Phil Collins en band steriel en onbezield op nieuwe wereldtournee

Concert: Phil Collins. Bezetting: Nathan East (bas), Ricky Lawson (drums), Daryl Stuermer (gitaar), Brad Cole (toetsen), Andrew Woolfolk (sax), Arturo Velasco (trombonbe), Harry Kim en Daniel Fornero (trompet), Amy Keys en Arnold McCullor (zang). Gehoord: 1/4 Prins van Oranjehal, Utrecht. Herhaling: 2, 9 en 10/4.

Sinds hij de drumkruk bij de symfonische rockgroep Genesis verruilde voor een loopbaan als popzanger, profileert Phil Collins zich nadrukkelijk als de gewone jongen die door stom toeval zo beroemd is geworden. 'Let maar niet op mij,' lijkt de 43-jarige Engelsman te willen zeggen met zijn onbeholpen danspassen en zijn onopvallende podiumkledij. Niettemin kwamen er gisteren meer dan zeventienduizend fans naar het eerste van vier uitverkochte concerten in de nieuwe Prins van Oranjehal, een onderdeel van het Utrechtse Jaarbeurscomplex.

In zo'n hal met de afmetingen van twee vliegtuighangars, is het nog maar afwachten of de muziek niet in een galmende geluidsbrij over de hoofden wordt uitgestort. Dat viel mee. Het grootste bezwaar dat tegen de twee en een half uur muziek van Collins en zijn band van geoefende sessiemuzikanten kon worden aangevoerd, was dat het op den duur wat al te steriel en zielloos klonk. Door een overmaat aan slome ballades en betrekkelijk onbekende nummers, kwam het concert pas in het laatste half uur werkelijk op gang.

Op zijn meest recente album Both Sides speelt Phil Collins alle instrumenten zelf. Vergeleken bij zijn oudere werk levert dat een sobere klank en een ingetogen sfeer op, die op het podium worden uitgebouwd door de prominente bijdragen van bassist Nathan East uit de band van Eric Clapton, toetsenman Brad Cole van Supertramp en gitarist Daryl Stuermer uit Genesis. 'Voor de pauze spelen we de droevige liedjes,' deed Collins de opzet van deze openingsavond van zijn nieuwe wereldtournee uit de doeken. 'Daarna komen we terug om jullie plat te walsen.' Een vierkoppige blazerssectie moest voor dat laatste zorgen, in combinatie met het robuuste slagwerk van de uit de fusionwereld afkomstige drummer Ricky Lawson.

In een spectaculair bewegend decor dat een in verval geraakt industrieterrein moest voorstellen, begon de als handelaar in oud roest uitgedoste Collins zijn optreden met een drumsolo. Hij leunde soms letterlijk op de achtergrondvocalisten, terwijl hij met zijn geknepen neuzelstem met hen in duet ging. Na het vrome lied Another Day In Paradise waarin Collins het leed van alle daklozen ter wereld op zijn schouders nam, werd de dramatische kadans van I Wish It Would Rain afgedwongen door bezielende gospelzang uit de tweede linie.

Met dat 'platwalsen' na de pauze liep het wel los. Nadat Collins tijdens In The Air Tonight zijn oude rol van zingende drummer had opgevat, speelde hij vooral de jofele entertainer die van alle markten thuis probeert te zijn. Een lachwekkende Bob Marley-imitatie en de aanstekelijke funkrock van Easy Lover kwamen er aan te pas om het publiek bij de feestvreugde te betrekken.

Terwijl het opgeruimde dansritme van de Supremes-cover You Can't Hurry Love en Collins' eigen Sussudio gepaard ging met confetti en Bengaals vuur, waren grote groepen bezoekers alweer onderweg naar trein of parkeergarage. Als fan moet je er nu eenmaal geweest zijn, maar voor de lol ga je er kennelijk niet naar toe.