Nog een maand

NOG EEN MAAND te gaan en de kiezer blijft - afgaande op de opiniepeilingen - op drift. De drijfjacht van het electoraat met de beide regeringspartijen PvdA en CDA als haas is nog steeds niet ten einde. De coalitie die in 1989 met een comfortabele meerderheid van 103 van de 150 Kamerzetels begon, zou volgens de jongste onderzoeken ver onder de 75 zetels blijven steken. Deelname aan een nieuw kabinet is niet langer een vanzelfsprekendheid. De meest spectaculaire ontwikkeling blijft ongetwijfeld de zware klap die het CDA oploopt. Niet dat het de Partij van de Arbeid beter gaat, maar daar is de dramatische teruggang in de aanhang zo veel eerder ingezet, dat inmiddels sprake is van gewenning. Daardoor verkeert de PvdA thans in het stadium dat elke zetel minder verlies in de peilingen reeds als pure winst wordt uitgelegd. Cijfermatig bezien valt hier van alles op af te dingen, maar de psychologische betekenis ervan moet niet worden onderschat. De PvdA kan zeggen 'uit het dal' te zijn. Een conclusie waar het CDA nog niet aan toe is.

En zo koerst Nederland gestaag aan op de grootste stembusrevolutie sinds in 1917 het algemeen kiesrecht werd ingevoerd. Nimmer waren de verschillen ten opzichte van de vorige verkiezingen zo groot. Met tientallen zetels tegelijk verschuiven de voorkeuren. Een voorproefje gaven de kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen van een maand geleden, toen zij massaal uit het midden wegtrokken. De lokale partijen zouden het beeld hebben vertroebeld, was toen nogal eens het verweer van de landelijke verliezers. Maar, getuige al weer de peilingen, de kiezer keert zich ook zonder de aanwezigheid van lokale politieke fenomenen af van de traditionele partijen. Sterker nog, de tendens van de raadsverkiezingen zet zich versterkt door. Een deel van het 'Italiaanse verhaal' lijkt hierdoor ook op Nederland van toepassing.

ONDER DIT GESTERNTE zal na Pasen de verkiezingscampagne echt beginnen. Voor CDA en PvdA is de inzet duidelijk: redden wat er nog te redden valt. In de deze week geopenbaarde verkiezingsleuze van het CDA, 'Een groot karwei vraagt een sterke partij', klinkt zowel iets door van een waarschuwing als van een hulproep. De vooruitzichten voor het CDA zijn desastreus. Bij de komende verkiezingen dreigt de partij veel meer dan het sinds 1986 gesignaleerde 'Lubbers-effect' te verspelen. Wat straks de gevolgen zijn voor het karakter van de partij laat zich raden. Juist omdat er niet één allesoverheersende oorzaak is voor het verlies van het CDA - de oude aanhang schiet alle kanten op - staat de partij een langdurig bezinningsproces te wachten. Na de verkiezingen dient zich een voor het CDA unieke vraag aan: moet dat proces zich in of buiten het kabinet voltrekken?

Van de staatsman-uitstraling die het CDA door het vertrek van Lubbers moet ontberen, hoopt de PvdA met vice-premier Kok als lijsttrekker nu volop te profiteren. De verkiezingsaffiches van de PvdA met als leuze 'Kies Kok' laten hierover geen onduidelijkheid bestaan. Het is een logische strategie aangezien onderzoek keer op keer aantoont dat de persoon Kok meer vertrouwen weet te winnen dan zijn partij. De PvdA die als vierde partij eindigt, dan wel als eerste; de marges zijn momenteel zo smal dat nog van alles mogelijk is. Het verschil tussen beide uitkomsten bedraagt niet meer dan een paar zetels. Maar de gevolgen voor de positie van de partij en haar lijsttrekker zullen in het ene geval totaal anders zijn dan in het andere geval.

INTUSSEN HEEFT DE oppositie vrij spel. Terwijl CDA en PvdA hun overlevingsstrijd voeren, hebben zij de thema's voor het uitzoeken: de financiële soliditeit van het kabinet, de chaos rond de opvang van asielzoekers, of de politie. De affaire rond het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland/Utrecht levert dagelijks stof op voor nieuwe vragen. Vragen die vooral pijnlijk zijn voor de politiek verantwoordelijken. Of kunnen de betrokken ministers op dit moment beter worden aangeduid als de officiële (Hirsch Ballin) en officieuze (Van Thijn) nummer drie van respectievelijk CDA en PvdA?

Nog een maand te gaan en dan zal blijken of de nu voorspelde afrekening door de kiezer werkelijkheidswaarde bezit. Het wordt de komende weken een strijd om het grote contingent niet-weters en aarzelaars. De zwevende kiezer is zeer conjunctuurgevoelig en zodoende zal de campagne in weerwil van de verkiezingsprogramma's een conjunctureel karakter dragen. Consistentie van beleid is onder dergelijke omstandigheden veelal het eerste slachtoffer. De niet zonder succes gebleven grijze lobby heeft dat al aangetoond. De discussie in het kabinet over de koopkrachtontwikkeling in 1995 (wanneer er redelijkerwijs gesproken allang een nieuw kabinet zit) moet eveneens in het licht van de naderende verkiezingen worden bekeken.

Het aftellen is begonnen. Op 3 mei staan partijen, posities en personen op het spel. De gevestigde politiek ontmoet tijdens de campagne een wispelturig electoraat dat uitspreekt wat anders te willen zonder daar overigens verder inhoud aan te geven. De politici zijn nerveus, maar de kiezer geniet. De komende weken zijn van hem.