Fotoverkenners op zoek naar zware wapens

VILLAFRANCA, 2 APRIL. Ondanks de opmars van alle elektronica is de rol van het ouderwetse zwartwit filmpje in de moderne oorlogvoering niet uitgespeeld. Binnen twee dagen nadat de Navo op 9 februari een ultimatum stelden aan de Bosnische Serviërs om hun zware wapens terug te trekken uit de buurt van Sarajevo deed de commandant van de operatie Deny Flight, admiraal Mike Boorda, een beroep op Nederland om vier F-16 fotoverkenners beschikbaar te stellen. Zes dagen later lagen de eerste boven Bosnië volgeschoten films op tafel.

Inmiddels hebben de vier vliegtuigen van het 306 squadron fotoverkenners van de vliegbasis Volkel samen ruim honderd vluchten boven Bosnië uitgevoerd. Op vele kilometers film is de locatie van allerlei geschut vastgelegd. Het dreigement zwaar geschut te bombarderen na het verstrijken van het ultimatum wint aanzienlijk aan kracht als je kunt laten merken dat je precies weet waar alles staat, meent overste Peter Berlijn, die gisteren het commando van het Nederlandse detachement in Villafranca overnam van zijn Leeuwarder collega Dick Bos.

Het hielp. “De tram rijdt weer in Sarajevo. Er wordt weer gevoetbald. Je ziet het belang van wat je doet”, zegt Mark, kapitein-vlieger van het 306 squadron. Zoals veel Nederlandse vliegers in oorlogsomstandigheden wil hij zijn achternaam buiten de publiciteit houden. “Dat is nu eenmaal de afspraak.”

Elke ochtend en elke middag gaan er twee F-16 fotoverkenners de lucht in. Aan hun buik hangt een gondel met vijf zwartwit camera's en een infrarood camera. De camera's bevatten rollen voor zeshonderd opnamen op een formaat van zes bij zes centimeter.

In Villafranca zijn de vliegtuigen verder opgetuigd in volle oorlogsuitrusting: met hittezoekende raketten, boordkanonnen met scherpe munitie, elektronische radarstoorapparatuur en metaalsnippers om radargestuurde raketten af te leiden. In principe zouden de fotoverkenners ook overtreders van het vliegverbod kunnen onderscheppen. Tot nog toe is daarvoor geen opdracht gegeven. “Maar als je een helikopter ziet, vlieg je er wel een paar keer overheen, om te kijken wat hij doet”, vertelt Mark.

Per vlucht is hij zo'n tweeën een half uur in de lucht. Maar zijn werk begint al veel eerder. Van de inlichtingenmensen - Intel in Navo-jargon - krijgt hij te horen waar hij heen moet. Op basis van veldwaarnemingen, eerdere foto's, tips of andere aanwijzingen geven zij aan waar mogelijk geschut staat opgesteld. De fotoverkenners gaan dus niet vanuit de lucht zoeken, maar gaan naar vantevoren bepaalde doelen.

Vervolgens spreekt hij met de dienstdoend officier van operatiën door van welke kant moet worden gefotografeerd en langs welke route moet worden gevlogen. De weerman legt aan de hand van overheadsheetjes uit wat voor meteorologische omstandigheden er zijn te verwachten. Tenslotte trekt de vlieger zich met zijn collega die tegelijk met hem vliegt terug op een rustig plekje om samen de hele vlucht door te praten. “Je moet precies van elkaar weten wat je doet”, verklaart Mark.

Ruim een half uur voor vertrek nestelen de vliegers zich in hun nauwe, tot de nok toe met elektronica volgestouwde cockpit om de laatste controles uit te voeren. En dan de lucht in. De camera's worden vanuit de cockpit bediend. Er is alleen aan of uit - richten geschiedt door het vliegtuig te draaien of te kantelen. Normaal hoeft al dat gedraai niet zo, omdat de groothoeklenzen een heel breed gezichtsveld hebben. Maar boven Bosnië wordt niet zoals gewoonlijk op tachtig meter hoogte gevlogen, maar op enkele honderden meters.

Hoe hoog precies mag Mark niet zeggen: “Dat is classified.” Vanwege die grotere hoogte zijn telelenzen op de camera's gezet om op de foto's nog voldoende details te kunnen zien. De smallere beeldhoek van die lenzen vergt wel dat ze veel preciezer worden gericht op het te fotograferen doel. Per doel wordt doorgaans meters film volgeschoten, al is het alleen al om het later in het landschap en op de kaart te kunnen terugvinden.

Vliegen met een fotoverkenner is een vak apart, aldus Berlijn. Er is een speciale training voor die negen maanden duurt. De vluchten vergen veel meer planning dan de onderscheppings- of grondsteunvluchten die andere Nederlandse F-16's uitvoeren. Mark: “Wij vliegen naar een doel, gaan naar beneden, maken foto's, gaan dan weer omhoog, door naar het volgende doel. Je bent de hele tijd actief bezig, zodat je makkelijk je concentratie kunt bewaren. Wie het daadwerkelijk afdwingen van het vliegverbod doet, zit veel meer op één hoogte en zit voortdurend op zijn radarscherm te kijken. Bovendien duren hun vluchten vaak twee keer zo lang en moeten zij ook 's nachts vliegen.”

“Na een lange trip moet een vlieger goed tot rust komen”, zegt overste Berlijn. “Dan laat je hem bijvoorbeeld niet de volgende dag weer vliegen.” De vliegers van het fotoverkenningssquadron vliegen vaker op opeenvolgende dagen, doorgaans een keer of vier in zes dagen.

Direct na terugkeer van een fotoverkenner worden de films uit de camera's gehaald en ontwikkeld. Samen met de photo interpreter bekijkt de vlieger de ontwikkelde films. Na ongeveer een uur stuurt de interpreter een eerste rapport naar het Navo-hoofdkwartier in Vicenza. Zijn werk begint dan pas goed. Hij moet niet alleen tussen de bossages de geschutsstukken zien te vinden, maar als het even kan ook nog vaststellen wat voor geschut het precies is. Door de grote hoogte waarvan de foto's zijn genomen is dat niet altijd mogelijk.

Ondertussen nemen de technici het vliegtuig onderhanden en maken het klaar voor de volgende vlucht. Hun onderkomens - grote tenten met potkachels - staan vlakbij de parkeerplaatsen voor de toestellen. “Hier maken ze de lekkerste tosti's van de basis”, zegt overste Berlijn. “Ook is 24 uur per dag een hofmeester aanwezig, zodat hij ook midden in de nacht wat te eten kan brengen aan de man op operatiën die niet bij de telefoon weg kan.” Want de basis is een volcontinu bedrijf. Er moet 24 uur per dag gevlogen kunnen worden.

De verzameling tenten, bouwketen en vrachtwagens die de werkruimte vormt van het Nederlandse detachement - geslapen wordt in hotels - doen MASH-achtig aan. Hier en daar hangen grote camouflagenetten. In de zomer verdwijnen ook de bouwketens onder de netten, niet om onzichtbaar te worden voor de vijand, maar om te schuilen tegen de brandende zon.

Berlijn vindt dat Nederland goed scoort met zijn fotoverkenners. “Er is wel gedacht dat fotoverkenners niet meer zo nodig waren. Veel landen hebben daarop dan ook bezuinigd. Maar bij dit soort conflicten blijkt toch dat je niet zonder kunt.” Behalve Nederland hebben ook de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk fotoverkenners ingezet bij de operatie Deny Flight. Mark: “Satellieten heb je niet altijd op het juiste moment op de juiste plek. Fotoverkenners zijn het meest flexibele wat je op verkenningsgebied hebt. Er zit een vent in. Die kun je zeggen: dát moet je doen.”