Ontwikkelingsorganisaties willen jonge mensen uitzenden naar Derde Wereld; 'Ervaring is niet langer een vereiste'

ROTTERDAM, 2 APRIL. Ontwikkelingsorganisaties zijn op zoek naar jonge mensen die zij naar landen in de Derde Wereld kunnen uitzenden. Dit jaar zullen vijftig nieuwe, onervaren werknemers worden aangenomen om ontwikkelingswerk te gaan doen.

De werknemers moeten vooral jong zijn om de vergrijzing binnen de organisaties tegen te gaan. De overkoepelende vereniging van Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden (PSO) maakte dat deze week bekend tijdens een algemene ledenvergadering besloten.

Er zijn meer arbeidsplaatsen dan dat er mensen zijn die willen werken in een ontwikkelingsland. Het afgelopen jaar bleven honderd arbeidsplaatsen onbezet bij de 31 leden van de PSO, waaronder organisaties als Memisa, Novib, Hivos en het Rode Kruis. Drie jaar geleden waren er nog vijfhonderd mensen in het veld, op dit moment niet meer dan vierhonderd. “We zitten te springen om mensen en we beschikken over voldoende financiële middelen”, aldus Michel Hulten, voorzitter van PSO en persoonlijk adviseur van minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking.

Niet alleen PSO zendt mensen uit. Ook het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en de SNV Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie sturen jaarlijks mensen naar het buitenland. Zij kampen met hetzelfde vergrijzing-probleem. In totaal werken 1800 Nederlanders als ontwikkelingswerker in de Derde Wereld. De gemiddelde leeftijd van de ontwikkelingswerker bij de organisaties die bij de PSO zijn aangesloten, is op dit moment 37 jaar, en gaat elk jaar omhoog.

De PSO hoopt door de werving van jonge mensen een nieuwe generatie ontwikkelingswerkers te kweken. “Werkervaring is niet nodig. Ook belangstellenden die nog nooit in de Derde Wereld zijn geweest kunnen solliciteren. Alleen een relevante vooropleiding is van belang”, zegt directeur van de PSO, Manuela Monteira.

Vanuit de Derde Wereld is de afgelopen jaren steeds meer vraag gekomen naar gespecialiseerde, ervaren krachten. “Vroeger zonden we een leraar wiskunde of een gewone huisarts. Nu worden adviseurs voor het opzetten van scholen gevraagd of gespecialiseerde chirurgen.”

Bij de SNV Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie (500 veldwerkers) heeft men het afgelopen jaar niet één nieuwe onervaren kracht in dienst genomen. Directeur Jan Berteling ziet dan ook wel wat in het idee van een kweekvijver. “Al onze vacatures zijn nu vervuld, maar desondanks denk ik dat ook wij nieuwe mensen in dienst moeten gaan nemen.”

De vergoedingen van de 'vrijwilligers' van de PSO zijn gebaseerd op de inkomens in de Derde-Wereldlanden en zijn dus te laag om ervaren werknemers te kunnen aantrekken, zo constateerde de PSO de afgelopen jaren. “Mensen zijn zakelijker geworden. Idealisme betekent niet dat je op een houtje moet bijten”, aldus Monteira. “De mensen die worden gevraagd hebben hier een goed inkomen en zijn niet bereid om voor minder geld in de Derde Wereld te gaan werken.”

Door verhoging van de vergoedingen wil de PSO het werken in de Derde Wereld aantrekkelijker maken voor de specialisten. Die hoge vergoedingen gelden overigens niet voor de nieuwkomers. Zij beginnen onder aan de ladder, onder begeleiding van de ervaren krachten.

    • Ede Botje