Schindler's List (1)

Het zal voor Claude Lanzmann een hard gelag zijn in Steven Spielberg zijn meester te moeten erkennen.

Zijn tirades tegen Schindler's List worden met de dag scherper (NRC Handelsblad van 26 maart: 'Een onmogelijk verhaal, een kitscherig melodrama'), maar zijn argumentatie blijft uiterst zwak. De basisfout is dat Lanzmann Schinder's List steeds vergelijkt met zijn eigen documentaire Shoah. Die duurde tien uur, begon na enkele uren onherroepelijk te vervelen en maakte na zes of zeven uur elk publiek volkomen immuun voor de horror van de holocaust. Bij Spielbergs film zit je drie uur lang op het puntje van je stoel en je komt behoorlijk aangeslagen de bioscoop uit. Lanzmann neemt het zijn collega kwalijk dat hij het verhaal van één man gebruikt om de verschrikkingen van het naziregime te tonen. Met dat verwijt bewijst Lanzmann niets van dramaturgie te begrijpen. Geen mens had na de oorlog de ellende van het onderduiken kunnen navoelen, als er niet het dagboek van dat ene meisje geweest was.