Hollands Dagboek: Christianne Mattijssen

Christianne Mattijssen (29) werd in 1988, na haar studie rechten te Maastricht, medewerker bij de directie financieel-economische zaken van het ministerie van WVC. Sinds 1993 is ze hoofd afdeling beleid opvang asielzoekers; de werkzaamheden van deze afdeling waren afgelopen week onderwerp van politieke discussie. Christianne Mattijssen 'woont samen in twee huizen' met Martine, eveneens werkzaam op het ministerie.

Woensdag 23 maart

Vanwege de brief van de minister-president over de asielzoekers, dreigde de behandeling van een wetsvoorstel voor ons (dat geagendeerd was voor donderdag 10.15 uur) van de agenda van de Tweede Kamer te verdwijnen. Uitstel betekent dat het pas na de verkiezingen behandeld kan worden, dan kan de wereld er wel eens heel anders uitzien. Om behandeling deze week mogelijk te maken is er de afgelopen tijd keihard gewerkt, tot middernacht aan toe.

Ik zit een beetje in mijn maag met het voorstel van het kabinet om asielzoekers onder te brengen bij particulieren. Het idee is in de ministerraad geboren, dus hebben we de minister er vooraf niet over kunnen adviseren. Ik zie er niet zoveel in. Wat voor voorstellen kunnen we nog doen om dit een goede invulling te geven?!

Tijdens mijn lunch in het bedrijfsrestaurant wordt ineens omgeroepen 'Telefoon voor mevrouw Mattijssen'. Het staat altijd wel stoer, maar het leidt er meestal toe dat je je lunch verder kunt vergeten. Even later verdwijn ik met mijn bordje naar boven. Een Kamerlid heeft gebeld om hulp bij het opstellen van een amendement op ons wetsvoorstel. Moeilijk om mee te denken over een wijziging waar je eigenlijk niet blij mee bent.

Martine mijn partner, die ook op WVC werkt, heeft een briefje op mijn bureau gelegd dat ik 'de hoofdprijs heb gewonnen'. Dat wil zeggen dat we in mei een weekje naar Toscane kunnen. Hoera!

Donderdag

Had het gevoel dat mijn hersenen vanmorgen al aan het denken waren over grenscontroles, zelfstandige bestuursorganen en opvangboten voordat ik mijn ogen open had. Martine ligt zo lekker vast te slapen, dat het bijna gemeen is om haar wakker te maken. Werknemers zouden de mogelijkheid van een time-out moeten hebben.

Vanmorgen drie overleggen: over een inkomensregeling voor een nieuwe categorie verblijfsgerechtigden, over een ander opvangmodel en over de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers. De opvang is toch wel een heel gevarieerd terrein.

Na de lunch komt Peter, een medewerker, ineens mijn kamer binnen dat het overleg in de Kamer over de brief van de MP al begonnen is! In een grove onderschatting van de tegenwind spring ik op mijn fiets en ploeter naar de Kamer. Verhit en bezweet - daar doe je dan je goeie goed voor aan - kom ik aan. Twaalf ambtenaren voor asielzoekers in de ambtenarenkamer, en nog eens tien in de bankjes in de grote zaal. Er zitten natuurlijk ook zes bewindslieden, maar ik kan niet ontkennen dat de ideeën over coördinatie en samenvoeging hier geïllustreerd lijken te worden. Anderzijds zie ik het nog niet gebeuren dat de verantwoordelijkheid voor grenscontroles tot en met huizen of onderwijs voor asielzoekers onder één minister kan worden gebracht.

De vragen zijn voornamelijk voor de MP en Kosto. De MP zegt: “De mensen die de opvang verzorgen hebben een geweldige prestatie geleverd.” Zou hij het echt menen. Maakt niet uit, het is leuk om te horen, en het is ook gewoon zo.

Plotseling hoor ik Kosto zeggen dat er twee intake-centra komen bij de grens. We zijn daarover nog volop in gesprek met Justitie, en hebben daarover voor vrijdagmiddag om 17.00 uur een vergadering met hen afgesproken bij onze directeur-generaal Richelle. Maar ach, we zijn wel blij met die intake-centra.

Dan blijkt dat de agenda van de Kamer in het gedrang komt en onze ZBO-wet vandaag niet meer behandeld zal worden. Ik heb er goed de smoor in: voor niets de voorbereidingsdossiers gemaakt, Liesbeth, de secretaresse, met PC en printer naar de Kamer gekomen, de vragen die er al binnen waren gekomen beantwoord. Kan alles over een tijdje weer opnieuw.

In de dinerpauze stelt Richelle voor het overleg van vrijdag 17.00 uur nu maar in een restaurant te voeren. Tussen de saté en de gebakken scampi's door bespreken we de logistiek van de intake-centra. Wie zei er ook weer dat wij ambtenaren niet willen samenwerken; Justitie betaalt zelfs onze rekening!

Om 21.45 uur ga ik naar huis. Het debat is nog bezig maar d'Ancona hoeft niets meer te zeggen. Als we de Kamer uitlopen zeggen mijn baas Judith en ik tegen elkaar dat we het soms wel zorgelijk vinden dat er nu op een manier over asielzoekers gesproken wordt, die een jaar geleden niet geaccepteerd zou zijn. Wanneer bereiken we de grens waar we zullen zeggen, verder dan hier gaan we niet meer mee? Of ben ik alleen maar moe en daardoor te dramatisch?

Ik heb het jaarlijkse etentje met mijn koor en alweer een repetitie gemist.

Vrijdag

Op kantoor is er gebak ('dubbele poezen', klinkt naar kreatief met kurk), want het is Jacquelines laatste dag voor haar bevallingsverlof. Er zijn ook nog twee mensen ziek. Da's een hele aanslag op een totaal van 9 mensen.

Om 11.00 uur heb ik een overleg met een aantal gemeenteambtenaren die belast zijn met de opvang van asielzoekers. Het is een periodiek overleg om te horen welke knelpunten men in de uitvoering tegenkomt. De vorige keer kwamen er een hoop klachten over de communicatie met onze uitvoeringsorganisatie COA los. We hebben dat nu op de agenda gezet, en de COA uitgenodigd om toe te lichten wat er verbeterd kan worden. Ik ben een beetje bang dat het een gehakketak over en weer zal worden, waar ik dan orde in moet aanbrengen. De COA heeft sinds de vorige keer echter een aantal maatregelen genomen waardoor de gemeenten er gelukkig weer alle vertrouwen in hebben. In volstrekte harmonie en zonder dat ik iets heb hoeven doen, ronden we het agendapunt af.

's Middags hebben Judith, twee mensen van de COA en ik een gesprek met oud-kolonel Van den Bos die belast is met het inrichten van de intake-centra (“Als u mijn naam drie keer met drie letters schrijft, schrijft u het correct”, kan ik ook niet zo'n ezelbruggetje bedenken?). De kolonel geeft een stevige hand. Terwijl ik al mijn kootjes en gewrichtjes weer op de juiste plekken zet, hebben we een goed en open gesprek over wat de functie van die centra moet worden.

Als ik om 17.30 uur Martine wil verrassen dat ik al zo vroeg thuis ben, blijkt zij er nog niet te zijn. Ik besluit mezelf te verwennen: naar de boekhandel, boeken kijken over tuinen, bloembakken en snoeien.

Zaterdag, 26 maart 1994

Toen ik nog studeerde in Maastricht vond ik Den Haag de saaiste stad van Nederland. De eerste paar jaar dat ik in Den Haag woonde heb ik dan ook altijd de gedachte gehad dat het maar tijdelijk was, dat ik ooit zou mogen wonen in Amsterdam. Amsterdam waar het altijd gezellig druk is, waar zulke rare, speciale winkeltjes zijn, waar je als twee vrouwen gearmd mag lopen zonder je daarvan bewust te hoeven zijn.

Vrijdagavond hebben Martine en ik gegeten bij Diederik en Ton in Amsterdam. We zijn blijven slapen zodat we zaterdag eindelijk samen mijn kerstcadeau (een nieuwe kantoortas) voor Martine kunnen gaan kopen. Een enorme verlichting van mijn bezwaard gemoed.

Als ik later alleen door de stad loop (Martine heeft een vrijgezellenparty) betrap ik mezelf erop dat ik verlang naar de rust, de ruimte en de bekende weg in Den Haag. Ik had me voorgenomen een middag door Amsterdam te slenteren. In plaats daarvan ploeg ik door het rulle zand van de opengebroken, volle Kalverstraat in hoog tempo naar het station.

Als ik met lijn 11 langs de Haagsche markt kom moet ik altijd denken aan die documentaire over café Willy, waar de interviewer aan een man aan de bar vraagt of hij weet wat integratie is. “Integratie, ja, dat is iets van de regering, dat is een wet zodat ze de hand erin kenne houwe.” Ik moet daar vaak aan denken als ik op WVC een zorgvuldig afgewogen antwoordbrief onderteken aan een verontruste of boze burger die niet begrijpt “waarom de minister al die asielzoekers maar binnenlaat”.

Zondag

Het meest overtuigende bewijs dat de Schepper een man moet zijn geweest vind ik toch wel dat vrouwen iedere maand maar weer hangerig en ellendig zijn. Een vrouw had dat aangevoeld en daar iets op bedacht. Ik breng de morgen hangerig en ellendig door in bed, en word verwend met kopjes thee en beschuitjes met aardbeien. Eindelijk het interview in de VN van vorige week gelezen met Job Cohen. Hij begeleidde mij bij mijn afstudeerscriptie. Het is een sympathiek interview, dus blijft hij mijn grote voorbeeld.

's Middags twijfel ik of ik mijn belastingformulier in zal vullen of mijn kantoortas open zal maken en toch maar wat zal werken. Martine is naar haar eigen huis, tuinieren op het balkon. Ik besluit eerst maar eens planten te verpotten. Maar als ze er allemaal weer gelukkig bijstaan in hun nieuwe grotere potten, komt de keus onverbiddelijk terug. Ik kies voor het belastingformulier.

Om 18.00 uur berekenen we dat als we in 30 minuten koken en eten, we de vroege voorstelling van de film nog kunnen halen. Om 18.45 kijken we naar Philadelphia. Ik vind het een erg Amerikaanse film. Maar als Andy aan het eind dood gaat en al zijn familie en vrienden afscheid nemen, kan ik mijn gedachten toch niet langer verhinderen om de link te leggen met de homo's in mijn omgeving. Gelukkig is iedereen helemaal gezond, maar ik blijf toch altijd een beetje bang. Met mijn ogen strak op het verlichte UIT-bordje gericht kan ik mijn tranen een beetje binnen de perken houden en mijn zakdoek uitlenen.

Thuisgekomen toch nog maar even die kantoortas open.

Maandag, 28 maart 1994

Om 9.30 uur meteen kaartjes gereserveerd voor de voorstelling van Adelheid Roosen en George Groot in Frascati volgende maand. Hun vorige voorstelling ben ik wel drie keer gaan zien. Ik heb hooggespannen verwachtingen!

Ik had een tamelijk rustige dag. Wel vol besprekingen maar niet onder zo'n tijdsdruk. Prettig.

Vanmiddag hoorde ik Judith vanuit de kamer naast mij ineens heel hard lachen. Ze had Bert of Mari aan de telefoon, die de hele dag met hun auto's door het land rijden om te proberen gemeenten zo ver te krijgen dat ze toestaan dat er een opvangcentrum binnen hun gemeentegrenzen wordt gevestigd. Dat is een zware klus, gemeenten weten ook hoe we zitten te springen om uitbreiding.

Judith had donderdag overlegd met het gemeentebestuur van een gemeente waar we een opvangboot willen aanleggen. Ze was er een beetje beduusd van teruggekomen: ze eisten dat als er een ongedierteplaag op de boot uitbreekt en WVC niet in zou grijpen (!), WVC de kosten vergoedt die de gemeente dan zou moeten maken om het ongedierte te bestrijden. Op zich kunnen we dat wel toezeggen, want als er ongedierte in een centrum voorkomt zal dat natuurlijk onmiddellijk door de COA bestreden worden. Maar vanwaar zo'n wantrouwen, zulke rare dingen doen we toch niet?

Nu is er weer een gemeente waar de brandweer eist dat er langs de weg naar de boot 10 bomen gerooid worden. Dat is geen probleem, ware het niet dat daarvoor een vergunning nodig is waarvoor een aanvraagprocedure geldt die anderhalve maand duurt! Soms is het wel om een klein beetje moedeloos van te worden. Dan kun je inderdaad maar het beste lachen . . .

De minister had vanmiddag aangegeven dat ze naar aanleiding van het Kamerdebat van donderdag wilde praten. Vanaf 17.00 moesten Eddy, Richelle en Judith of ik oproepbaar zijn. Om 18.30 is er nog niet gebeld. We krijgen om 19.00 uur Thea te eten dus ga ik toch maar naar huis. Wel een beetje jammer, want zo'n discussie is altijd leuk.

Dinsdag 29 maart

Het is vandaag mooi weer, veel te mooi om te werken eigenlijk. Ik doe op kantoor de luxaflex maar omhoog, dan zit ik toch nog een beetje in de zon. Het gesprek met de minister was gisteren om 18.45 begonnen. Judith vertelt er wel kleurig over. Ben benieuwd wat voor een nieuwe minister de formatie ons zal brengen.

Dinsdagochtend team-overleg, de hele afdeling even bij elkaar, gezellig en nuttig. Speculaties over hoe het nu verder moet met de ZBO-wet en waar de intake-centra van Justitie ons uiteindelijk zullen brengen. Het periodiek overleg met de collega's van het ministerie van onderwijs gaat niet door. Een beetje extra tijd komt goed uit, maar ik vind het vervelend als het ertoe leidt dat zo'n overleg almaar verder wordt uitgesteld. Eddy komt terug uit de Interdepartementale stuurgroep immigratie en praat mij uitvoerig bij. Er zit weer een hoop werk aan te komen, ik loop in gedachten even de voorgenomen vakanties van iedereen langs. 's Middags het wekelijks overleg met de uitvoeringsorganisatie COA. We krijgen een hele discussie over de vraag waar onze verantwoordelijkheid (lees bemoeienis) ophoudt en waar die van hen begint. Die grenzen raken langzaam maar zeker uitgekristalliseerd.

Martine heeft op dinsdagavond een cursus op WVC waardoor ze er in ieder geval tot 20.00 uur is. Dat biedt mij de mogelijkheid om mijn post af te doen en even met Judith 'met de benen op tafel' bij te praten, en desalniettemin samen naar huis te rijden. Martine komt, nog helemaal boos, bij mij binnen: ze heeft ruzie gemaakt met de cursusleider. We besluiten maar niet meer te koken en trakteren onszelf op een etentje.