onhervormbaar, aldus Pipes, en Gorbatsjovs pogingen daartoe waren tot mislukken gedoemd. Over de mogelijkheden tot democratisering in Rusland na de ineenstorting van het communisme in 1991 heeft hij zich wel gunstig uitgelaten. Dat wekt de indruk dat hij de ellende van het systeem toch in de eerste plaats met het communisme associeert. Maar hoe zit het dan met de Russische traditie, die er volgens Pipes zelf toch niet minder schuldig aan is geweest?

Dikke boeken

Pipes heeft altijd strong opinions gehad over zijn vakgenoten. Zo ook in dit boek. Hij veegt bijvoorbeeld de vloer aan met de sociaal-historici, die maar niet willen inzien dat de Russische revolutie in de eerste plaats politieke oorzaken had. Zij zoeken naarstig naar bewijzen van arbeidersradicalisme in pre-revolutionair Rusland, om de revolutie als het ware een rechtmatige plaats in de Russische geschiedenis te geven. Dat past natuurlijk niet in Pipes' visie en het heeft volgens hem dan ook veel dikke boeken met hoofdzakelijk betekenisloze gebeurtenissen en statistieken opgeleverd, “die alleen aantonen dat, terwijl geschiedenis altijd interessant is, geschiedenisboeken zowel leeg als saai kunnen zijn”. Voor Pipes' nieuwste boek gaat dat laatste in elk geval weer niet op. Ondanks zijn overdrijvingen kan hij met recht de belangrijkste levende Rusland-historicus worden genoemd.