De kuitenbreker van de Ronde van Vlaanderen

ROTTERDAM, 2 APRIL. De Muur van Ellende wordt hij ook wel genoemd. Wanhopige renners die elkaar in de wielen rijden. De Muur van Geraardsbergen is een korte maar lastige klim. “Een echte kuitenbreker”, zegt Hennie Kuiper die in 1981 de Ronde van Vlaanderen op zijn naam schreef en morgen als ploegleider de Muur per auto bestijgt.

De beelden zijn bekend. Tuimelende renners, vloekende ploegleiders. De scherprechter van de Ronde. Achttien kilometer voor de finish in Meerbeke volgen 325 meter asfalt en 500 meter kasseien. De weg is smal, de eenling klimt er gemakkelijker dan het peloton. Een gemiddeld stijgingspercentage van 9,3 procent camoufleert de enkele uitschieter naar 20 procent.

Alleen de Koppenberg was hier en daar nog steiler, 22 procent. Zeven jaar geleden werd deze bult geschrapt uit het parcours. Na de val van de Deense koploper Skibby, wiens fiets door een auto van de wedstrijdorganisatie werd verpletterd. De minder steile Bosberg is gehandhaafd. Na de afdaling vanuit Geraardsbergen volgt de ultieme klim. “Eerst een dolkstoot in de rug, dan een in het hart”, zo verwoordde oud-wedstrijdleider Piet Antierens de laatste obstakels.

Vorig jaar was de Belg Johan Museeuw de sterkste in de Ronde van Vlaanderen. Hennie Kuiper tipt Museeuw, met Bugno en wereldkampioen Armstrong, als de te kloppen renners. Kuipers kopman Armstrong krijgt van zijn baas het advies om de Kloosterstraat niet met een te klein verzet in te draaien. “Als je daarna nog kleiner moet, zit je veel te snel in de lucht te blazen. Dan komt er spanning op de benen en moet je veel te lang duwen.”

In 1950 werd de Muur voor het eerst in de Ronde opgenomen. De toenmalige organisator Van Wijnendaele had de klim leren kennen via een vriend. Het was liefde op het eerste gezicht, schrijft Rik Vanwalleghem in zijn boek 'De Ronde van Vlaanderen'. Wind en heuvels waren er al. Een obstakel in het zicht van de haven maakte de Ronde tot een klassieker onder de klassiekers.

Tot 1973 was Gentbrugge de finishplaats, 40 kilometer voorbij Geraardsbergen. Een te grote afstand om bij de Muur een beslissende ontsnapping te forceren. De organisatie verplaatste de meet naar het dichterbij gelegen Meerbeke. De afstand tussen de Muur en de finishplaats was daarmee gehalveerd. En toen de plaatselijke omloop in Meerbeke eenmaal geschrapt was, werd de kans op een definitieve ontsnapping bij de Muur alleen maar groter.

Bij Geraardsbergen komt de Ronde tot leven. Kuiper: “Er is veel stuurmanskunst voor nodig. Als je goed bent rammel je er zo over heen. Als je slecht bent, is het net of je terugstuitert. Dan maakt het niet uit met welk verzet je rijdt. Ik ging vaak met een 23 naar boven, Jan Raas met een tandje minder. En sommige Oostduitsers moesten van hun baas met een 19 de Muur op, maar dat was in de Ronde van België. Dan heb je er pas 50 kilometer opzitten. Morgen al 200 kilometer. Dan is het een heel ander verhaal.” Kuiper had moeite met wringen, het manoeuvreren in het peloton. En gewrongen wordt er zeker, morgen op de Muur van Geraardsbergen.

    • Jaap Bloembergen