Hoge Raad doet eind mei uitspraak over 'kijkoperatie' in loods

AMSTERDAM, 2 APRIL. De Hoge Raad is gevraagd zich uit te spreken over de omstreden “kijkoperaties” door de politie: inbraken in huizen of werkplaatsen van personen tegen wie bepaalde vermoedens bestaan als voorloper van een reguliere huiszoeking.

Deze methode is ontwikkeld op gezag van de speciale officieren van justitie die contact onderhouden met de criminele inlichtingendiensten van de politie omdat de justitiële spelregels in het Wetboek van strafvordering als te beperkt worden ervaren in het voorstadium van grote strafzaken.

De zaak voor de Hoge Raad betreft iemand die eind 1992 in hoger beroep door het Haagse gerechtshof werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en een boete van een kwart miljoen gulden wegens het deelnemen aan een hasj-syndicaat.

Een politieman verklaarde tegenover de rechter-commissaris dat leden van het onderzoeksteam een kijkoperatie hadden uitgevoerd in een loods in Rotterdam om te zien wat daar stond. Ze troffen geen drugs aan maar alleen een speedboot, die in deze zaak een rol speelde. Toen het hof naar de kijkoperatie informeerde deelde het openbaar ministerie mee dat zich daarover geen stukken in het dossier bevonden en dat navraag bij de politie geen verdere gegevens opleverden. Voorzover bekend had de rechthebbende op de loods ook geen aangifte gedaan.

Het gerechtshof nam hiermee genoegen en zei dat niets was gebleken van een “onrechtmatige actie” door de politie. Dit was een van de redenen voor de Haagse advocaat mr.G. Spong cassatie aan te tekenen bij de Hoge Raad. De eigentijdse term “kijkoperatie” neemt volgens hem niet weg dat hier gewoon sprake is van “binnentreden” in de zin van het Wetboek van strafvordering, dat daarvoor een bevel van hogerhand vergt. Nergens blijkt dat de politie in de Rotterdamse loods daarover beschikte. Het is ook niet aannemelijk dat de deur open was. Mr. Spong concludeert dat er wel degelijk een ernstig vermoeden bestaat dat de actie onrechtmatig was.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad mr. Van Dorst gaf vorige maand toe dat het antwoord van het hof op deze bezwaren “niet kristalhelder” was. Toch vond hij dat de operatie wordt gedekt door de Opiumwet. Deze geeft opsporingsambtenaren het recht alle plaatsen te betreden als zij redelijkerwijs kunnen aannemen dat zich daar een drugsdelict voordoet. De Hoge Raad doet op 31 mei uitspraak.