'Doos vol pralines' van Hugo Claus in Theater Instituut

Tentoonstelling: Hugo Claus, toneeldichter. In: Theater Instituut Nederland, Herengracht 168, Amsterdam. T/m 11/9. Geopend di t/m zo van 11.00u-17.00u.

Maar liefst vijf ruime zalen van het Theater Instituut heeft decorontwerper Frank Raven naar zijn hand gezet om het toneeloeuvre van Hugo Claus (1929) in beeld te brengen. Op de stijlvolle trap naar de eerste verdieping, hoort de bezoeker al de machtige stem van acteur Jerôme Reehuis over de treden denderen. Hij spreekt tot ons via bandopnamen. Er is veel zorg besteed aan het auditieve aspect van theater. In elke zaal klinken uit verborgen luidsprekers teksten uit Claus' toneelwerken. Bovendien kan de bezoeker via koptelefoons luisteren naar regisseur Ton Lutz die uitlegt hoe hij Claus' eersteling Een bruid in de morgen uit 1955 per toeval in handen kreeg en meteen versteld stond van de taalrijkdom ervan. Of we horen acteurs van de Nederlandse Comedie in stukken als Blauw blauw uit 1973 met Ellen Vogel, Guus Oster, Fons Rademakers en Cas Enklaar. Affiches en foto's verlevendigen de herinnering voor wie erbij is geweest.

Onmiskenbaar wordt Hugo Claus als een heilige vereerd. Raven ontwierp in de eerste zaal een soort kroon die bestaat uit talloze portretfoto's van Claus door de decennia heen. Opvallend is het aantal verschillende gezichten dat de auteur bezit. Gevoelig jongelingachtig in de begintijd. Dan met zwarte existentialistische zonnebril in de jaren vijftig in Parijs. Claus ging de jaren zeventig door met tot over de oren krullend haar en een opvallende bril. En nu: een man met een verborgen wijsheid in zijn gezichtuitdrukking en nog steeds dezelfde kwetsbare ogen. Een in grillige letters geschilderde opsomming tegen een rode wand geeft Claus' veelzijdigheid aan: van toneeldichter tot humorist, van poëet tot schilder, van librettist tot romancier. Boven elke toegangsdeur hangt een motto. Eén kenschetst Claus ten voeten uit: “Ik offreer niet één praline, een doos vol.” Die volle doos duidt op zijn scheppingsdrift op verscheidende gebieden, tegelijkertijd is ze een hint naar de expositie zelf. Frank Raven putte zijn materiaal niet slechts uit een bonbondoos, het moet een hutkoffer zijn waaruit de recensies, de boekomslagen en de maquettes, de handschriften en de kostuums (zoals het witte gewaad van Josephine van Gasteren als Iokaste) te voorschijn zijn gekomen.

Van historisch belang is de brochure Het Auteurstheater van begin zeventig. Samen met Harry Mulisch, Lodewijk de Boer en anderen was Claus de pleitbezorger voor een Nederlandstalige toneelkunst in de Amsterdamse Stadsschouwburg. “Het is immers allang duidelijk,” schreven zij, “dat het Nederlandse toneel teveel een vreemde neus heeft op het eigen gezicht.” Bovendien waren ze ervan overtuigd dat zij in staat waren een groter publiek naar de schouwburg te lokken dan toen het geval was. Het collectief wilde voorstellingen die aansloten bij de 'actualiteit'. Door de onmogelijke manoeuvres van de Amsterdamse gemeentepolitiek is Het Auteurstheater nooit van de grond gekomen en ging de samenwerking van toneelleider Guus Oster en Hugo Claus als directie van een hernieuwde schouwburg niet door.

Het podium als plaats om wonderbaarlijke belevenissen te ondergaan, heeft Raven op verschillende manier willen accentueren. Er is een klein theaterzaaltje nagebouwd, waar een video scènes uit het toneelwerk vertoont. Elders zien we een schuin oplopende vloer die, vreemd genoeg, iets weg heeft van een kerkhof: de bordjes geven de kleine vijftig titels weer van het toneeloeuvre. Die symboliek is iets te nadrukkelijk. Een groot aantal stukken van Claus wordt regelmatig opnieuw uitgevoerd; het stof van de tijd heeft ze bij lange na niet bedolven. Het enige wat ik miste, waren enkele voorbeelden van Claus' schilderkunst. In de overwegend zwart-wit entourage van de foto's zou kleur niet misstaan. Gelukkig is er op video een interview met Claus als schilder, waarin hij uitleg geeft over een aantal werken. Die zijn even suggestief, grillig, poëtisch als het toneelwerk. Misschien is Hugo Claus wel allereerst schilder, niet alleen met verf, maar ook en vooral met woorden. En er is nauwelijks een mooiere plek om woorden tot leven te laten komen dan op het toneel.