Lunch met Jane Austen

Wat sterk tot mijn verbeelding spreekt is de ouderdom van planten. Niet hun individuele leeftijd en ook niet hun ouderdom in de evolutie, maar hun ouderdom in het bewustzijn van de mensen, in de opgetekende geschiedenis. Dat is de reden dat ik een zwak heb voor historische tuinboeken, en meer specifiek voor boeken over de geschiedenis van gecultiveerde planten.

De kleinste details geven mij een gevoel van vervulling: het feit dat Perennial Garden Plants van Graham Stuart Thomas steeds het land van oorsprong en de datum van introductie in Engeland geeft vind ik bijna even inspirerend als zijn smakelijke beschrijvingen van de planten in kwestie. Crambe cordifolia: Kaukasus, 1822; Geranium wallichianum: Himalaya 1820; Lychnis chalcedonica: Oostelijk Rusland 1593; Sisyrinchium striatum: Chili 1788. Zo transformeert een tuin zich onder je ogen tot een historisch landschap van grote ouderdom.

Met behulp van zulke historische data zou je een tuin zelfs helemaal kunnen inrichten naar jaartal of land van oorsprong - “Dit is mijn Shakespeariaanse tuin,” fluistert de geest van Lucia uit de boeken van E.F. Benson, of: “Dit is mijn Kaukasische perk” (herinneringen aan de Kaukasische krijtkring). Niet dat je er veel mee opschiet; ook toegepast op groente heeft het niet veel practisch nut, maar het maakt het nog fascinerender. Zo ben ik in de ban hiervan er zelfs toe overgegaan voor de moestuin een zekere variëteit van tuinboon te bestellen, louter en alleen om het jaartal van introductie, 1809. Stel je voor: tuinbonen proeven zoals ze smaakten in de tijd van Jane Austen.

Ik vond ze in de door Chase Organics en de Henry Doubleday Research Association uitgegeven The Organic Gardening Catalogue, die lijkt op het boek van Thomas doordat het de data geeft waarop de verschillende groentenvariëteiten geïntroduceerd werden, hetgeen ze nog begeerlijker maakt dan gewone zaadcatalogi, waar ik toch al voor mijn plezier in lees, net als in kookboeken.

De Henry Doubleday Research Association heeft ook een Heritage Seed Library, “die toegang geeft tot oude, ongebruikelijke en onwettige (outlawed) groentevariëteiten”. Een 'onwettige' groente is een groente die niet meer op de National List voorkomt en daarom niet meer wettig kan worden verhandeld. Het registreren van een groente op deze lijst, die oorspronkelijk in het leven werd geroepen om kwaliteit te garanderen, is een kostbare en ingewikkelde procedure. Variëteiten die zich niet lenen tot massaproductie komen er eenvoudig niet op. Ook nu nog kan een variëteit geschrapt worden als er niet voor wordt betaald. De Heritage Seed Library - niet een bibliotheek met boeken, maar meer letterlijk een 'seminarium', en zelfs een uitleen-seminarium - bevat een 2000 variëteiten waarvan er ongeveer 60 beschikbaar zijn voor 'uitleen' aan leden van het Genootschap (de bedoeling is dat van de opbrengst weer zaad bewaard en aan de Library retourneerd wordt).

De commerciële catalogus, van wettige groenten dus, bevat bijoux als Asparagus 'Connover's Colossal' (1873), de pronkboon 'Painted Lady' (1855), de snijbiet 'Perpetual Spinach' (1869), de savoyekool 'Omskirk' (1899), boerekool 'Dwarf Green Curled' (1860), de prei 'Musselburgh' (1822), de ui 'Giant Zittau' (1880), de pastinaak (vroeger gebruikt zoals nu de aardappel) 'The Student' (1865) en mijn tuinboon 'Green Windsor' (1809). Vele hiervan zijn beschikbaar uit niet-organische catalogi als Sutton's, maar deze zijn spaarzamer met hun data.

In Early Gardening Catalogues door John Harvey (Londen, Phillimore, 1972) kon ik de geloofsbrieven van Jane Austens tuinboon verifiëren. Dit boek bevat facsimilé's van tuinierscatalogi tussen 1677 en 1835, en 'Windsor' bonen worden genoemd in de lijsten daterend van 1677 en 1729. De eerste vermelding van 'Green Windsor' komt voor in een catalogus van Flanagan & Nutting daterend uit 1835: toen ik die vond was ik even opgewonden als de mensen geweest moeten zijn toen die boon nieuw was.

Nieuwe variëteiten duwen de oude uit het nest. Dit proces is, welIswaar zonder de tussenkomst van een National List, al eeuwen aan de gang. zoals John Harvey schrijft: “De achteruitgang in het aantal regelmatig gecultiveerde groenten is ononderbroken, ondanks de introductie van enkele belangrijke variëteiten sinds de Middeleeuwen (...). Van de ongeveer 120 groentes en kruiden die voorkwamen op de lijst uit ca. 1500 vindt men in de hedendaagse zaadcatalogi een derde terug.”

Het is zeker waar dat er een heel verschil is tussen de lijst van 1500 en de latere (ze aten in 1500 ontzagwekkende hoeveelheden sla, en dan moesten hun tuinen ook nog dienen als apotheek), maar de verschillen tussen de lijst van 1677, die van 1835 en een moderne catalogus, zoals die van Sutton's van 1994, zijn niet zo groot. De lijst van Sutton's is natuurlijk langer, maar hun 31 verschillende soorten bonen vergelijken zich gunstig met de 26 van Flanagan & Nutting uit 1835, maar niet hun 16 soorten erwten met de 26 van F & N. Deze laatste hebben veel meer broccoli dan Sutton's, maar slechts één soort spruitjes tegen Sutton's zeven. Beide hebben ongeveer hetzelfde aantal kruiden, terwijl er op de lijst van 1677 tweemaal zoveel staan; de aantallen voor kropsla, radijs en spinazie zijn ongeveer gelijk.

De soorten groente die de mensen eten zijn dus niet zoveel veranderd sinds 1677; ik vond maar zes soorten beschikbaar in zowel 1677 en 1835, die niet voorkomen in de catalogus van Sutton's en bij nader onderzoek bleken dat variëteiten te zijn als tuinmelde (Atriplex hortensis) zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum), slangelook (Allium scorodoprasum), rapunzelklokje (Campanula rapunculus) en kardoen (Cynara cardunculus), waarvan ik er, ik vermeld het met schaamte, geen enkele ooit heb gegeten, maar die nog wel verkrijgbaar zijn als tuinplanten (bij meer gespecialiseerde kwekerijen als de Cruydthoeck). Daar staat tegenover dat de sinds 1835 verschenen menigte nieuwe groentes (alleen al de oosterse, zoals Chinese kool, nu verkrijgbaar in de gewoonste supermarkt), de paar verdwenen slasoorten meer dan compenseren.

Dat goede oude groentenvariëteiten, vele daterend uit de late 19e eeuw, nu slachtoffer zijn geworden van marktmechanismen (te ongelijk in grootte, niet allemaal tegelijk rijpend, niet goed tegen reizen kunnend, ziektegevoelig) en als het ware gedwongen worden onder te duiken, is heel jammer. Maar de werkelijke vraag, afgezien van sentiment, is hoe ze smaken: zijn ze werkelijk lekkerder dan hun moderne equivalent, zoals vaak geloofd wordt? Maar we zullen het spoedig te weten komen, tenminste voor één oude variëteit: op zekere dag in Juni zal ik de 'Green Windsor' tuinboon oogsten en, geblinddoekt natuurlijk, proeven wat Jane Austen bijna twee eeuwen geleden moet hebben geproefd.

Chase Organics (GB) Ltd, Addlestone Surrey KT15 1HY. Tel 0932820958.

Henry Doubleday Research Association, Ryton Organic Gardens, Ryton-on-Dunsmore, Coventry CV8 3LG. Tel 0203 303517.

Sutton's Seeds Limited, Hele Road, Torquay, Devon TG2 7QI. Tel 0803 614455.

Cruydthoeck, Postbus 1414, 9701 BK Groningen.

    • Sarah Hart