LÉON DEGRELLE; Waalse fascist heeft zich nooit bekeerd

BRUSSEL, 2 APRIL. Léon Degrelle, de Belgische oorlogsmisdadiger die eergisteravond op 87-jarige leeftijd in het Spaanse Malaga overleed, was de leider van het vooroorlogse fascisme in Wallonië. Degrelle - die met zijn welsprekendheid tienduizenden in vervoering wist te brengen en die later (onder andere tegenover televisiejournalist Maurice De Wilde) nooit spijt heeft betuigd over zijn houding - beleefde zijn grootste politieke succes in 1936. Tijdens verkiezingen in dat jaar werd zijn Rex-partij plotseling een massabeweging in Wallonië en Brussel, goed voor bijna twaalf procent van de stemmen in België.

Maar in de jaren daarna nam zijn invloed weer snel af en bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was Rex geslonken tot kleine Franstalige partij. Tijdens de oorlogsjaren riep Degrelle de Walen vervolgens op tot collaboratie met de Duitsers. In 1941 vertrok hij zelf in SS-uniform naar het Oostfront aan het hoofd van het eveneens door hem opgericht Waals legioen. In de lente van 1944 werd Degrelle als een oorlogsheld gevierd in Berlijn en in Parijs en hield zijn Legioen een zegetocht door de straten van Brussel en van Charleroi.

Bij de bevrijding van België in 1944 wist Degrelle per vliegtuig via Noorwegen naar Spanje te ontkomen. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld, maar dictator Franco weigerde herhaalde malen om hem uit te leveren. In 1954 werd Degrelle Spaans staatsburger.

Rex was de Waalse tegenhanger van het Vlaamsch Nationaal Verbond. De in Bouillon geboren Degrelle werkte aanvankelijk als jezuïet bij de katholieke uitgeverij Rex. Al vrij spoedig maakte hij daarvan een zelfstandige onderneming die vooral politiek actief was. Volgens de Britse historicus Martin Conway had Degrelle vooral succes door het aan de kaak stellen van een aantal financiële schandalen waarin prominente politici waren verwikkeld. Dat zou het grote publiek meer hebben aangesproken dan zijn in vage termen gestelde programma, “een mengeling van katholiek moralisme en poujadistische demagogie”.

Degrelle kreeg belangrijke financiële steun van Mussolini. Volgens Conway voelde Degrelle zich als katholiek meer aangetrokken tot het Italiaanse fascisme dan tot het Duitse nazisme. Dat nam niet weg dat Degrelle in de zomer van 1936 een ontmoeting had met Hitler en van hem ook enige financiële steun kreeg. “Avond aan avond juichten tallozen hem toe: een mooie jongeman, met zachte en toch stoutmoedige ogen, een diepe stem die kon klinken als een donderslag maar week werd als hij sprak over kleine kinderen en zijn oude moeder”, zo beschreef La Dernière Heure zijn optreden in 1936.

Een jaar later al leed Degrelle bij tussentijdse verkiezingen een zware persoonlijke nederlaag in een electoraal tweegevecht met de toenmalige premier Van Zeeland. Doorslaggevend daarbij was dat de toenmalige aartsbisschop van Mechelen, kardinaal Van Roey, de banvloek uitsprak over het Rexisme (“een gevaar voor het land en voor de kerk”) en de kiezers opriep op Van Zeeland te stemmen. In de jaren daarna verloor Rex steeds meer aanhang om in 1939 nog maar vier van de eerder gewonnen 21 Kamerzetels over te houden.

Na de Duitse inval van mei 1940 duurde het nog even voordat Degrelle opriep tot collaboratie. Toen de Duitsers in 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen, rook hij zijn kans en richtte hij het Waals legioen op. Uiteindelijk meldden zich 850 vrijwilligers om met Degrelle deel te nemen aan de Blitzkrieg tegen het bolsjewisme.

Na terugkeer wilde Degrelle gebruik maken van zijn aureool als gedecoreerd Oostfrontstrijder om ook in eigen land orde op zaken te stellen, zoals hij verklaarde. Daarbij ging hij steeds meer op de koers zitten van onderwerping van Wallonië aan het Duitse nationaal-socialisme. In januari 1943 betoogde hij in een redevoering zelfs dat Walen in feite Germanen zijn.

    • Wim Brummelman