UCI-punten bepalen marktwaarde

Behalve om de eer strijden de renners morgen in de Ronde van Vlaanderen ook om wedstrijdpunten, die de marktwaarde van een coureur bepalen. De winnaar verzamelt 150 punten in het zogenoemde UCI-klassement. De nummer twee verdient 75 punten, de nummer drie 50. Het puntensysteem wijst elk jaar de beste allrounder van het profpeloton aan. In het tussenklassement heeft Miguel Indurain de leiding.

Een renner kan in deze rangschikking, die voorheen de FICP-lijst heette, het meeste scoren in de Ronde van Frankrijk. De eindzege in de Tour - het puntentotaal van een ploeg is mede beslissend voor toelating tot de Franse ronde - levert 300 punten op, nummer twee ontvangt 225 punten, nummer drie 190, nummer vier 165, nummer vijf 150, etcetera. Wie Parijs haalt wordt met zes punten beloond. De etappewinnaars en de renners die dagelijks als tweede en derde binnenkomen, krijgen respectievelijk 50, 30 en 20 punten, terwijl elke gele trui goed is voor 30 punten.

In het UCI-klassement tellen ook de verrichtingen van de twee voorgaande jaren mee. Met dien verstande, dat nu na elke wedstrijd bij elke renner veertig procent van zijn twee seizoenen eerder (in dezelfde race) verzamelde punten wordt afgetrokken. En zestig procent van de één jaar geleden (in dezelfde koers) bijeen gereden punten.

Na de Tour zijn de Ronden van Italië en Spanje (hoofdprijs goed voor 220 punten) interessant voor de rangschikking, net als de eendaagse wedstrijden voor de Wereldbeker. Wie Milaan - Sanremo op zijn naam schrijft, de Amstel Goldrace of een van de zeven andere topklassiekers, krijgt een zelfde beloning als bij de Ronde van Vlaanderen. De nummer vier krijgt 45 punten, de nummer vijf 40, enzovoort. Bij het WK op de weg krijgt de snelste beroepsrenner 200 punten, de als tweede aankomende 150, nummer drie 100, nummer vier 70, nummer vijf 60 punten, etcetera.

Alle andere wedstrijden zijn in categorieën ingedeeld: Zo bestaan de klassen 1.1 tot en met 1.5 voor de eendaagse ritten. De Omloop Het Volk (winnaar 80 punten) behoort tot de vrij belangrijke 1.1, de Ronde van Midden-Zeeland (50 punten) tot de 1.3 en de onbeduidende First Union Grand Prix (20 punten) tot de 1.5. Kleinere etappewedstrijden worden gerangschikt in de klassen 2.1 tot en met 2.5. Parijs-Nice (110 punten voor de winnaar) staat hoog in aanzien, de Ronde van Nederland (90 punten) valt onder de tweede groep en de Ronde van Colombia (30 punten voor de triomfator) behoort tot de koersen die het minst in tel zijn.