Directeur EVO: het probleem is dat er te veel schippers zijn; 'Iemand moest de zwarte piet krijgen, toevallig waren wij dat'

DEN HAAG, 2 APRIL. Eigenlijk had hij niet anders verwacht. Directeur H. Plasse van de verladersorganisatie EVO kreeg vorige week te horen dat hij het was die Albeda's bemiddelingspoging in het schippersconflict stuk had laten lopen. Op het laatste moment was hij met eisen gekomen waaraan niet kon worden voldaan. Gisteren weigerde echter niet alleen zijn organisatie de intentieverklaring te verlengen. Ook andere partijen lieten weten dat “op essentiële punten” geen overeenstemming is bereikt. Plasse: “Iemand moest de zwarte piet krijgen. Toevallig waren wij dat.”

Toch is het vreemd. U hebt vier maanden met de binnenschippers om de tafel gezeten, en op het laatste moment is het spaak gelopen.

“Dat lijkt zo. Vorig jaar november zat het overleg muurvast. Wij hebben toen voorgesteld niet meer plenair te vergaderen, maar drie projectgroepen in het leven te roepen en tevens een rustperiode van vier maanden in acht te nemen. Maar al snel werd duidelijk dat de projectgroep marktwerking er niet uit zou komen. Wij hebben toen een aantal gesprekken gehad op de ministeries van verkeer en waterstaat en economische zaken. Dus niemand hoefde verbaasd te zijn toen wij vorige week dinsdag zeiden dat we meer contractvrijheid voor onze leden wensten. Wij hebben daarvoor een voorstel gedaan. Er is alleen niet naar geluisterd.

“Nu zeggen dat wij de bemiddelingspoging hebben doen mislukken, is naïef. Wij hebben van meet af aan gezegd dat we alleen een tijdelijke wettelijke regeling willen als daarin rekening wordt gehouden met onze belangen. Want van ons hoeft zo'n regeling niet. De schippers willen een tijdelijke wettelijke regeling, en om nieuwe acties te voorkomen de overheid ook. Het zijn ook spelletjes. Door te zeggen dat wij lading van de beurs hebben afgehaald, wordt gesuggereerd dat dat niet zou mogen. Maar deelname aan de toerbeurt Noord-Zuid gebeurt vrijwillig.”

Wat wilt u precies?

“Wij willen dat onze leden kunnen kiezen tussen vervoer over de weg, over het spoor en over het water. Die keuzevrijheid is minder als de binnenvaart niet goed functioneert. Alleen daarom hebben wij belang bij een tijdelijke wettelijke regeling - en die moet dan dus gepaard gaan met maatregelen om de overcapaciteit in de binnenvaart terug te dringen en de bedrijfstak klantvriendelijker en concurrerender te maken. Vorige week dinsdag heb ik een aantal keren gevraagd hoeveel geld er was voor een sloopregeling en een sociaal plan. Daar kreeg ik geen antwoord op.

“Ons voorstel was: wij accepteren een toename van 4 naar 6 miljoen ton in ruil voor een zekere contractvrijheid. Ik heb het voorgesteld als twee kamers. In de ene kamer heb je het beurssysteem, in de andere de vrije contracten. De deur tussen die twee kamers is niet volledig gesloten. Verladers die grote hoeveelheden vracht of meerdere reizen in opeenvolging aanbieden, hoeven niet naar de beurs maar moeten bij het afsluiten van hun contracten wel aan bepaalde criteria voldoen. Een onafhankelijke commissie bekijkt achteraf of dat ook is gebeurd. Of de contracten die in de kamer van de vrije handel zijn afgesloten, niet te goedkoop zijn. Want dan zou het systeem van bodemprijzen dat op de beurs geldt, in gevaar kunnen komen.”

Albeda schrijft in zijn advies dat uw voorstel zou leiden tot leegloop van de beurs.

“Als het voorstel van de EVO was overgenomen, was er zowel controle op de beurs als op de contractvorming geweest. Dat zou het geheel beheersbaar hebben gehouden.”

Hoe moet het nu verder?

“Wij hebben onze leden aangeraden zich rustig te houden. Maar ik weet niet of er niet verladers zullen zijn die zeggen: ik wil al vier maanden mijn lading van de beurs halen, en nu doe ik het ook. Overigens vraag ik me af of er wel een tijdelijke wettelijke regeling zal komen. Het wetsvoorstel moet naar de Raad van State, naar Brussel en naar de Tweede Kamer. Dat zijn evenzoveel hobbels. Het gaat per slot van rekening om de wettelijke verankering van een prijskartel. Eigenlijk zou de politiek keihard moeten zeggen: er zijn te veel binnenschippers en daar gaan wij wat aan doen. Want het is toch een kromme redenering? Schippers zeggen: ik heb een schip, ik heb recht op lading en de overheid moet zorgen dat ik die krijg. Dat is niet meer van deze tijd.”

    • Gretha Pama