Justitie wil Fiat-top voor rechter dagen wegens fraude

ROME, 2 APRIL. Italiaanse onderzoeksrechters willen dat twee topfiguren van autofabrikant Fiat zich voor de rechter verantwoorden op verdenking van corruptie. De twee, F. Mattioli en C. Romiti, vormen samen met Fiat-president Agnelli de top van het grootste particuliere bedrijf in Italië.

Volgens justitiële bronnen bevinden Fiat-directeur Romiti en financieel directeur Mattioli zich onder de 61 verdachten die zouden zijn betrokken bij omkooppraktijken in verband met de bouw van de metro in Rome. Andere verdachten in dit bouwschandaal zijn de voormalige socialistische premier Craxi en het voormalige hoofd van staatsgigant Instituto per la Ricostruzione Industriale (IRI), F. Nobili.

De onderzoeksrechters verdenken zakenlieden ervan meer dan 100 miljard lire (110 miljoen gulden) aan steekpenningen betaald te hebben aan politieke partijen in ruil voor contracten. Een rechter moet nu beslissen of het tot een rechtzaak komt. Mattioli en Romiti zijn de meest prominente zakenlui die tot nu toe worden genoemd in het twee jaar geleden begonnen onderzoek naar corruptie in de Italiaanse politieke top. Fiat (omzet circa 65 miljard gulden), met activiteiten die variëren van de bouw van auto's tot de constructie van spoorwegen, wilde geen commentaar geven op een mogelijk proces tegen beide directeuren.

Het onderzoek naar omkooppraktijken bij de bouw van de Romeinse metro begon in oktober 1992. Justitie deed toen een inval in de kantoren van Intermetro, het consortium dat de ondergrondse bouwt. Fiat is een van de partners in dit consortium. Volgens justitiële bronnen variëren de verdenkingen van de onderzoeksrechters van corruptie en het illegaal financieren van politieke partijen tot het vervalsen van balansen.

Carlo de Benedetti, president van computerfabrikant Olivetti, was aanvankelijk ook een verdachte. Maar het onderzoek naar hem zou zijn gestaakt bij gebrek aan bewijs. Volgens het Italiaanse persbureau ANSA zou Fiat-directeur Romiti zijn betrokken bij steekpenningen van 6,46 miljard lire (ruim 7 miljoen gulden) voor de christendemocratische en socialistische partijen.

Romiti en anderen zouden bij het betalen van de steekpenningen gebruik hebben gemaakt van buitenlandse bedrijven zodat de gelden niet terug waren te voeren op rekeningen van Fiat. (Reuter)