Indonesië glimlacht om het bezoek van Lubbers

De contacten tussen de voormalige kolonie en het moederland moeten weer worden aangehaald. Daarom bezoeken minister-president Lubbers en minister Kooijmans (buitenlandse zaken) van 4 tot 8 april Indonesië.

JAKARTA/LEIDEN, 2 APRIL. De bilaterale verhoudingen tussen Indonesië en Nederland liepen schade op toen president Suharto op 25 maart 1992 de ontwikkelingsrelatie met Nederland verbrak. Maar tijdens het bezoek van minister-president Lubbers en minister Kooijmans aan Indonesië is terugkijken op die recente historie er niet bij.

De uitnodiging van president Suharto kwam al in oktober 1992 tijdens de milieuconferentie in Rio de Janeiro. Maar Nederland heeft gewacht. Eerst moest de schade door het eenzijdig opzeggen van de ontwikkelingsrelatie door Suharto in maart 1992 beperkt worden. Nederland zocht haastig meer samenwerking op het terrein van onderwijs, landbouw en wetenschappelijke, culturele en juridische zaken.

Bij Indonesische diplomaten en industriëlen bestaat overigens sterk het gevoel dat Nederland meer behoefte heeft aan het bezoek dan Indonesië. Glimlachend vragen zij of dit de “zwanezang van premier Lubbers is”. De regering Suharto heeft het druk met de belangrijke rol die Indonesië op het wereldtoneel speelt: voorzitter van de conferentie van niet-gebonden landen en van Asean, het politieke en economische verband in Zuidoost-Azië. Verder is Indonesië actief in de APEC, het economische samenwerkingsverband van de landen aan de Stille Oceaan. Toch ruimt hij tijd in om zijn Nederlandse gasten te ontvangen.

Met een discussie over mensenrechten gaan de Indonesische gastheren weliswaar akkoord, maar dan wel binnenskamers. Ontmoetingen met niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor mensenrechten staan wel op het programma, maar alleen op de laatste middag en liefst met zo weinig mogelijk publiciteit omgeven.

De filosofie daarachter is simpel, zo menen Indonesische gesprekspartners: “Als jullie bereid zijn over zaken te praten die een wederzijds belang dienen, dan zijn we van de partij. Rakelen jullie slechte zaken op dan hebben wij er ook nog wel een paar. Maar het is tijd om alleen naar de toekomst te kijken. Nederland is voor ons een uitvalsland naar Europa, een aardig klein land met wie we een gemeenschappelijk erfgoed hebben. Maar wij zijn driftig bezig met onze eigen snelle ontwikkeling, waarbij we niet door anderen op de vingers willen worden gekeken, zeker niet hinderlijk.”

Daarom is premier Lubbers en minister Kooijmans door medewerkers aangeraden vooral niet opnieuw over ontwikkelingshulp te praten. Die zaak is voor Jakarta afgedaan, al rekent Den Haag nog wel op een mogelijkheid om via particuliere organisaties en via VN-kanalen hulp te kunnen blijven geven aan Indonesië.

Premier Lubbers laat zich op deze reis niet vergezellen door een delegatie uit het bedrijfsleven. Vanuit werkgeverskring was daar wel sterk op aangedrongen, maar Lubbers komt vooral naar Indonesië om een politiek gebaar te maken. Ook hij wil een streep zetten onder de verstoorde relatie met de regering-Suharto. Natuurlijk zal hij de mogelijkheden voor intensievere economische contacten benadrukken (Nederland is met het Verenigd Koninkrijk de grootste Europese investeerder in Indonesië) maar dit bezoek is ook bedoeld als voorbereiding op de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid van Indonesië.

Daarbij komt ook de vraag van verzoening aan de orde en de verwerking van het verleden, al lijkt dat een veel groter vraagstuk voor de Nederlandse samenleving dan van de Indonesische. Er wordt hier snel vergeten en vergeven en de jongere generaties hebben nauwelijks weet van de soms bloedige en hardvochtige overgangsfase tussen 1945 en 1949.

Naast premier Lubbers heeft president Suharto ook koningin Beatrix uitgenodigd tijdens de VN-conferentie in Rio. Mocht Jakarta besluiten om de onafhankelijkheid vijftig jaar later op 17 augustus 1995 uitbundig te vieren, dan is de koningin welkom, hoe delicaat zo'n bezoek in Nederland ook zou liggen. In de Javaanse cultuur wordt een grote plaats toegekend aan koninklijke families en president Suharto is er op gebrand dat de koningin binnen niet al te lange tijd op zijn uitnodiging ingaat. Hij ziet het als de bevestiging van zijn presidentschap, want als staatshoofd is hij wel in Nederland, maar de koningin niet in Indonesië geweest.

Prof. J. Bank, hoogleraar in de vaderlandse geschiedenis in Leiden met als specialisatie de naoorlogse relaties tussen de kolonie Indonesië en het moederland, vindt dat Nederland een gebaar moet maken als volgend jaar de onafhankelijkheid in Indonesië wordt gevierd. “Er is alle aanleiding voor een koninklijk bezoek op dat moment. Er hoeft niet gewacht te worden tot de herdenking van de souvereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Wat herdenk je bij het ontstaan van Nederland? Is dat de Vrede van Munster van 1648, waarbij Spanje de onafhankelijkheid van de Republiek erkende, of de Acte van Verlatinghe uit 1581, waarbij een aantal gewesten de Spaanse koning Philips afzwoeren? Het Oranjehuis, Willem van Oranje en prins Maurits speelden daarna een grote revolutionaire rol. Dat wil je je ook herinneren.”

Bank vervolgt: “Voor Indonesië is 17 Augustus 1945 de èchte datum en dan moet je dat erkennen ondanks de gevoeligheden die dat bij ons geeft. Zo'n koninklijk bezoek is een gebaar dat je de eenzijdige onafhankelijkheid, net als die revolutionaire daad van ons in 1581, alsnog erkent.” Postuum zou het volgens hem ook een zekere erkenning van Sukarno inhouden die de republiek Indonesië uitriep. “Nederland heeft hem nooit als staatshoofd ontvangen, in tegenstelling tot andere koloniale mogendheden als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België die wel de bevrijders van hun voormalige koloniën ontvingen.”

Ten derde vraagt Bank zich af of het op dit moment niet belangrijker is een symbolisch gebaar te maken voor de rechtvaardiging van de Indonesische onafhankelijkheidspolitiek dan het telkens afwijzen van hun mensenrechtenpolitiek. “Zo'n verzoenend koninklijk bezoek zou zelfs op die mensenrechtensituatie een goed effect kunnen hebben. Bovendien mogen we in die dialoog nooit vergeten welke acties wij in het verleden zelf ondernamen in Indonesië”, aldus Bank.

    • Willebrord Nieuwenhuis